Joseph Heller (1923-1999) diende tijdens WO II bij de V.S. Luchtmacht. In de jaren vijftig schreef hij catch-22, het boek verscheen in 1961 en was een instant-klassieker / bestseller. In het boek beschrijft Heller de gebeurtenissen op en rond de basis van het 256ste squadron van het 27ste leger van de US-Airforce op Pianosa, een nietig eilandje tussen Corsica en Italië. De periode die wordt beschreven situeert zich medio 1944, na 4 lange oorlogsjaren. In een 500-tal pagina’s krijgen we een zicht op de situatie op de luchtmachtbasis, die representatief is voor de oorlog in zijn geheel. Ogenschijnlijk triviale gebeurtenissen worden uit tal van perspectieven belicht, waardoor de complexiteit van de situatie sterk in de verf gezet wordt, maar waardoor eigenlijk voornamelijk de ridiculiteit en de obsceniteit van de oorlog wordt uitvergroot. Heller doet dit in een zelden geëvenaarde schrijfstijl. De verteltrant is tegelijkertijd cynisch, vulgair, spitsvondig, geestig, confronterend, ontroerend, … Het is vooral de mix van zwarte humor met een grote gevoeligheid, die dit boek zo sterk maken, probeer het maar eens te bescheuren van het lachen terwijl je een bittere pil doorslikt.
Het verhaal wordt bijeengehouden door enkele gebeurtenissen, enkele locaties, maar vooral door de personages. Het duiden van de bewuste gebeurtenissen en locaties - de basis in Pianosa en een bordeel in Rome te nagelaten - zou me te ver voeren. De personages zijn echter niet buiten beschouwing te laten, hun identiteit overstijgt hun feitelijke bestaan in het boek. Centrale spil in het boek is bommenrichter Yossarian. Hij is een Amerikaan van Georgische origine, voor wie de oorlog lang genoeg geduurd heeft. Hij is er van overtuigd dat de vijand erop uit is hem persoonlijk te vermoorden. Elk excuus is geldig om geen gevechtsmissies te moeten vliegen. Laat dat nu net hetgeen zijn waarmee de antagonist, basisoverste kolonel Cathcart, Yossarian dwarsboomt. Cathcart wil koste wat kost generaal worden. Deze ambitie maakt de man paranoïde in zijn pogingen om in de smaak te vallen bij zijn twee oversten, generaal Dreedle en generaal Peckem, die -hoe kan het ook anders- elkaars perfecte tegenpool zijn. Cathcart tracht maar promotie te maken door zijn piloten het meest aantal missies te laten vliegen van de hele luchtmacht, dit tot wanhoop en woede van de hele basis. Allemaal tevergeefs overigens, want de promotie gaat naar generaal Scheisskopf, wiens enige beslommering het is de mannen te zien paraderen.
Yossarian kent in zijn strijd tegen het opvoeren van het aantal gevechtsmissies slechts steun van enkelen. De verder overigens algemeen beschimpte basispredikant is een trouwe bondgenoot. Een andere vriend, messofficier Milo Minderbinder, heeft echter geen enkel belang bij het beëindigen van de oorlog. Als voorzitter van de n.v. M(ilo)&M(inderbinder) maakt hij immers winst door de oorlog. Eieren die hij op Malta koopt voor 7ct. en doorverkoopt op Pianosa voor 5 ct. Leveren hem 6 ct. winst op. Reken maar na, daar is fraude in het spel. Deze fraude wordt getolereerd omdat iedereen volgens Milo profiteert van zijn handel: iedereen is aandeelhouder van M&M (“wat goed is voor het syndicaat is goed voor de aandeelhouders”). Hij verhandelt naast Maltese eieren (die eigenlijk uit Sicilië afkomstig zijn) ook Napolitaanse Whisky (die uiteraard uit Schotland komt), groene bananen, vanillestokjes, artisjokken en erwten. Deze handel levert hem onder andere de titels op van burgemeester van Palermo, assistent gouverneur van Malta, vice-sjah van Oran, kalief van Bagdad, Imam van Damascus, en graan- rijst- en regengod in een achterlijk Afrikaans landje. Milo’s spitse neus voor zaken levert de man ook een kwalijke naam op, als hij in onderaanneming van de Duitsers de basis van Pianosa bombardeert met eigen vliegtuigen, of wanneer hij de hele Egyptische katoenoogst opkoopt, dewelke hij aan de straatstenen niet kwijt geraakt en ze dan maar met chocoladesaus overgiet om ze aan de piloten op Pianosa te voeren.
De oorlog waaraan Yossarian probeert te ontsnappen volgt een meedogenloze logica. Het bombarderen van onbewapende en strategische onbelangrijke steden is volkomen legitiem. Het enige criterium waaraan het succes van een bombardement wordt afgemeten, is het bommen-patroon. Als het bommenpatroon mooi gestructureerd is, vervalt het belang van de geraakte doelwitten op zich. Ontsnappen uit een oorlog zonder een greintje ratio is helaas onmogelijk. Deze cynische vaststelling wordt verwoord als “Catch-22”. Wat houdt de Catch-22 in? In een gesprek met Doc Daneeka, een legerarts die niet meer bestaat omdat hij administratief dood verklaard is, over de kwestie of het gek verklaren van een piloot die piloot vrij stelt van zijn plicht om gevechtsmissies te vliegen, verwoordt Yossarian Catch-22 als volgt:
“ Okay, let me see if i’ve got this straight. In order to be grounded, i’ve got to be crazy, and i must be crazy to be flying, but if I ask to be grounded, that means i’m not crazy anymore and have to keep flying.”
Yossarian moet dus blijven vliegen, ongeacht het feit dat hij ontegensprekelijk gek aan het worden is. Aan de basis van zijn tanende mentale gezondheid liggen traumatische oorlogs-ervaringen, die slechts druppelsgewijs in het boek doorsijpelen. Deze aanpak van Heller maakt het verhaal echter des te tragischer. Dood en lijden vormen de achtergrond van deze aanklacht van de waanzin van de oorlog. Catch -22 behelst de meedogenloze paradox die elke oorlog is, Catch-22 is de ratio van het irrationele. Welke agenten Heller verantwoordelijk ziet voor deze waanzin, is duidelijk. Vooreerst is er het leger en de haar inherente bureaucratie. Promoties en de bijhorende achterdocht, belichaamt door o.a. de paranoïde kolonel Cathcart, de dwangmatige parades van generaal Scheisskopf en de administratieve dood van doc Daneeka illustreren waarom in een verstikkende bureaucratie een zinloze oorlog blijft duren, waarom de interne fouten onopgemerkt blijven. De andere factor die door Heller met de vinger wordt gewezen is de greep van de economie op de oorlog, verbeeld door Milo’s M&M syndicaat, dat haar eigen aandeelhouders bombardeert voor de winst die hen dat oplevert. Heller’s analyse van de oorlog is lucide, en dat verklaart de actuele waarde van dit boek. Catch-22 heeft immers nog niets aan zeggenschap moeten inboeten, dat bewijst elke oorlog opnieuw. Geen enkele soldaat of burger sterft immers omwille van een ideaal (vergeet saving private Ryan), maar omdat zijn of haar dood niet verhinderd werd door een instelling, noem het een systeem, dat wel degelijk bij bij machte was om die dood te verhinderen.
Catch-22 is in 1971 verfilmd met onder meer Allan Arkin, Orson Welles en Jon Voight. Het boek wordt in een goede vertaling uitgegeven door flamingo-pockets, niet duur.






