Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Caroline Goossens:
low fixed media show geïnspireerd door Atari en playmobil
WITTE COWBOYS EN ZWARTE AMOEBES
datum 13.12.2001
rubriek Film + TV
Het moet zowat tien jaar geleden zijn dat ik popmuziek en videoclips radicaal afschreef. Te voorspelbaar, besloot ik en ik zocht me een weg naar andere muziekgenres. Die bleek lang en kronkelig, en niet zelden belandde ik terug op reeds bewandelde paden, maar ik had tenminste het gevoel afgerekend te hebben met vrijblijvende deuntjes en dito filmpjes. Tot ik onlangs attent werd gemaakt op een videoclip-annex-popsong die in één klap die ietwat gemakzuchtige visie op de sector aan het wankelen bracht. In een magische interactie slaagden tekst, muziek en beeld erin alle gangbare clichés tegelijkertijd te bevestigen én te ontkrachten.
Het groepje in kwestie heet Ming en bestaat uit een Brussels koppel dat in het Frans zingt. De twee tekenden bij een Duitse platenfirma die vooral in het thuisland een rol van betekenis speelt, en een behoorlijke som vrijmaakte voor een clip bij La ballade de Johnny Guitar, een single uit hun tweede cd. Op een simplistisch elektronisch melodietje rapporteert het nummer ons over de ongelukkige liefdesexploten van een eenzame muzikant. De graphics die de klanken van beeld voorzien werden in scène gezet door Gentenaar Bart Stolle en maken het plaatje compleet. Hij laat een hoekig cowboy-figuurtje houterig over het scherm bewegen in een scenografie die naadloos aansluit op de beats. Tot daartoe het eerste deel van het verhaal, mooi maar vrijblijvend. Het is dit deel dat gretig gehoor vond bij MTV en aanverwanten. Want, zo liet ik me vertellen, daar worden trendprofielen opgesteld en videoclips die min of meer aan dit profiel voldoen, krijgen volop airplay. De balade van Johnny Guitar werd dan ook als een hapklare brok gretig uitgezonden door 's werelds grootste muziekzender.
Maar er is een tweede luik dat het verhaal stukken interessanter maakt. De tekst boort dieper dan wat we van dit soort liedjes gewoon zijn en het filmpje lokt met zijn kleurrijke low-tech figuurtjes de kijker nietsvermoedend binnen in een authentiek liefdesdrama. Het is een beproefd recept, dat ook programma's als In de Gloria niet vreemd is, waar situaties meer dan eens evolueren van dolkomisch naar ronduit schrijnend.

Bart Stolle woont en werkt als een student : in een zolderstudio met een tafeltje en twee stoelen, een centraal werkblad met computer, en nergens een zetel te bespeuren. Sinds twee weken is hij ook écht terug student, zij het deeltijds en van een voortgezette opleiding. Hij bepaalt er zijn eigen programma en toetst de vorderingen van zijn projecten via persoonlijke gesprekken aan de visie van gerenommeerde opiniemakers uit de kunst- en modewereld. "Die academische feedback heb ik nodig," zegt hij, "Enerzijds omdat de dialoog inspirerend werkt, anderzijds omdat ik dan voel dat ik nog steeds met de goede dingen bezig ben." Als ik vraag of dat niet duidelijk is, zucht de jongen voor me. Hij studeerde af als reclamevormgever maar had het moeilijk met de wijze waarop in die sector met producten wordt omgegaan. "De ene week promoot je soep, de andere poëzie. In essentie moet alles, het maakt niet uit wat, gewoon verkocht worden. Ik vond de manier waarop die verschillende "producten" benaderd werden te systematisch".
Het was de liefde voor muziek die hem uit de impasse haalde. Als lid van het groepje Looplizard bewoog hij zich al een paar jaar in muziekmiddens : met video-mengpanelen bracht hij visuals tijdens concerten en evenementen. Vorige zomer werden via zo'n vertoning contacten gelegd met Ming. "De muziek van Ming, en zeker het nummer van de clip, herinnert me aan de klank van de Atari-spelcomputer waar ik als kind op speelde. En onwillekeurig bracht dat me bij Playmobil, dat andere icoon waarmee een generatie opgroeide in de jaren tachtig. Beiden hebben iets basic, omdat ze nog aan het begin van hun carrière stonden."
De generatie waarvan sprake werd intussen een gewillige afnemer van de clip, dat weten ze bij platenmaatschappijen en muziekzenders ook wel. Voelt hij zich niet commercieel uitgebaat? Is het daarom dat hij terug ging studeren en zich nu ook toelegt op zogenaamd " vrij werk"? Stolle : "Kijk, in de jaren negentig ging ik naar het Zoo TV-concert van U2. Wat zij tijdens dat concert deden met graphics en projecties kende op dat moment zijn gelijke niet. Ik stond tussen 70.000 heupwiegende mensen die die beelden over zich lieten gaan of erdoor werden platgewalst. Elk capteerde ze op zijn manier maar het resultaat was voor iedereen absoluut indrukwekkend, het was kunst en commercie tegelijkertijd." Hij vervolgt : "Opdrachten van buitenaf voer ik uit onder mijn eigen naam, mijn vrije projecten lanceer ik onder de naam "Low Fixed Media Show". Met die naam verwijs ik naar de stap terug, het veel doen met weinig middelen. Met de kleur wit, bijvoorbeeld, met eenvoudige vormen en met vertragingen en stilstanden in het ritme van bewegende beelden." Die houding is vrij uniek binnen de wereld van de animatiefilms. Snelevoluerende technieken maken steeds meer tempo en speciale effecten mogelijk, en spectaculaire beelden zorgen voor gemakkelijk succes. "Voor mij is succes en appreciatie veel minder een drijfveer dan het communiceren op zich. Dat is ook waarom ik mijn projecten onmogelijk als een hobby kan beschouwen. Een hobby doe je voor jezelf, terwijl ik me constant en bij alles wat ik maak de vraag naar maatschappelijke relevantie stel. Een hobby oefen je ook uit na je werk, als je zeker weet dat je financieel rondkomt. Dat is bij mij niet het geval, en die situatie houdt me scherp. Wat overigens niet wil zeggen dat ik het hebben van een hobby veroordeel." Wit is de basiskleur van zijn Low Fixed Media-werk want wit staat voor een open communicatie. "Het is tegelijkertijd een kleur en geen kleur, en je kan er fantastisch veel mee doen. Ik hou van de verpakkingen van witte producten en medicijnen, waar de informatie overheerst. Ik ben een verstokte fan van Stanley Kubric die voor mij met A Space Odyssee als het ware een witte film maakte en de muziek van Györgi Ligeti vind ik ook een behoorlijk witgehalte hebben. Muziek is een andere constante in mijn leven. Ik heb me tot mijn twintigste afgevraagd welk instrument ik zou gaan bespelen, en gelukkig zag ik op den duur in dat ik op andere manieren mijn ei kwijt moest. Tot nu toe zijn al mijn films op één of andere manier geënt op muziek."
Ik ga achter het computerscherm zitten om zijn recentste werk te bekijken, een filmfragment voor het Page 3ree-evenement van Urbanmag. Op het monotone gegons van industriële muziek zweeft een zwarte amoebe langzaam en door een witte veld. Niets is statisch aan de figuur, de contouren deinen uit en krimpen in, en ik denk spontaan aan een organisch element in zijn perfecte biotoop. Op het vluchtige signaal van scherpe registratie-geluiden schieten bliksemsnel lineaire flitsen met tekens (letters, cijfers?) door het beeld. Elke wending in de muziek krijgt een visuele pendant, en na twintig seconden verstrengelen geluid en beeld zich in de geest tot een onontbindbaar kluwen. Ik ben behoorlijk gepakt en de ervaring blijft me achtervolgen op mijn terugweg. En tegen iemand die me de 's anderendaags vraagt naar mijn bezigheden vertel ik dat ik met een man sprak die oer-kunst maakt, zoals de natuurvolkeren dat doen, maar dan wel in de taal van het West-Europa van de eenentwintigste eeuw.

(Dit artikel verscheen eerder, in een aangepaste vorm in de Standaard.)
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie