Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
(aan Luc Deleu, docent architectuurtheorie, Wenk, St. Lucas Gent)
OMTRENT PROGRAMMA
datum 10.12.2000
rubriek Architectuur
Ik wil stilstaan bij de nadruk die u legt op de draagkracht van het programma van architectuur, ten opzichte van haar vorm en structuur. Ik denk dat u terecht stelt dat aan een programma voor architectuur, in zijn essentie, in de laatste drie architectuurstromingen van de 20ste eeuw (postmodernisme, deconstructivisme en supermodernisme) geen betekenis of waarde is gegeven, en dat bijgevolg de denkpiste van programma-genererende architectuur, geuit door het prille modernisme, niet is gevolgd.
Dit is een vreemd gegeven, gezien in de naoorlogse periode de gebouwde omgeving aan drastische programmatische veranderingen onderhevig was. De bebouwde ruimte verstedelijkte enorm doordat grote sociale, economische en etnische bevolkingsgroepen, etc. zich concentreerden op een ‘beperkte’ oppervlakte. De potentie hiervan voor het programma is zeer groot, gezien de confrontatie en uitwisseling van de groepen zowel latent als expliciet aanwezig is (diversificatie is een menselijke noodzaak, meen ik). De stedebouw ontwikkelde zich echter vanuit economische en hygiënische redenen, d.m.v. scheiding en opsplitsing; op een letterlijke manier worden verschillende circulaties in de stad uit elkaar gelegd en omgeleid (in Nederland worden fietspaden en autorijstroken parallel uit elkaar gelegd uit zogenaamde veiligheidsoverwegingen; het gevolg is dat auto’s geen fietsers meer waarnemen in hun stadsbeeld. Wanneer twee bewegingsstromen elkaar dan kruisen, is de impact van de ontmoeting fataal).

Stedelijke bevolkingsgroepen leven in een gigantisch netwerk van acties, intenties en letterlijke bewegingen, die allemaal los van elkaar functioneren. Het samenbrengen van die verschillende stromen is het middel om programmatische kwaliteiten te genereren. Ze zorgen dan voor ontmoetingen en conflicten, die de stedeling net aanzetten tot creativiteit, persoonlijke profilering en de ontwikkeling van zijn vrijheid. Met ‘ontwikkelen van zijn vrijheid’ bedoel ik dat, door confrontatie met anderen, de stedeling zich existentiële vragen stelt, zichzelf gaandeweg gaat relativeren en bevrijden van het vooropgestelde mensbeeld.

De voorwaarden om stromen samen te brengen kunnen uit een kwantitatieve benadering eenvoudig tot stand komen (Koolhaas zou het congestie noemen, maar ik denk dat zijn congestie verloren gaat in een automatisch vormelijke vertaling van ‘bigness’). Wat ik bedoel, is dat het programma in zijn onderdelen op een kwantitatieve manier (droge vierkante meters) ontleed kan worden: elk programma-onderdeel van de stedebouw kan gestructureerd worden van uit een eigen logica (commerciële functies, of vierkante meters, moeten op commercieel interessante plaatsen gesitueerd worden, terwijl woonfuncties misschien op landschappelijk interessante plekken moeten liggen, …). De eigen logica primeert en is op zich een stedelijke stroom. Het is dus belangrijk per programma-onderdeel specifieke parameters te ontwikkelen, niet omwille van de parameters en het uitschakelen van het subject in architectuur (cf. Eisenman), maar omwille van de kwaliteit die elk programmadeel moet hebben op zich. Het samenbrengen van programma’s moet telkens de interactie vooropstellen, nl. confrontatie en conflict. Dit kan eenvoudig gebeuren door het schematisch op elkaar plaatsen van de verschillende programmaonderdelen. Het is de uitdaging voor de stedebouwkundige en de architect om schijnbaar tegenstrijdige programma’s op te lossen, en ze op strategische punten in de stad als confrontatie te tonen.
In principe zou het mogelijk zijn, voor kapitalistische normen misschien wenselijk, om binnen één stedelijke stroom te blijven (bv. een dagje winkelen laat theoretisch toe alleen maar verschillende commerciële functies aan te doen). Het tegendeel is echter dat de stedelijke omgeving een verzameling van stromen is die potentieel met elkaar kunnen botsen of dialogeren.

De stedeling die confrontatie ontnemen is de stad zijn essentie wegnemen.

Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie