Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Stoffel Debuysere:
interview met Phill Nilock, 'The Forgotten Minimalist'
Christian Fennesz op zoek naar de perfecte popsong.
Christian Fennesz op zoek naar de perfecte popsong.
FENNESZ: DE KRACHT VAN DE VERBEELDING
datum 07.12.2001
rubriek Muziek
Een van de meest verrassende platen van het (bijna) voorbije jaar was ongetwijfeld Endless Summer van Fennesz. Deze Oostenrijkse muzikant bouwt met behulp van mimimale elektronika fantasierijke klankbeelden die steeds explicieter lonken naar popmuziek - "ik wil de fijne lijn tussen 'cheezy' en goeie smaak verkennen."


Christian Fennesz is een gepassioneerd man. Hij praat graag en vol enthousiasme over muziek en klank, over muzikanten en vrienden. Tegenwoordig wordt hij in een adem genoemd met artiesten als Oval of Autechre die algemeen beschouwd worden als grote verruimers van elektronische muziek, maar die status kan hem gestolen worden. Fennesz is in hart en nieren een liefhebber van popsongs, wat duidelijk naar voren komt op het recente Endless Summer : een magisch werkstukje waarop elektronische klanktapijten verweven worden met verrukkelijke melodieën. Op deze plaat doorprikt hij zijn gêne voor popsensibiliteit en melodie, die vorige -eveneens schitterende- platen als Hotel Paral.lel of plus forty seven degrees 56' 37"minus sixteen degrees 51' 08" zo abstract liet klinken. Endless Summer is, zo lijkt het wel, de juiste plaat op het juiste moment: toegankelijk in structuur en avontuurlijk van klank, de gapende kloof tussen de werelden van 'mainstream' pop- en academische elektronische muziek overbruggend. Wat maakt dat de muziek van Fennesz nu opeens onverwachts opduikt in onverdachte cafés, culturele centra en popmedia (de Humo, de Oor en God beware, zelfs Mao!). Hallo?

"Ja, ik heb ervan gehoord toen ik laatst in Utrecht moest spelen. Ik sloeg echt achterover van verbazing, maar ik moet zeggen dat het me enorm veel deugd doet. Het is een goeie zaak, want eigenlijk zie ik mezelf niet zo gerelateerd aan de elektronica en labtop-scène waar ik mijn imago normaal gesproken zou moeten op afstemmen. Met dit laatste album ging ik duidelijk in een richting die meer met pop- en rockmuziek te maken had, ik was blij dat mensen, ook binnen de labtop scène, dit begonnen te realiseren."
"Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in zowel pop als elektronische muziek. Ik ben enorm gefascineerd door de mogelijkheden van geavanceerde klanktechnologie, maar tegelijkertijd is mijn grootste uitdaging het maken van een perfecte popsong, als een drie minuten durend filmpje dat alles vertelt. Dat is het moeilijkste om te doen: je kunt uren, dagen aan een stuk aanmodderen, zonder risico's te nemen, zonder de juiste, heldere stappen te nemen.. . De simpliciteit van popmuziek, het soms verheffende en hypnotische effect ervan vind ik veel interessanter dan veel avant-garde werken die de laatste dertig jaar gemaakt zijn. De klanken intrigeren me veelal wel, maar niet de structuren."
"Ik ben er zeker van dat het volgende album helemaal anders zal klinken. Voor Endless Summer had ik de zelfzekerheid opgedaan om heldere melodieën te laten horen, ervoor was ik gewoon te verlegen om die op de voorgrond te plaatsen - ook wel omdat ik er van hou om dingen te verbergen, voor mij werkt het niet om alles te presenteren 'zoals het is'. De richting die mijn werk nu uitgaat is veel interessanter voor mij als muzikant en producer, het is een grotere uitdaging. Het lijkt misschien niet zo, maar het is veel harder werk omdat melodieuze muziek algauw te 'cheezy' dreigt te klinken. Deze fijne lijn tussen 'cheezy' en goeie smaak is het gebied dat ik wil verkennen."

De muziek van Fennesz klinkt allesbehalve 'clean', maar haalt zijn emotionele impact voor een groot deel uit het 'imperfecte' klankbeeld. Op tracks als 'Caecilia' of 'Endless Summer' krijg je schimmen van gitaarakkoorden te horen, onderbroken door haperende clicks en cuts, op de achtergrond van prikkelende elektronische geluiden resoneren verminkte melodieën, die door hun onvolledigheid de verbeelding van de luisteraar fel op de proef stellen. De avontuurlijke esthetiek van Fennesz is ingegeven door muzikanten als Skip Spence of Lee 'Scratch' Perry, die een vorm van sonisch surrealisme hanteerden om, met behulp van minimale middelen, hun muziek in te kleuren. Een andere legendarische cultfiguur die een enorme impact heeft op Fennesz is Nuno Canavarro, een mysterieuze Portugese muzikant die een enkele plaat uitbracht, het van 1988 daterende Plux Quba, een rijke en warme electronikaplaat die als blauwdruk diende voor acts als Mouse On Mars en Oval.
"Mijn esthetiek is soms gewoon het resultaat van mijn luiheid om dingen uit te werken (lacht), maar ook om het voorlopige resultaat te aanvaarden als iets dat werkt, iets dat in de meeste gevallen interessanter klinkt. Die aanpak is niet nieuw voor mij, het is een parameter die ik in al mijn werk gebruik."
"De studio waarin ik werk heeft een heel minieme setup, vergeleken met andere muzikanten beschik ik over haast niks: een computer, twee-drie gitaren, enkele effectpedalen, een kleine mixingdesk, een modular synth, een monitor en dat is het zowat. Ik hou van het idee van restrictie. Ik heb recent wat onderzoek gedaan naar de opnametechnieken van Canavarro- gewoon omdat ik zijn werk zo ontzettend boeiend vind- en het bleek dat hij enkel gebruik maakte van een 8 track recorder en een oude Ensoniq sampler- toevallig dezelfde Ensoniq EPS 16 die ik gebruikte op mijn vorig werk. Weet je, ik lees nu op het internet dat Hotel Paral.lel beschouwd wordt als een 'mijlpaal' in digitale computermuziek, terwijl er niet eens een computer bij te pas kwam! Ik heb die plaat gewoon opgenomen met die Ensoniq sampler en een heel oude Attari met een Cubase sequencer, dat was het..."
"De uitdaging is om de muziek rijk te laten klinken en daarvoor moet je echt in detail gaan, constant op zoek gaan naar nieuwe wegen. Het is goed om minimale mogelijkheden te hebben en dan verschillende manieren te vinden om te verkrijgen wat je wil horen. Ik heb reeds in grote studio's gewerkt - nu ben ik er min of meer aan gewend, maar in het begin dat echt een ramp: ik kon het gewoon niet aan. Ooit was ik in de studio met Tangerine Dream (legendarische Duitse krautrock band, sd), die momenteel in de V.S. shitloads geld verdienen met soundtracks te maken. Ze beschikken over een studio met alle technische snufjes waar je van kunt dromen. Op een zeker moment had ik iedere synth en iedere effectbox die er was eens uitgeprobeerd, maar na een tijdje ging ik zitten aan een aftandse piano die ergens in een klein hoekje verscholen stond … het was gewoon te veel voor mij, weet je. Het past mij beter om in een minimale setup te werken."
"Tijdens de productie van Endless Summer werd ik totaal in beslag genomen door literatuur over klassieke opnamemethodes, de technieken die Phil Spector gebruikte, hoe Brian Wilson Pet Sounds en Smile opnam… . Ik vind dit alles zo fascinerend, zelfs de manier waarop ze een microfoon voor een versterker zetten, wat ze uitprobeerden met de ruimtes en zo.Er was een specifieke plaat waar ik totaal ondersteboven van was, een klassieke, bijna saaie opname van Stan Getz en Astrud Gilberto (de classic bossa-nova plaat Getz/Gilberto, 1963, sd). Je moet echt eens luisteren hoe ze opgenomen werd: gewoon met twee microfoons in een enkele kamer, maar je kunt gewoon alles zo precies horen… ongelooflijk! In die tijd was ik vooral daarmee bezig, maar aan de andere kant was ik ook geïnteresseerd in computersoftware en digitale gekheid. Ik wilde die twee aspecten proberen te combineren."
"Op een bepaald moment had ik de muziek van Endless Summer digitaal gemastered op de computer, maar het werkte absoluut niet: het klonk koud en vervelend. Dan ben ik naar de studio een vriend van mij, Patrick Pulsinger (van de Vienna scene, sd), gestapt en we hebben alles door een compressor gestuurd, dan opnieuw op tape en een 2 track Tudor machine en van daaruit op computer in 24 bit resolutie een cd gemaakt. Op die manier klonk alles juist goed voor mij."

Veel klanken in het werk van Fennesz zijn met een gitaar ingespeeld. Net als componisten als Rafael Toral, Robert Hampson (Main) of Merzbow exploreert hij de klankmogelijkheden van de gitaar en plaatst de bevindingen in een nieuwe, vaak digitale context. Eenvoudige gitaarakkoorden worden gekneed tot bezwerende klankschimmen, feedback texturen worden uitgesponnen tot doorschijnende noisetapijten.
" Mijn ouders gaven me een gitaar toen ik een jaar of 10 was. Ik begon onmiddellijk liedjes van de radio na te spelen, mijn Deep Purple platen ook (lacht). Ik ging gewoon niet meer uit, ik zat gewoon de hele dag gitaar te spelen. Later ging ik het instrument bewerken met ijzerdraad en zo, gewoon om andere klanken te verkrijgen…"
"Veel stukken in mijn werk zijn gebaseerd op gitaarspel. Als ik bijvoorbeeld een mooie harmonie wil verkrijgen, een combinatie met een baslijn of een melodie, gebruik ik nog steeds mijn gitaar. Meestal sample ik dat stukje, pruts ermee tot er een 'foutje' opduikt die ik interessant vind etc.. Veel dingen zijn het resultaat van studio snufjes, synthesizers, effectboxen … . Het is eigenlijk gewoon een mengelmoes van alles dat in mijn studio ter beschikking staat."

Een klein vraagje tussendoor: een van de vele dromen van Johan Loones van het (K-RAA-K)3 label - een dwarskop van formaat- is om Fennesz enkel met een akoestische gitaar te laten optreden.
"Wel, ik heb er eigenlijk de laatste tijd over zitten nadenken, het zou wel interessant kunnen zijn…"

Wordt misschien wel vervolgd, dus.
De laatste vijf jaar heeft Fennesz een heuse reputatie opgebouwd binnen het Europese en voornamelijk Oostenrijkse kunstwereldje. Als performer op allerlei Culturele (met grote C) happenings, maar ook als componist voor dans en film. Enkele composities zijn op cd verschenen zoals Instrument (voor de gelijknamige kortfilm van Jurgen Moritz en Norbert Pfaffenbichler, 1998) en Il Libro Mio (voor een choreografie van Tanz*Hotel stichter Bert Gstettner, 1998).
" Ik heb behoorlijk veel spullen geschreven voor dansgezelschappen, TV documentaires, CD-Rom projecten etc. . Het dans en theaterwerk staat misschien wel het dichtst bij wat ik op mij platen doe, maar uiteindelijk is het gewoon een job waar ik mijn geld mee verdien."
"Op dit moment werk ik aan een project dat mij heel erg fascineert. Het is een soundtrack voor een film, Blue Moon, een soort roadmovie die zich afspeelt in de Oost-Europese staten. De regisseuse en ik hebben heel wat gepraat over het opzet en we zijn tot de overeenkomst gekomen dat ik enkel gebruik zal maken van een gitaar en een Fender Rhodes piano, met maar een kleine beetje elektronica op de achtergrond. Het wordt eigenlijk een superminimale klassieke opname, iets helemaal anders dan mijn vorig werk: je moet je een Stratocaster inbeelden die heel trage jazzakkoorden speelt bovenop een Fender, maar op een manier waarop je toch kunt horen dat het van mij komt. Ongelooflijk fascinerend!"

In een recent interview in The Wire vernoemt Fennesz de films van Chris Marker. als grootste invloedsbronnen. Deze enigmatische Franse regisseur werkt sinds de jaren vijftig aan een oeuvre dat uitblinkt door zijn poëtisch en meditatieve impact. Marker verwierp conventionele narratieve structuren en maakte veelal gebruik van stills, voice-overs, avontuurlijke montagetechnieken en evocatieve soundtracks. In de meeste van zijn overwegend non-fictie films verwerkt hij zijn fascinatie voor (de paradox van) het geheugen, (de manipulatie van) de tijd en het reisgevoel, zo ook in zijn enige fictie werk, de science fiction film La Jetée (1962), een meesterlijk halfuur durend parabel, dat bijna uitsluitend bestond uit stilstaande beelden en een voice-over vertelling -een tiental jaar geleden werd het verhaal door Terry Gilliam geadapteerd voor 12 Monkeys. Latere documentaires als Le fond de l'air est rouge (1978) of Sans Soleil (1982) zijn etnografisch getinte essays over thema's als civilisatie en de-individualisering. A.K. (Akira Kurasawa)(1985), Tarkovsky (1986) en Une Journée de André Arsenevitch (1999) zijn dan weer persoonlijke hommages aan grote regisseurs. De laatste jaren is Marker vooral actief in de wereld van televisie en multimedia.
"Ik ben reeds verschillende jaren ontzettend gefascineerd door zijn werk. Toen ik als 19-jarige pas in Wenen aangekomen was, zag ik toevallig Sans Soleil in de cinema. Het was als een raket in mijn hoofd… ik denk dat ik er acht keer ben naar gaan zien! Ik ben nog altijd constant zijn films aan het bekijken, boeken over zijn werk aan het lezen… . Ik weet niet precies wat het is, ik denk dat het te maken heeft met zijn aanpak om ook dingen te verbergen en op een indirecte te spelen met geheugen en emotie. Het is zo moeilijk om uit te leggen, maar zijn werk is zo ongelooflijk mooi…"
"Sinds ik dit gezegd heb in The Wire wordt ik overspoeld door emails van Chris Marker fans. Het is een zeer interessante scène, allemaal heel aardige mensen. Iemand uit Japan schreef over een bar in Tokio, 'La Jetée' genoemd, waar Marker de ganse tijd zit, zijn schilderijen -allemaal tekeningen van katten- hangen boven de bar (lacht). Misschien ga ik er wel ooit eens langs."

De collaboratie projecten waar Fennesz in betrokken is geweest, zijn quasi ontelbaar. Samen met Christof Kurzmann maakte hij in het begin van de jaren negentig deel uit van de 'art-rock' formatie Maische, enkele jaren later bundelden ze opnieuw hun krachten in Orchester 33 1/3 , een uitgebreid gezelschap dat à l'improviste free-jazz en elektronica in avant-garde structuren goot. M.I.M.E.O. (Music in movement Electronic Orchestra) is een twaalfkoppig improvistatie-gezelschap, waar naast Fennesz ook Keith Rowe, Markus Schmickler, Peter Rehberg (Pita), Kaffe Matthews en Rafael Toral toe behoren. Een soortgelijk opzet, maar iets speelser is Fennoberg , waarmee Fennesz, Jim O'Rourke en Pita allerlei gekheid uit hun Powerbooks toveren. In het verleden werkte hij ook samen met o.a. Gustav Deutsch, Rosy Parlane, Merzbow, Phillip Jeck, Alec empire, Kevin Drumm, Elliot Sharp, om er maar een paar op te noemen. Ik vraag hem naar de niet voor de hand liggende samenwerking met Iva Bottova, de Tsjechische stemkunstenares en violiste, die begin dit jaar georganiseerd werd ter gelegenheid van de '4020' kunsthappening.
"O, mij god, dat was verschrikkelijk. Zo slecht, je kunt het niet geloven, een ware marteling. Iva Bittova is een erg belangrijke muzikante, maar we pasten gewoon niet bij elkaar. Op dergelijke festivals willen organisatoren altijd muzikanten samenbrengen om iets 'unieks' te verkrijgen, maar in de meeste gevallen werkt het gewoon niet. Ik heb dan ook beslist om een tijdje te stoppen met dergelijke collaboraties, het interesseert me gewoon niet meer…"
"Er waren wel een paar mensen met wie ik wel graag heb samengewerkt, zoals Rosy Parlane - daarvan is een mooie live-registratie verschenen (Fennesz/Rosy parlane: live 3" op het Nieuw-zeelandse Synaethesia, sd)- of Kaffe Matthews. Er zijn nog twee projecten waar ik af en toe in participeer: twee keer per jaar treed ik op met M.I.M.E.O., gewoon om de 'speler' in mij levende te houden en natuurlijk Fennoberg, wat eigenlijk gewoon een fun-project is. Jim en Peter zijn heel goeie vrienden van mij en de eerste tour en plaat waren eigenlijk meer bedoeld als grap, maar de laatste twee shows, in Wenen en Parijs, gingen wel een andere richting op. Binnenkort verschijnen de opnames ervan en het klinkt alsof Fennoberg volwassen geworden is: volwassen, maar nog altijd kinderachtig (lacht)."
"Dat zijn de enige projecten waar ik plezier aan beleef, de rest heb ik laten vallen. Voor een tijdje was het voor mij interessant om samen te werken met andere mensen, om hun werkwijze te observeren, maar ik heb er nu wel genoeg van."

www.multsanta.madvision.co.uk/fennesz



Foto's: Bart stolle
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie