Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Dirk Deblauwe:
(Christel Stalpaert)
(Pieter De Buysser en Benjamin Verdonck)
(Ole Kloss & Jochen Stechman)
Nan Goldin in Centre Pompidou, Parijs.
CONDITION HUMAINE?
datum 09.12.2001
Nan Goldin geldt als één van de meest vooraanstaande fotografes van de laatste twee decennia. Ze registreert haar omgeving en biedt de kijker een blik op de marges van de samenleving. Goldin mist echter ontegensprekelijk een zekere rauwheid, die confrontatie uitlokt, en kreunt onder het juk van het esthetische. Dat maakt dat je als kijker in een problematische relatie komt te staan tegenover het afgebeelde. Het geheel schiet dus in zekere zin het doel voorbij, tenzij het absoluut niet als een betekenisdragend oeuvre dient beschouwd te worden. Het vakmanschap wordt haar fataal.

Dat vakmanschap is echter niet altijd aanwezig. Zo zijn een hoop foto’s die deel uitmaken van haar diaporama’s van wel heel middelmatige kwaliteit. De korte tijdspanne die je geboden wordt om ze te bekijken verhult dit geenszins. Op zich geen probleem, zou je zeggen. Het gaat hier nu éénmaal enkel en alleen om het schetsen van een omgeving binnen een bepaalde periode. Akkoord, maar haar diaporama’s resulteren in ‘plaatjes kijken’, en daar koel je je pap niet mee. Ik hoef niet zo nodig, nog maar eens, met mijn neus op de zinloze decadentie van de jaren tachtig gedrukt te worden. Als het dan toch moet, dan liefst zo pijnlijk mogelijk. En de situatie waarin ze je hier brengt bewerkstelligt dit niet. Tenslotte vervang je hier haar vrienden die toen maar al te graag zichzelf zagen figureren in de foto’s van Goldin. Misschien zou de registratie van een dergelijke onderonsje wel toepasselijker geweest zijn.

De veresthetisering van een vrijend homokoppel of het exuberante travestietenmilieu brengen hierin dan ook niets bij. Wat een aanval op de grenzen van taboes en de daaraan gekoppelde schaamte zou moeten zijn, wordt door die veresthetisering heel magertjes. Het ontbeert de kracht die een dergelijke actie zou moeten bezitten.

Het uit snapshots gebouwde oeuvre verliest de kwaliteit van de directheid (rauwheid?) die een dergelijke werkwijze impliceert. Dit wordt ongetwijfeld veroorzaakt door de filtering van het geregistreerde, steunend op esthetische maatstaven. Snapshots zijn er ‘en masse’, en dat wordt niet goedgemaakt in de diaporama’s, en al helemaal niet in de rest van het tentoongestelde. De zo vaak in kunstboekjes vermelde kunde van Goldin, het weergeven van de ‘condition humaine’ op het einde van de twintigste eeuw, bestaat niet. Goldin zou hier misschien wel in slagen mocht de filtering van haar snapshots niet plaatsvinden, en deze in een stortvloed op de kijker losgelaten worden. Een condition humaine laat zich nu eenmaal niet voelen in de absolute fragmentariteit, en zeker niet in eentje die nogal expliciet geconstrueerd is door de fotografe zelf.

Arrogantie gaat onvermijdelijk samen met de val, daar ze steunt op het artificiële. En wat was er arroganter dan de jaren tachtig? Goldin ondervond het aan den lijve, ze crashte, en na het licht gezien te hebben in een of ander ziekenhuis wijdt ze zich devoot aan het in beeld brengen van de nare gevolgen van dit decennium. Aids wordt één van haar hoofdthemata. Maar…
Het ‘midden in staan’ van Goldin, dat zich nog duidelijk laat voelen in de foto’s uit de jaren tachtig, verdwijnt volledig in wat er in de jaren negentig door Goldin wordt ‘geproduceerd’. Het maakt het werk nog sterieler, en bijgevolg ook zinloos binnen iets als beeldende kunst. Technisch gezien zijn deze werken prachtig, wat bewijst dat Goldin een uitstekende fotografe is. Maar de invulling van het beeld ontbreekt, en dat positioneert Goldin perfect. Ze is de bril van de mondaine burger geworden, die zich maar al te graag door haar lens laat beroeren in één of andere vrijgevochten enscenering.

Goldin maakt in het Centre Pompidou eens te meer duidelijk hoe moeilijk het is voor iets als fotografie om zich te positioneren binnen die beeldende kunsten, en hoe moeilijk het is voor ons om daar de begrenzingen van te her- en erkennen. Wat nog kan voor het oeuvre uit de jaren tachtig, is een verloren zaak voor dat in het daaropvolgende decennium.

Nan Goldin, Centre Pompidou, tot 31 december 2001.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie