URBANMAG: Kunnen we stellen dat Hypnoskull en Tunnel momenteel je 'hoofdprojecten' zijn? In welke mate - de (vrouwelijke) zang, die enkel bij Tunnel aanwezig is, even buiten beschouwing gelaten - verschillen ze eigenlijk van elkaar; ik heb namelijk de indruk dat ook Hypnoskull steeds meer evolueert in de richting van meer dansbaarheid, waar de techno-invloeden aanvankelijk vooral bij Tunnel overheersend waren...
Patrick: “Ja, zeer zeker. Eigenlijk beschouw ik Tunnel als hoofdproject, omdat het momenteel het meeste werk met zich meebrengt. We zijn met Tunnel nu een drietal jaar bezig, waarvan de laatste twee jaar hoofdzakelijk met opnemen voor de eerste full-cd. Ik ben nu meer dan 10 jaar met deze muziek bezig en stop niet onder stoelen of banken dat hét met Tunnel moet gebeuren... We willen met Tunnel een grotere sprong wagen dan met eender welk project voordien. Dat vergt serieus wat discipline en ‘planning’, alhoewel ik dat laatste eerder minder belangrijk acht. Goede muziek verkoopt zichzelf, denk ik. Al mijn soloprojecten, Hypnoskull op kop, zijn vooral op een ‘losse’ basis gefundeerd. Ik neem op wanneer ik wil, doe shows wanneer ik wil. De vrijheid is er heel groot. Met Tunnel moeten we dat allemaal wat beter plannen en afspreken, en dat vraagt nogal wat tijd. De projecten verschillen volgens mij toch heel sterk. Waar ik met Hypnoskull een eerder harde ondertoon volg met veel technoïde invloeden, is de Tunnel van vandaag meer gestructureerd en bevatten de meeste nummers zelfs subtiele arrangementen en wat ingewikkeldere opnametechnieken. Muzikaal is Tunnel ook het meer ‘poppy’ project, alhoewel ‘pop’ niet exact het juiste woord is. Tunnel is ook hoe langer hoe meer het project van Mieke M.; zij stuurt het geheel in de richting die zij wenst, ik ben de dienaar achter de knoppen. Hypnoskull evolueert inderdaad in de richting van de dansbaarheid, alhoewel ik nooit wil vervlakken in dat ‘basis’-concept van de meeste dance stuff tegenwoordig. Ik erger me blauw aan de tonnen shit die die nieuwe platenindustrie over de hoofden van het ‘alternatieve’ publiek uitstort. Hypnoskull heeft, en zal steeds grote ‘weerhaken’ hebben. Dansbaar, maar met een scherp kantje.”
URBANMAG: De voorbije zomer speelden jullie, tot veler verrassing, op het Pukkelpop-festival in Hasselt. Hoe kijk je nu terug op dat optreden, bijvoorbeeld als je het vergelijkt met jullie succesvolle 'North American industrial overdose tour' het jaar voordien? Hoe beoordeel je de reacties op de muziek in België en in het buitenland?Patrick: “Ja, wij waren niet in het minst verrast daarover! We hebben zowat overal gestaan met onze projecten; Europa, de VS, noem maar op, maar Hasselt-Kiewit, Pukkelpop, dat was onwaarschijnlijk. Ik heb steeds een wat afkerige gedachte gehad over de Belgische muziekscene tout court, maar in die stikkend hete tent van ChateauXkrapuul op Pukkelpop zijn mijn ogen opengegaan. Een aantal mensen zijn natuurlijk voor ons gekomen daar, maar het waren vooral jonge mensen die ons onmogelijk konden kennen die uiteindelijk de tent in beweging hebben gebracht, met naar het einde toe een hallucinant aantal dat zich écht aan het uitleven was op de muziek. Dat geeft écht veel meer voldoening dan voor een bomvolle zaal uitzinnige fans spelen in pakweg Los Angeles. Op dat moment weet je gewoon dat ook moeilijkere muziek als de onze moet kunnen. Dat er een groter publiek voor is, daar ben ik nu wel zeker van. Enfin, als Belgische act in de States voor totaal crazy fans spelen is zonder meer geweldig, maar alhoewel ik het nooit heb durven denken moet ik zeggen dat in je achtertuin spelen en even sterke reacties krijgen minstens even geweldig is. Ik beoordeel de reacties op onze projecten vrij nuchter voor de rest. Na al die jaren sta je nogal met beide voeten op de grond. Ik denk dat de eigenzinnige koers die we steeds gevolgd hebben de juiste manier was.”
URBANMAG: Dat concert had je te danken aan de positieve respons en vele airplay van het Hypnoskull-album Electronic Music Means War To Us in het Studio Brussel-programma Krapuul De Lux. Wat betekent de erkenning van een radiomonument als Luc Janssen voor jou?
Patrick: “Héél veel. Ik luister al jaren - als ik thuis ben - naar zijn programma’s omdat hij een van de weinigen is die echt andere zaken brengt en omdat hij zo’n enorm gevarieerde muzieksmaak heeft. Het is volgens mij iemand die echt gepassioneerd voor de muziek gaat, en die nu en dan ook echt extreme zaken durft te brengen. Samen met Eric Smout is hij het levende bewijs dat je niet noodzakelijk moet vastroesten in kleinburgerlijkheid als je ouder wordt, maar dat je als je het maar wil heel je leven jong kan zijn. Ik heb in ieder geval heel veel respect voor hen en waardeer hen enorm.”
URBANMAG: Iets wat me telkens frappeert bij jou, is dat je kwistig allerlei (bestaande of nieuwe) termen in het rond strooit als het er op aan komt de muziek van je projecten te omschrijven (bijvoorbeeld powernoise, hardtek, breakcore, industrial techno, ...). Anderzijds ben ik er van overtuigd dat je je niet zomaar in een welomlijnd ‘genrehokje’ wil laten duwen. Waarom al dat gegoochel met namen? Patrick: “Tja, het is eigenlijk een beetje zoals in de mainstream, waar het kind ook telkens een naam moet hebben. Ik refereer naar die ‘genre’-namen omdat onze muziek in die scenes aan bod komt. Het zijn eigenlijk stuk voor stuk scenes die aan een andere scene vasthangen. Zo is het hardere industrieel-ritmische werk te horen in de powernoise scene, het hardere technowerk in de hardtek scenes, en de bastaardzoon van de jungle en de hardcore in de breakcore scene. Die breakcore scene is, vooral in de States, enorm interessant. Noem het maar gerust het intelligente broertje van de hardcore. Een gezonde dosis breakbeats erbij en wat jungle hier en daar, en we zijn vertrokken. Het is ook te gek dat er in de States enorm veel overlappingen zijn en dat men geen oogkleppen draagt, alhoewel dat vaak over de Amerikanen wordt gezegd. Op onze tour heb ik er veel mensen ontmoet die met breakcore of jungle bezig waren, en echte scenes hebben gevormd. Er zijn ginds ook ontelbaar veel kleine labels die prachtige zaken uitbrengen. Harde elektronische muziek blijkt er écht hot te zijn. Wat mijn eigen producties betreft duw ik mezelf echter niet graag in een hokje, dat is waar. Als ze het dan hardtek of powernoise of breakcore noemen, of whatever: no problem.”
URBANMAG: Zijn er, naast je underground-voorkeuren (de - naar ik vermoed - vooral hardere varianten van industrial, electro en techno), nog andere muzikale stijlen die je de laatste tijd kunnen bekoren? Meer mainstream-achtige dingen bijvoorbeeld?
Patrick: “Zeer zeker. Ik volg nogal close de betere drum ’n’ bass-producties en ben, net als vele anderen, ook in de ban van de newschool electro en het herleven van de eighties-achtige cold electro tegenwoordig. Projecten als David Caretta, Poladroïd, Dopplereffekt, Fisherspooner, Adult en meer van dat. Ik volg zo’n beetje een ‘pick and choose’-principe. Ik luister vaak naar de radio in de auto en als een nummer me ligt, ligt het me. Whatever wie of wat het dan ook is. Goeie donkere hiphop bijvoorbeeld kan er ook altijd in. Meestal liggen de zuivere mainstream-zaken me echter niet echt. Er moet altijd een soort van ‘edgy’ touch zijn voor ik iets echt goed kan vinden. Aangeboren zeker?”
URBANMAG: Het is bekend dat je steeds vooruit wil, jezelf niet wil herhalen met elke plaat. Hoe beoordeel je, in het licht daarvan, de jongste exploten van je ex-collega('s) Sonar? Volg je hen nog een beetje? Patrick: “Niet echt, ik heb hen onlangs even gezien op Maschinenfest in Aken, waar we samen op de affiche stonden. Ik speelde er met Raoul Rotation van Noisex als < cybernetic:fuckheadz >, wat harde industriële drum ’n’ bass is, en Sonar stond er ook op de planken. Sonar is Sonar, weet je wel, en het is nog steeds erg energieke machinale industrial. Ik heb geen seconde spijt van Sonar, integendeel, en wat ik gehoord heb onlangs was erg de moeite; Eric Van Wonterghem is dan ook niet de eerste de beste, denk ik. Het concept van Sonar slaat nog steeds aan bij het publiek, en dat is logisch: Dirk is en blijft een icoon in de electro-industrial scene, en Eric heeft zijn sporen ook al meer dan verdiend. Alhoewel ik het er een tijdje moeilijk mee heb gehad, denk ik dat het oké is zoals het nu is. We doen allemaal ons eigen ding en de mensen zijn er wild van. Ik heb wat muziek betreft nooit gedacht in termen van concurrentie. Ik heb een andere weg gekozen, en that’s it.”
URBANMAG: Met wie zou je ooit nog 's willen samenwerken op muzikaal gebied?
Patrick: “Moeilijke vraag. De samenwerkingen die ik tot nogtoe heb gedaan zijn nogal spontaan ontstaan, dus niet uit eender welke bewondering voor iemand. Ik vrees dat als ik iemand ergens voor bewonder, ik dan moeilijk zou kunnen samenwerken. Maar als ik dan toch namen moet noemen, zou ik iets met Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten wel zien zitten. Ik heb hem vorig jaar ongelooflijk toevallig ontmoet in Boston - we toerden er op hetzelfde moment - en was uitermate verrast door de openheid van de man. Ik hou ook heel erg van de verhalende stijl in zijn muziek. Alhoewel ik maar twee platen van hen heb, en dus niet echt een hardcore fan kan worden genoemd, hou ik heel erg van hun authentieke stijl.”
URBANMAG: Alle cd's van Hypnoskull tot dusver verschenen op het Duitse industrial-label Ant-Zen. Ik neem aan dat je er erg tevreden over bent, en niet meteen een reden ziet om te veranderen. Is Ant-Zen inderdaad het ideale label voor een dergelijk project?
Patrick: “Ja, zonder twijfel. Ik ken labelbaas Stefan Alt al heel lang, eigenlijk van voor hij met Ant-Zen is begonnen, en ben heel tevreden dat ik Hypnoskull bij hem heb uitgebracht. Hij komt net zoals ikzelf uit de hometape-scene van nieuwe industrial, begin jaren negentig. Veel van de bands uit die tijd (Imminent, Axiome, Synapscape, PAL, …) zijn ook bij hem groter geworden. Alhoewel ik tegenwoordig heel wat vraag krijg om Hypnoskull-materiaal op andere labels uit te brengen, blijf ik bij Ant-Zen. Stefan Alt legt de lat ook altijd hoger wat betreft artwork, distributie, promotie enzovoort. Hij is er toch een beetje in geslaagd om de nieuwe industrial als genre te etaleren, en daar hebben we allemaal van kunnen profiteren. Het is momenteel het grootste en meest gereputeerde label in ons genre, wat alleen maar positief is voor de bands die erop zitten.”
URBANMAG: Welke rol speelt de in 1990 door jou in het leven geroepen Escape 3 Organisation (destijds gestart als cassettelabel) momenteel nog? Als ik me niet vergis was het hoofdzakelijk de bedoeling om nieuw, nog onontgonnen talent een duwtje in de goeie richting te geven. In hoeverre ben je daar (reeds) in geslaagd? Patrick: “Ja, ik heb er massa’s cassettes mee uitgebracht van allerlei industriële projecten. Bekendste zijn Merzbow, Aube, PAL, Test Tube Kid (van Patric Catani van DHR) en nog een hele reeks andere. Escape 3 is momenteel meer publisher, dat wil zeggen dat we de muziek van al onze eigen projecten op Escape 3 ‘releasen’ en doorgeven aan de labels. Dat is interessanter om je eigen muziek in handen te houden. Het is meer een platform geworden van al onze activiteiten, en ik probeer nog steeds nieuwe talenten inderdaad een duw te geven, door interessante demo’s die ik krijg naar de juiste mensen door te spelen. Er werken een aantal mensen aan Escape 3 mee, en we plannen het wel wat meer belang te geven volgend jaar. In december 2001 komt onze nieuwe site on line op www.escape3.org en lichten we een tipje van de sluier.”
URBANMAG: Klopt het dat Hypnoskull in februari op een festival in Sint-Niklaas te zien zal zijn? Zijn er ook andere concerten gepland? En gaat de aangekondigde Amerikaanse tour dit najaar door?
Patrick: “Neen, de tour gaat niet door, we hebben hem zelf afgezegd wegens de feiten van 11 september, waar we nogal gepakt door waren. Onze site en onze mailserver zitten in New York, en we waren zelf een week van het net door de aanslagen. We kennen ook wat mensen (organisatoren) in Washington en New York, dus het was nogal raar. Ik weet niet of dat cancelen wel nodig was, maar we hadden niet echt zin om te vliegen na die beelden. We hebben de tour uitgesteld tot april of mei, en gaan er naartoe als de nieuwe Hypnoskull uit is. In België doen we waarschijnlijk in januari een set met Hypnoskull vs Tunnel en nog een andere band ergens te lande - ik kan er nog niet echt veel over zeggen - en in februari doen we zeker twee optredens, één in de Cahier de Brouillon in Hoogstraten en één in onze thuisstad Sint-Niklaas in ’t Syndroom. Er zijn voor volgend jaar ook meer optredens gepland.”
URBANMAG: Heb je sedert 11 september trouwens nog opgetreden in je 'noise terrorist'-shirt?!
Patrick: “Ja, op Maschinenfest. De thematiek van Hypnoskull is de mentale oorlog, het mentale terrorisme, met respect - hoe raar dat ook mag klinken - voor iedere levende persoon. Ik heb altijd gezegd dat het niet-fysische, psychologische ‘geweld’ zoals de geluidsmuur van Hypnoskull soms kan zijn, de enige aanvaardbare manier is van geweld. Omdat het een georchestreerde vorm van geweld is. Het is een pose. Het is niet meer dan een stijlelement. De thematiek van onze muziek is hard, rauw, donker en dreigend. Het is een weerspiegeling van onze angsten. In wezen ben ik een vredelievend mens, maar niet naïef: ik wis het begrip geweld niet uit mijn leefwereld zoals de meeste pacifisten doen, want geweld is er, zeer manifest. Dat kan je elke dag zien op de horrorshow, journaal genaamd. Het T-shirt is trouwens een aestheticterrorists T-shirt van Walter Van Beirendonck, een collectie waar ik een grote fan van ben, omdat het ook op een dergelijke manier met de iconografie van het begrip terrorisme omgaat.”
URBANMAG: Beschouw je de Gentse underground-deejay Spacid (Funky Green Aliens) als een soort spitsbroeder, een bondgenoot op weg naar ‘een nieuwe scene van hardcore elektronische dansmuziek’ in België?
Patrick: “Spacid is één van de weinige echt vernieuwende deejays in het dance-circuit in België. De hele scene rond hun organisatie Funky Green Aliens bruist gewoon van het eigenzinnige talent. De Gentse scene ligt mij heel erg, omdat de mensen er zo openminded zijn. Ze voelen zich niet te beroerd om te dansen op de beats van een band of project dat ze niet kennen, en gaan voluit voor de muziek, en niet voor de hype. Dat mankeert soms wat in steden als Brussel, Antwerpen en Sint-Niklaas. Spacid is ook heel erg met nieuwe muziek bezig en draait die stuff dan ook in zijn vele deejaysets. Hij doet dat ook op plaatsen waar het clubvolkje komt en doet op die manier aan een soort van positive education. Te veel deejays draaien wat de mensen willen, terwijl zij juist de macht hebben om hen nieuwe dingen te laten leren kennen.”
URBANMAG: De samenwerking met Noisex onder de naam < cybernetic:fuckheadz > zou al sinds '99 bestaan, en daarmee zou je eerder een ruwe vorm van industriële drum 'n’ bass brengen. Toch speelden jullie pas onlangs, op het Maschinenfest in Aken, voor het eerst live. Hoe ging dat? Ligt er al platenwerk in de winkel? Patrick: “Ja, het idee om samen te werken bestond al sinds 1999, maar we zijn er eigenlijk pas dit jaar mee begonnen. Raoul en ik hebben het er wel altijd over gehad in interviews en na concerten en zo, en dat gerucht was zo bekend geraakt dat we tijdens onze gezamenlijke tour in 2000 in de VS na de concerten geregeld samen gejamd hebben, live. Veel mensen dachten toen dat het om < cybernetic:fuckheadz > ging, dus zijn we er dit jaar echt ingevlogen. Het optreden was nogal wild en chaotisch, maar dat is oké. Op plaat klinkt het een ietsje gepolijster. De eerste cd is pas uit op het Duitse Pflichtkauf-label en ligt bij de betere platenzaak. We werken ook aan een reeks 12inches voor een aantal Amerikaanse breakcore-labels.”
URBANMAG: Naast de drie reeds vermelde projecten ben je ook nog actief in Sona Eact®, 425XW, Reset, ... En toch blijft muziek maken vooralsnog enkel een (tijdrovende, veronderstel ik) hobby voor jou? Geen plannen om er later ook, op een of andere manier, je beroep van te maken?
Patrick: “... Trivial Gender, UItra S t a t a l s, Sliding Elements, Sin-tek, ... Ik hou van de anonimiteit van elektronische muziek, en van vele alter ego’s. Een hobby is het al lang niet meer voor mij, eerder een fanatieke passie. Zoals het nu staat denk ik er inderdaad over om er toch een tijdje fulltime voor te gaan, daar ik het zat ben om elke dag tot twee uur ’s nachts onder enorme tijdsdruk op te nemen en de onvermijdelijke papershit te doen. Life on the edge. Het is ook enkel omdat het een passie is dat ik dit sowieso kan volhouden. Maar ik doe het graag, en dan voel je dat allemaal niet meer. Het is echt een verslaving.”
URBANMAG: Welke nieuwe releases mogen we in de nabije toekomst verwachten?
Patrick: “Samen met Mieke werk ik nu aan de Tunnel-release, waarvoor we echt hoge verwachtingen hebben. De nieuwe Hypnoskull moet er begin volgend jaar ook zijn, er komt nog één Sona Eact® (de laatste), Sliding Elements komt uit, een nieuwe Reset, een release van het nieuwe Sin-tek van Jan Maes (H8red) waar ik de productie voor doe, ... 2002 moet een erg productief jaar worden voor ons, wat releases en optredens betreft. We lopen voor Tunnel ook met de plannen om een videoclip te realiseren. Tunnel blijft het zwaargewicht van onze activiteiten en ik hoop het volgend jaar serieus gelanceerd te krijgen.”
URBANMAG: Dit interview verschijnt op de site van het digitale cultuurmagazine Urbanmag. Ik heb begrepen dat jij wel een voorkeur hebt voor het 'urban'-thema? Een beetje uitleg graag.
Patrick: “Ik ben nogal weg van de combinatie grootstad / obscuriteit. Onze muziek klinkt door de vele invloeden uit breakbeats, techno en zelfs hiphop nogal ‘urban’. We laten ons ook graag wat artwork betreft daardoor inspireren. Ik leef als ik in een grootstad ben. Alhoewel ik er niet zou kunnen wonen. Het is een soort haat-liefdeverhouding.”
Beknopte discografie:
Hypnoskull ‘rhythmusmaschine 1-2’ CD 1998, ant-zen records
Hypnoskull vs Tunnel ‘reakt.ammo vs darkbeat planet’ LP 1999, hymen records
Hypnoskull ‘ffwd>burnout!’ CD 1999, ant-zen records
Hypnoskull vs Tunnel ‘live at CBGB’s New York’ CD 2000, escape 3 org.
Hypnoskull ‘electronic music means war to us’ CD 2001, ant-zen records
Meer info op www.escape3.org (vanaf 1/12 terug on line)






