Stedelijke bevolkingsgroepen leven in een gigantisch netwerk van acties, intenties en letterlijke bewegingen, die allemaal los van elkaar functioneren. Het samenbrengen van die verschillende stromen is het middel om programmatische kwaliteiten te genereren. Ze zorgen dan voor ontmoetingen en conflicten, die de stedeling net aanzetten tot creativiteit, persoonlijke profilering en de ontwikkeling van zijn vrijheid. Met ‘ontwikkelen van zijn vrijheid’ bedoel ik dat, door confrontatie met anderen, de stedeling zich existentiële vragen stelt, zichzelf gaandeweg gaat relativeren en bevrijden van het vooropgestelde mensbeeld.
De voorwaarden om
stromen samen te brengen kunnen uit een kwantitatieve benadering eenvoudig
tot stand komen (Koolhaas zou het congestie noemen, maar ik denk dat
zijn congestie verloren gaat in een automatisch vormelijke vertaling
van ‘bigness’). Wat ik bedoel, is dat het programma in zijn onderdelen
op een kwantitatieve manier (droge vierkante meters) ontleed kan worden:
elk programma-onderdeel van de stedebouw kan gestructureerd worden van
uit een eigen logica (commerciële functies, of vierkante meters, moeten
op commercieel interessante plaatsen gesitueerd worden, terwijl woonfuncties
misschien op landschappelijk interessante plekken moeten liggen, …).
De eigen logica primeert en is op zich een stedelijke stroom. Het is
dus belangrijk per programma-onderdeel specifieke parameters te ontwikkelen,
niet omwille van de parameters en het uitschakelen van het subject in
architectuur (cf. Eisenman), maar omwille van de kwaliteit die elk programmadeel
moet hebben op zich. Het samenbrengen van programma’s moet telkens de
interactie vooropstellen, nl. confrontatie en conflict. Dit kan eenvoudig
gebeuren door het schematisch op elkaar plaatsen van de verschillende
programmaonderdelen. Het is de uitdaging voor de stedebouwkundige en
de architect om schijnbaar tegenstrijdige programma’s op te lossen,
en ze op strategische punten in de stad als confrontatie te tonen.
In principe zou het mogelijk zijn, voor kapitalistische normen misschien
wenselijk, om binnen één stedelijke stroom te blijven (bv. een dagje
winkelen laat theoretisch toe alleen maar verschillende commerciële
functies aan te doen). Het tegendeel is echter dat de stedelijke omgeving
een verzameling van stromen is die potentieel met elkaar kunnen botsen
of dialogeren.
De stedeling die confrontatie ontnemen is de stad zijn essentie wegnemen.






