Van Page 3ree, langs Inside tot in het bizarste café van Brussel
EEN WEEKENDJE STAPPEN MET OSCAR GONZO
datum 05.11.2001
‘De boog kan niet altijd gespannen staan’ is een uitspraak waar een compulsief feester als ikzelf graag mee uitpak, om al die nachtelijke capriolen goed te kunnen spreken (goed wetende dat die boog maar heel zelden effectief gespannen staat). Hoe dan ook, het was weer eens vrijdagavond, het begon donker te worden en te kriebelen, er moest iets gedaan worden met de avond.
VRIJDAG 26/10: PAGE 3REE (Minard, Gent)
"Waarom eens niet naar dat evenement gaan kijken van die toffe jongens en meisjes van Urban? " dacht ik bij mezelf, "dan is er ten minste iemand geweest", voegde ik er in dezelfde gedachtenstroom aan toe. Ik belde de vertrouwde gang op, maar van het vijftal was alleen Sativo bereid tot onmiddellijke actie (Rukke Doemp en Freaky Punk waren alletwee nog aan het dutten – om acht uur ‘s avonds notabene – en Flippe zat ergens wijn te hijsen bij vrienden). Enfin, we komen daar toe in de Minard, ik had al wat troostende woorden gerepeteerd voor teleurgestelde Urbanites, toen we plots tussen een massa volk belandden. Wat deden die daar allemaal? Ik wist niet eens dat er zoveel mensen bestonden in Gent die al eens een beetje cultuur lusten op z’n tijd, de meesten waren hier waarschijnlijk omdat het gratis was en het nooit kwaad kan om gezien te worden op zo’n event. Overvallen door de drukte liet ik Sativo even achter in de kortfilmzaal om naar de backstage te glippen, een plek waar altijd wel gratis bier te scoren valt. Daar liep ik verschillende moe ogende maar breed glimlachende Urbanmensen tegen het lijf. Al feliciterend wurmde ik me naar de automaat waar bier uitkwam zonder dat je er geld in hoefde te stoppen. Met een frisse pint in de hand begon ik me al wat meer op mijn gemak te voelen, even een kijkje nemen bij de Portables, die samen met de mannen van Autopilot een hoop lawaai stonden te maken op een veel te klein podium. Allemaal erg sterk, maar mijn pint was al snel op en het rookverbod in de zaal zinde mij niet, dus terug backstage voor meer van dat gratis lekkers. En wat bleek? De spaghetti was net klaar! En gratis maaltijd, waarom ook niet? In één moeite werd ik er van overtuigd dat een ‘vegetarische spaghetti’ niet noodzakelijk synoniem hoeft te zijn voor ‘pieren met ketchup’. Naast mij aan de tafel zaten een paar wildvreemde mensen een zeer vervelende discussie te voeren over kapitalisme, communisme en massaconsumptie, van die shit waarvan ik de week ervoor, op het grote straatfeest ter gelegenheid van één of andere top der politieke pussies, al meer dan genoeg geslikt had, gewoon omdat sommige van die vrouwelijke anti-globalistjes er soms verdomd lekker uit zien. Dus, met mijn zakken vol gratis pinten ging er snel weer vandoor, vastberaden om nu echt wat aan cultuur te gaan doen. Dat werd dan een dansvoorstelling in de majestueuze theaterzaal van de Minard (sorry voor dat kakwoord ‘majestueus’, mijn verstand kan al een paar dagen niet zoveel adjectieven meer bedenken, vandaar). De zaal zat ramvol, er was alleen nog plaats op het allerhoogste balkon. Heel ver in de diepte zag ik twee vrouwen vreemde, kronkelende bewegingen maken, daar is dus op zich niets verkeerd mee. Maar bij gebrek aan een referentiekader kon ik er absoluut niet uit opmaken of dit nu goed of slecht was. Bon, na een kwartier had ik het daar ook wel weer zo’n beetje gezien, tijd om terug naar de automaat te gaan. Maar dat was buiten de Portables gerekend, die hadden zonet de hele automaat eigenhandig leeggezopen, de rest moest het maar doen met spuitwater. Dan maar naar de bar in de foyer, waar het volk ondertussen driehoog gestapeld stond, volgens mij was werkelijk heel Gent komen opdraven deze avond. Daar trof ik ook plots de hele gang, Freaky, Rukke, Sativo, Flippe, en nieuwkomer Carlos, een gast nog droger dan de Sahara, en met een feestinstinct waar alleen de besten in het vak mee voorzien zijn. Met zo’n gezelschap kon het niet anders dan heel gezellig worden, waardoor we helaas vergaten om nog veel te gaan bekijken. Pas toen de meesten onder ons al behoorlijk in de wind geraakten besloten we om nog eens een kijkje te gaan nemen in de theaterzaal, opnieuw op het allerhoogste balkon. Groot was onze verbazing, en ons plezier, toen we daar een trio aan het werk zagen dat Frans chanson bracht, wat perfect paste bij onze gemoedsgesteldheid. Het zeer geslaagde optreden werd door ons onthaald op luid gejoel en aangepaste kreten als "ENCORE !" en "CHANGER!" Toen na dit laatste optreden de zaallichten weer aangingen zagen we aan de andere kant van de zaal, in het laatste balkonnetje aan de zijkant, een gast zijn hoofd boven de rand steken om zich daarna meteen uit de voeten te maken. Even later zagen we ook een meisje rechtkruipen, met een fikse blos op haar gezicht en half aangekleed. Tiens tiens.
Na het laatste optreden begon in de foyer eindelijk de langverwachte fuif, na al die cultuur werd het tijd voor simpel vertier! Maar toen maakte ik de grove fout om nog even backstage vers bier te gaan halen. Ik werd meteen opgeroepen om mijn dienst te vervullen: alles helpen afbreken. Fuck! Ik heb me er dan maar snel van afgemaakt, door wat doeken op te vouwen, een draad op de verkeerde plek te hangen en jointen te roken. Met de – niet helemaal gelogen – smoes dat ik even iets ging halen om te drinken verdween ik snel weer naar het fuifgedeelte, waar er net een hoognodige streep Braziliaanse drum & bass werd aangesneden. Twee uur lang ging het er daar allemaal behoorlijk gezellig aan toe, de hele Urbangang stroomde toe en ging uit zijn of haar dak, blij dat al dat organiseren, opbreken, afbreken, vloeken en tieren en gezenuwpees eindelijk achter de rug was. Maar toen was plots het bier op. Freaky, Sativo en Rukke verdwenen meteen naar huis. Flippe en Carlos waren al een tijdje verschwunden. Geen nood echter, backstage stond er nog een plastic zak met Gin en Gini, "voor bij noodgevallen". Man, niets zo lekker na een lange avond zuipen als een fiks bord spaghetti met een Hoegaarden-glas vol Gin Gini on the rocks erbij. Na een kwartier was die fles Gin ook soldaat gemaakt en was er echt helemaal niets meer wat mij in de Minard kon houden. Doodmoe, behoorlijk dronken en zonder echt goed te weten waarom ging ik nog eens kijken in ons traditionele afterpartykot de Charlatan, alleen om vast te stellen dat ze ook daar net het laatste pintje hadden getapt, om zés uur! Maar ik maakte me niet kwaad, goed wetende dat de volgende dag er één zou worden die potentieel héél zwaar uit de hand kon lopen.
ZATERDAG 27/10: INSIDE, and beyond (metrostation Kappellekerke, Brussel)
Jezus, je had ons eens moeten zien, daar op Inside, de steeds waanzinnig goeie drum & bass fuif in het oude metrostation van Kappellekerke: al die grijnzende gezichten, de armen immer in de lucht en de keelgaten volledig open. We waren dan ook niet onvoorbereid gekomen naar de eerste Inside sinds juni. Verspreid over al onze broekzakken bevond zich een kleine schat aan sfeerverhogende drugs, de meest geslaagde drugcocktail die ik ooit tot me heb genomen, ze leken elkaar één voor één aan te vullen, symbiose was het sleutelwoord. We waren al op kot begonnen met space cake, maar daar werden we wat te zwijgzaam van. Dat euvel werd verholpen toen ik van Flippe een wel heel erg straffe joint in de handen geduwd kreeg. Fuck, ik dacht dat ik er in ging blijven, zoooo straf. Pas een half uur later, toen ik om tot dan onverklaarbare redenen lekker aan het flippen was en ik weer in een spraakwaterval veranderde, legde Carlos mij fijntjes uit dat we net een pure joint verwerkt hadden, dag en nacht verschil met een joint waar ook nog tabak in zit. "Bon, als het zo zit, dan gooi ik er meteen ook maar een pil bij" dacht ik om al even onverklaarbare redenen. Gelukkig bleek het niet zo van die speedrommel te zijn, maar wel zo’n heel zacht pil waar je mee doet wat je wil: uren aan een stuk diepe gesprekken voeren, of lekker dansen, of allebei. En alsof dat allemaal nog niet genoeg was introduceerde Carlos ons ook nog eens in de wondere wereld van paddo-jointen. Ik hoor u al zeggen "paddo’s ? In een joint gerold? Kan dat wel? " Zeer zeker! Het smaakt naar stront, maar dat merk je nauwelijks omdat je na de kortste keren over de grond rolt van het lachen. In tegenstelling tot het gewoon opeten van paddestoelen, waar het soms heel zware effect vaak zes uur blijft hangen, is bij een paddo-joint het effect veel zachter en duurt het ook maar even, een ideaal tussendoortje dus. Bon, de fuif werd daar in dat metrostation steeds beter en beter (of wij steeds higher), en zonder er nog veel drukte om te maken consumeerden we nog eens een cocktail van pillen, echte en paddo-jointen, spacecake en heel, héél veel bier. En toen was ondergetekende echt helemaal WEG. Maar niet zo weg dat ik niet meer wist wat ik deed gelukkig. Tegen zes uur stond iedereen zo ongeveer op zijn kop van het plezier, maar toen bleek de fuif plots gedaan te zijn. Een ramp, want geen van ons zou binnen de eerste vier uur zijn ogen dicht krijgen, en een echt goeie afterpartyplek hadden we nog nooit gevonden in het immense Brussel. We besloten dan maar om al het bier in de nachtwinkel op te kopen en een feestje te bouwen op het kot van Freaky. Maar eerst moesten we, vraag me niet waarom, nog even langs Manneke Pis wandelen. Zo ver zijn we nooit geraakt. Zonder goed en wel het hoe en waarom te snappen stonden we plots met z’n zessen in de meest bizarre salsabar die we ooit hadden gezien, en één van de meest surrealistische plekken tout court, de Twilight Zone van het nachtleven. Nu, twee dagen later, valt het mij heel zwaar om precies uit te leggen wat we daar allemaal zagen, maar door mijn zwaar gedrogeerde ogen was dat alleszins heel wat. Zonder goed te beseffen waar we waren, maar niet in staat om een minuut stil te staan smeten we ons meteen op de kleine dansvloer, daarnaast zat een man op een stoeltje met een stereotoren DJ te spelen. Meteen werden we langs alle kanten belaagd door wat leek op exotische doch zeer slonzige vrouwen op leeftijd. Een eerste snelle inspectie van het cliënteel bevestigde meteen mijn vermoeden dat het hier ging om hoeren die na hun nachtshift nog een centje bij wilden verdienen, dus moesten die zes jongens, die om 8 uur ‘s morgens nog o zo energiek stonden te dansen, wel goeie prooien zijn. Maar er was nog iets vreemds met die wild jagende vrouwen. Pas toen ik Flippe met één van hen zag semi-salsadansen viel mijne frank: dit waren helemaal geen vrouwen. Dit waren venten! Sommigen gewoon travestieten, enkelen heuse transseksuelen met aangenaaide borsten! Geloof me, wie al een hele nacht op spacecake, pillen en paddo’s zit komt op zo’n moment echt niet meer bij van het lachen. De hele situatie was te gek voor woorden: Carlos en Sativo werden voortdurend hardhandig de dansvloer opgesleurd door ‘vrouwen’ met diepe stemmen en stevige armen, Rukke’s gat werd zowat blauwgenepen, Flippe stond te dansen met de enige echte vrouw in de tent (wel eentje van een halve eeuw oud met borsten als pompoenen) en ik kreeg meermaals een ander ondefinieerbaar wezen in m’n nek. Bewegen kon ik tegen dan niet echt meer, aangezien alle rommel die ik geslikt had simultaan zijn werking aan het verliezen was, en ik plots strontzat was. Maar lachen met dit alles kon ik gelukkig nog wel, tot tranenstoe. Buiten was het al volledig licht (niet zo verwonderlijk om 10 uur ‘s morgens), de oude mensjes wandelden voorbij het raam met hun piepkleine hondjes. Carlos en ik zijn nog eens samen naar de wc moeten gaan, omdat geen van ons beiden het zag zitten om alleen te gaan, uit angst overvallen te worden door pijpgrage hoeren (geen onterechte angst overigens, we hadden reeds verschillende keren dronken mannen gezien die bij hun nekvel de wc werden ingesleurd door één van die transseksuelen, om ongetwijfeld een duizendtal franken armer weer buiten te komen).
Na de tiende ‘laatste pint’ zat iedereen er door, eindelijk in staat om te gaan slapen. Het werd tijd. Het middaguur volstaat wel voor mij als uitgaansgrens.
Vier uur later was iedereen weer klaarwakker, nog halfweg uiteraard, al die rommel zat nog steeds in ons lijf. Iedereen besefte dat de vorige nacht legendarisch zou blijken te zijn geweest, maar niemand wist nog waar die salsabar weer was, of hoe die keet heette. Zijn we er ooit echt geweest eigenlijk? Of was het allemaal een collectieve hallucinatie?