Paul Nougé behoorde tot de surrealistische groep Correspondance die in 1924 in Brussel gesticht werd. De voornaamste betrachting van de Brusselse surrealisten was de onderwerping van het esthetische aan een ethisch oordeel. Alhoewel de Brusselse surrealistische groep ongeveer rond dezelfde periode ontstond als de Parijse groep rond André Breton, deed zich niet lang nadien een schisma voor. De Brusselaars scheurden zich af van hun Franse tijdgenoten. De 'écriture automatique', die volgens Breton essentieel was voor het surrealisme, werd door Brussel resoluut afgewezen. De Brusselaars kozen doelbewust de kant van de communistische partij. Via de kunst wilden ze een min of meer radicale revolutie bewerkstelligen. Dat muziek hierin een grote rol speelde, was duidelijk. Voor Nougé, Souris, Mesens, Scutenaire en Magritte droeg kunst in het algemeen en zeker de muziek een mysterieuze, revolutionaire kracht in zich.
Dat was aan de pausen van het Franse surrealisme, met Breton als grote voorganger, niet besteed. André Breton geloofde niet dat muziek tot een maatschappelijke omwenteling kon bijdragen. Hij was immers van mening dat - in tegenstelling tot woorden of beelden - muziekcomposities onmogelijk het onbewuste of het verbeelde konden uitdrukken. Muziek kan dus ook geen betekenis hebben in 'de wil van de surrealisten om de wereld te veranderen', meende hij. Breton zette zijn standpunt voor het eerst uiteen in zijn essay 'Le Surréalisme et la Peinture' dat gepubliceerd werd in het tijdschrift 'La Révolution Surréaliste' in juli 1925. Hij herhaalde daarna nog verscheidene keren zijn mening en hij werd hierin gevolgd door het merendeel van de Franse surrealisten.
SOURIS
In Brusselse kringen werd de muziek door de surrealisten al heel vroeg beschouwd als een geprivilegieerd uitdrukkingsmiddel voor surrealistische én revolutionaire acties. Paul Nougé, hoofd van de groep, ontwikkelde dit idee reeds in 1929 in een uiteenzetting die als inleiding diende voor een concert. De tekst verscheen in 1946 onder de titel 'La Conférence de Charleroi'. Die verhandeling wordt nog steeds beschouwd als één van de belangrijkste teksten van het Brusselse surrealisme. De tekst werd in 1946 vertaald in het Engels onder de titel 'Music Is Dangerous'. 'La Musique Est Dangereuse' is niet alleen uit historisch oogpunt een belangwekkende tekst. Het is tevens deze tekst die deze obscure Brusselse, surrealistische schrijver, die overigens consequent een schrijverscarrière weigerde, grotendeels van de vergetelheid redde.
Nougé interesseerde zich van in het begin voor muziek. Hij was gedurende tien jaar gehuwd met de zangeres en pianiste Paule Deschamps. Hij frequenteerde de opera en bezocht regelmatig concerten. De gemeenschappelijke smaak van het paar reikte van Bach tot Satie en van Wagner tot Debussy. Later schreef hij teksten voor de Franse chanteuse Barbara. In een dagboeknotitie uit 1941 uitte hij zijn interesse voor muziek door te stellen dat hij steeds 'op een muzikale manier dacht en dat hij zijn ideeën op een muzikale manier opbouwde'.
Die liefde voor muziek dreef ook zijn vriendschap met de Brusselse componist André Souris. Souris werd samen met de jonge muzikant Paul Hooreman opgenomen in de groep rond Correspondance. Souris had briljante studies aan het Brusselse conservatorium afgelegd toen hij in contact kwam met Nougé en zijn surrealistische troepen. Nougé zou gedurende een tiental jaar handig gebruik van de diensten van Souris om zijn eigen revolutionaire ideeën te realiseren en om performances en opvoeringen te organiseren. In 1936 brak hij met Souris toen die de opdracht aanvaardde om het Brussels Symfonisch Orkest te dirigeren. Dergelijke ambitie strookte niet met de revolutionaire sympathieën van de Brusselse surrealisten. Souris werd uit de groep gegooid.
ORPHEUS
De commentaren van Nougé over muziek werden in 1946 gepubliceerd in het tijdschrift 'Le Miroir Infidèle' van de Brusselse surrealist Marcel Mariën. Enige tijd later verscheen in het New Yorkse tijdschrift 'View' een Engelse vertaling van het artikel. In zijn verhandeling constateert Nougé dat er twee verschillende noties bestaan over muziek: de enen zien in muziek slechts een onschuldig divertimento zonder verregaande gevolgen. Anderen hechten een bijna magische betekenis aan de muziek en zien er een voortzetting in van de Orpheusmythe.
Tegenover deze tweespalt plaatste Nougé de noodzaak van een subjectieve introspectie. Muziek heeft een invloed op de luisteraar omdat die zich nooit passief gedraagt tijdens de beluistering. Hij oordeelt niet over iets dat buiten hem ligt maar hij neemt tegelijk deel aan een ervaring die veel meer indruk op hem kan maken dan woorden of beelden. Muziek krijgt precies dat magische omdat ze niet terug te brengen is op louter beelden of taal. Muziek is in se onbenoembaar en onbeschrijfbaar in woorden of beelden.
Een muziekcompositie is immers geen verzameling van ideeën die refereren naar duidelijke concepten. Muziek is geen uiting van rationele intelligentie. Een muziekcompositie behoudt een mysterieus en occult karakter en wekt gemoedstoestanden op die gewenste of ongewenste effecten kunnen opleveren. Nougé is er dus van overtuigd dat muziek een psychologisch effect heeft op de luisteraar en sociale implicaties teweegbrengt die de componist wel kan controleren maar onmogelijk volledig kan beheersen.
EXPERIMENT
Hoe dus zo te handelen opdat muziek geen 'middelmatig, nutteloos of futiel' effect oplevert? Nougé verwerpt vooreerst de stroming die de zogenaamd 'objectieve' muziek hoog in het vaandel voert. Hij wijst op de onmogelijkheid om een objectieve muziek te componeren die elke psychologische of sociale impact uit de weg gaat. Hij bekritiseert eveneens het puur formele experiment - het experiment om het experiment - dat onbegrijpbaar is voor zij die niet op de hoogte zijn van de allerlaatste ontwikkelingen van een steeds veranderend muziekdiscours.
Wat stelt hij dan voor als alternatief? Het muzikale 'experiment' moet voor hem gevoelens opwekken. Muziek moet gebruik maken van het experiment om de luisteraar in een bepaalde gemoedstoestand te brengen. De experimentele opties die men als componist neemt, moeten de bedoeling hebben om met muzikale middelen op de wereld van de luisteraar in te werken. In tegenstelling tot de 'zuivere kunst' van de modernisten, vragen Nougé en de Brusselse surrealisten een art efficace die niet de functionele kunst is van sommige vertegenwoordigers van de moderniteit maar een kunst die voortdurend contesteert. Hij pleit voor een revolutionaire kunst die de gevestigde orde in vraag stelt.
Nougé is voor ons wel bijzonder actueel wanneer hij de opmerking maakt dat het in ons oordeel over muziek misschien wel tijd is om opnieuw gevoelens uit te vinden. Misschien moeten we zelfs de grote passies zoals liefde en haat weer bovenhalen. Voor Nougé is het surrealisme immers eerst en vooral een manier van zijn: een geesteshouding, die gekenmerkt wordt door een opstand tegen de huidige toestand van de wereld en een wil om de wereld op alle mogelijke manieren in vraag te stellen. Schilderkunst, dichtkunst en muziek behoren dus hun revolutionaire rol te vervullen om efficiënt te zijn. Muziek moet dus opnieuw gevaarlijk worden.
BESLUIT
Nougé geeft een aanzet en blijft vaag in zijn aanwijzingen. Hoe het precies moet met de uitwerking van die 'revolutionaire muziek', daar gaat hij niet op in. De actualiteit van de tekst ligt hem echter vooral in het feit dat het ethische doel dat toegeschreven wordt aan de muzikale creatie ook van toepassing is op de poëzie, de schilderkunst en andere kunstvormen. Ondanks de gebrekkige invulling van de concrete gevolgen van zijn stellingen kunnen we er toch een voorzichtige eindconclusie aan koppelen. In een tijd waarin Hindemith, Strawinsky en Schoenberg gevierd werden als experimentele componisten keerde Nougé zich bewust tegen het objectivisme én tegen het puur formele experimentalisme. Hij pleitte daarentegen voor een terugkeer naar gevoelens in de kunst. Hij wijst op de subversieve kracht van muziek om de realiteit te veranderen en om revoluties te ontketenen.
Gevaarlijk is muziek die aanzet tot contestatie. Gevaarlijk is muziek die een invloed heeft op de samenleving en revoluties ontketent. Trek deze visie open naar andere kunstvormen en je zal besluiten dat een gedicht veel meer moet zijn dan poëzie en dat een schilderij meer moet zijn dan alleen maar schilderkunst. Een muziekstuk zal bijgevolg ook altijd meer moeten zijn dan de optelling van zijn verschillende onderdelen. In de meer dan vijftig jaar die ons scheiden van de tekst van Nougé is de muziek ingrijpend veranderd: in vogelvlucht citeren we de jazzrevoluties van de jaren vijftig, de poprevolutie van de jaren zestig, de punkbewegingen aan deze en gene kant van de grote plas, de grote house- en technorevoluties van de jaren tachtig en negentig. Kunnen we stellen dat dit allemaal (r)evoluties waren in vorm maar niet in inhoud? Nog nooit in de geschiedenis is muziek zo allesomvattend geweest en tegelijk mateloos en krachteloos ingekapseld in de neoliberalistische premisses van snel heel veel geld verdienen… Vijftig jaar na Nougé blijft het wachten op een revolutie van gevaarlijke muziek. Misschien bedoelen we dit keer wel een echte, inhoudelijke omwenteling!
'La Musique Est Dangereuse' door Paul Nougé, teksten rond muziek, verzameld en ingeleid door Robert Wangermée. Uitgegeven door Didier Devillez Editeur, Brussel.






