"I never learned anything at school and I didn't read a book for pleasure until I was nineteen years old" Stanley Kubrick
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: vier jaar op de bankjes van een filmschool zitten is even leerrijk als vier jaar op de WC zitten. Met het belachelijk hoge inschrijvingsgeld dat je betaalt om een aantal jaar tussen de arty farty snobs te gaan zitten kan je volgens mij beter een kast vol filmboeken, een berg video's en een eenvoudige camera kopen. Waarom zou je je broek verslijten op het RITS om er na vier jaar achter te komen dat niemand in je werk is geïnteresseerd (in de meeste gevallen volkomen terecht trouwens)? Als je het hebt, heb je het en dan komt het vanzelf wel naar boven. Al die talentloze mensen op filmscholen kunnen uitkijken naar een lang en ongelukkig leven van niet ingeloste verwachtingen en kapotgeschoten dromen. Nu zal je mij nooit horen zeggen dat ik ooit een goeie film zal draaien, de ambitie is er wel, maar voorlopig zou ik nog niet eens een degelijke reisvideo kunnen draaien. Dus, blijf ik maar leren, niet op school (daar krijg je toch alleen maar diploma's), wel door mezelf blind te staren op films. Films films films en nog films! Geleidelijk krijg je dan het gevoel dat je de films van een bepaalde regisseur om een of andere reden beter vindt dan die van een ander. Dus bekijk je alle films van die regisseur, je vindt al eens een boek in de bib over die persoon en zo stoot je plots op een zin of een alinea die je erg inspireert, een citaat dat je een trap onder je kont geeft. Bijvoorbeeld, een gouden raad van nonkel Kubrick :
"The best education in film is to make one. There are a lot of non-creative aspects to filmmaking which have to be overcome, and you will experience them all when you make even the simplest film: business, organization, taxes, etc. Anyone seriously interested in making a film should find as much money as he can as quickly as he can and go out and do it. And this is no longer as difficult as it once was. It's gotten down to the pencil and paper level. We're really on the threshold of a revolutionary new era in film."
De inspirerende woorden van een absolute autoriteit op dit vlak. Kubrick heeft nooit op een filmschool gezeten, heeft alles geleerd uit boeken en ervaring en is er als één van de enigen in geslaagd vijftig jaar lang alleen maar zijn zin te doen, en hoe! Vandaag de dag leren filmstudenten hoe het moet door in dure colleges fragmenten te ontleden uit zijn 2001 : A Space Odyssee (die special effects !), Barry Lyndon (die belichting!), The Shining (die montage!), A Clockwork Orange (waw, dat kikkerperspectief!) en Eyes Wide Shut (die kont van Kidman!).
Uiteraard beschikte Kubrick over zo'n enorm groot aangeboren talent dat hij zelfs met enkel een kartonnen doos en een stift een klassieker in elkaar zou kunnen knutselen, laat staan dat hij een opleiding nodig zou hebben.
Een ander voorbeeld. Kent er iemand nog Werner Herzog? Waarschijnlijk niet, tot een klein jaar geleden had ik er zelf geen flauw idee van. Over deze Duitser bestaan de wildste verhalen: hij kan alleen goed werken als hij zichzelf en zijn crew in levensgevaar brengt (bijvoorbeeld: gaan filmen in de ruige jungle van Peru, langs alle kanten belaagd door vijandige indianenstammen, of filmen op de top van een vulkaan die elk moment kan uitbarsten), hij zou ooit de beruchte acteur Klaus Kinski met de dood hebben bedreigd toen die vroegtijdig de opnames wou verlaten (niet helemaal waar), hij heeft zijn eerste vijf films gedraaid met een camera die hij gestolen had van de filmschool (in zijn eigen woorden: "The school never gave me a camera! So one day I was in this room and I saw the camera and I realized, I realized for a second, there was no one in the room. And I just took it and walked out. And I knew it was not theft. I had a natural right to take it"). Een belangrijke les. Wat is belangrijker dan een diploma? Lef. Herzogs motto: het enige wat belangrijk is, is je film: "You have to be daring to do things like this, because the world is not easily accepting of filmmaking. There will always be some sort of an obstacle, and the worst of all obstacles is the spirit of bureaucracy. You have to find your way to battle bureaucracy. You have to outsmart it, to outgut it, to outnumber it, to outfilm them -- that's what you have to do." Om zijn vaak erg extreme films te kunnen realiseren heeft Herzog gestolen, ingebroken, papieren vervalst, acteurs gehypnotiseerd en met de dood bedreigd. Kortom, als het erop aan komt om de film te maken die je absoluut wil maken, dan vervalt (bijna) elke wet. Op de filmschool zal je zoiets niet snel horen.
Wat heb je nog nodig, naast initiatief, lef en een aangeboren gevoel voor lichte corruptie? De ideale regisseur is in mijn ogen ook een beetje gek, handig balancerend op het zwakke koord tussen normaliteit en knettergekheid. Een beetje een degelijk regisseur heeft ze niet allemaal op één rij, hij of zij heeft een rare kijk op de wereld. Neem nu Alejandro Jodorowsky ("I'm crazy, I still believe in Art !"). Deze nobele onbekende Chileen met een Russische achtergrond, geschoold in de circuskunsten, heeft enkele van de meest bizarre films gemaakt van de laatste vijftig jaar. Vooral El Topo (1971) en The Holy Mountain (1973) zijn onvergetelijk. El Topo, de 'surrealistische western' waarvoor de term Cultfilm werd uitgevonden, gaat over een 'poor lonesome cowboy' (gespeeld door Jodorowsky zelf) die door de woestijn trekt, zijn achtjarig zoontje onderweg dumpt en inruilt voor een mooie vrouw. Die vrouw zet hem ertoe aan om de vier beste schutters van de wereld te verslaan, om zo haar liefde te kunnen winnen. Die schutters blijken stuk voor stuk zo zot als een achterdeur, vooral de Boeddhistische, hippie-cowboy en de 90-jarige onoverwinnelijke schutter, enkel gewapend met een vlindernetje, zijn hilarisch. Andere onvergetelijke Jodorowsky-momenten: vier monniken worden als vrouwen verkleed en verkracht door vier smerige, geile cowboys, mét behulp van vier dode, verstijfde hagedissen (als ik kon tekenen maakte ik er een tekening bij); een oude, pedofiele man die bewonderend een klein meisje in zijn armen neemt, zijn glazen oog uit zijn oogkas pulkt en het in haar handje legt. Kortom, je moet het zien om het te geloven. Al die overdonderende beelden doen sterk vermoeden dat ze ontstaan zijn in een even ziekelijke als briljante geest. In een zeldzaam interview vertelt Jodorowsky hoe hij, ten gevolge van zijn onbedwingbare eigenzinnigheid, het niet kan laten zelfs de meest onbetwistbare filmconventies te lijf te gaan. Zelfs continuïteit, één van de meest onbreekbare Geboden in het filmboek, is voor hem niet heilig:
"Logic is stupidity...When I'm making a film, I have my script- in one shot the chair is in one position, in the next shot they say to me, "You can't do that, in this shot the chair is here, you'll affect continuity." In myself, I know what I'm looking for in that image, and in that moment the chair is not important to me. I don't mind if it doesn't match. When you're shooting, and in every arena of life, you are fighting logic and form."
De les: in film is niets heilig. Regels zijn er om gebroken te worden. De evolutie van de film en zijn taal wordt gedreven door wat men iconoclasten of beeldenstormers noemt, mensen zoals Jean-Luc Godard, Werner Herzog, Federico Fellini, Jodorowsky en sinds kort ook Harmony Korine . Al deze regisseurs maakten (of maken nog steeds) visueel overdonderende films die hun tijd ver vooruit waren. Ze waren over het algemeen niet geliefd bij hun tijdgenoten, hun films waren veel te moeilijk, te eigenzinnig. Pas veel later merkt men dat die films net erg invloedrijk zijn gebleken. Deze iconoclasten zijn over het algemeen ook geen miljonairs geworden. Hun visie was te extreem voor het grote publiek, producenten bleven op een veilige afstand van deze excentriekelingen. Gelukkig hebben de iconoclasten zich hierdoor nooit laten afschrikken. Toch moet de verstandhouding tussen de knettergekke regisseur met een vergezochte visie en de rest van de crew, vooral de producent, soms zeer moeizaam zijn verlopen. Jodorowsky geeft een voorbeeld:
"In this picture I'm doing now, a person is living with a rat, and they (de producenten) say 'This picture is too expensive'. I ask 'Why?' and they tell me they need to make an artificial rat to do everything the script is saying. And I say 'But you're crazy, we'll use a real rat and we'll follow what the rat does!' 'Oh, you'll improvise?' They're horrified! Sure I'll improvise, the rat will improvise! I'll shoot what the rat does and change the script to fit! They went crazy- it took me two days to convince them not to use an artificial rat."
Een laatste meester wiens wijze woorden en visie ik hier zou willen aanhalen is Luis Buñuel, de Spaanse 'surrealist tot in de kist' (hij stierf in 1983, als een gelukkig man die trouw bleef aan zijn principes: "Thank God! I'm still an atheist!"). Buñuel is een man naar mijn hart. Zijn autobiografie 'Mijn Laatste Snik' is mijn bijbel. Hij was een man met een gezond en uitermate zwart gevoel voor humor. Je zou zijn film L' age d'or eens moeten, een prent uit 1930 die zo hard lachte met de kerk en de daaraan verbonden waarden en normen dat de film een kleine halve eeuw verboden bleef. Zelfs nu kan je nog lachen met de scène van de pastoor die samen met een hele hoop andere rommel uit een raam gegooid wordt. Of de 'grap' van de vader die zijn eigen zoon door de kop schiet omdat die de asse van zijn sigaret op zijn broek had gemorst. Luis Buñuel past in dit artikel omdat hij één van die uitgesproken tegendraadse mensen was die niet verlegen was om in films en interviews dingen te zeggen die een normaal mens alleen durft dromen. Bijvoorbeeld, Buñuel's visie op de toekomst van de mensheid, uitgesproken in 1977 en nog steeds zeer actueel: "De nieuwe apocalyps komt, net als de oude, aangalopperen met vier ruiters : de overbevolking, de wetenschap, de technologie en de informatie& Ik droom van een wereldwijde catastrofe die twee miljard bewoners zou opruimen, ook al zou ik daarbij moeten horen."
Buñuel was, net als zijn collega-surrealisten uit de jaren twintig, een voorstander van terrorisme, zolang die niet geïnspireerd werd door politieke of religieuze motieven: "Leve al degenen die een bom hebben willen leggen onder een wereld die het volgens hen niet waard was te blijven bestaan, en waarbij ze zelf mee de lucht in vlogen". Wie heeft er tegenwoordig nog het lef om zoiets te zeggen?
Wat is nu de finale conclusie die we kunnen trekken uit al deze wijze woorden? De conclusie is heel eenvoudig: trek je eigen conclusies.






