Hoet kon er onlangs nog zijn ding doen, en Cathérine David stak de recentste editie in elkaar. Die laatste wist het thema van globalisering en de positie van kunst van de ‘ander’, niet-westerse kunst, te integreren in haar concept. Ze bleef echter niet van enige kritiek gespaard; meer dan de introductie van de problematiek als notie in het discours werd er niet bereikt. Een uitwerking hiervan, de aanwezigheid van de ‘andere’ kunstenaar, of een degelijke reeks van vraagstellingen, ontbrak.
Nu is het discours omtrent die kunst van de ‘ander’ geen nieuwe thematiek, eerder een constante doorheen de twintigste eeuw. Centraal staat de wijze waarop deze kunst behandeld wordt vanuit een Westers idioom, hoe deze dient begrepen en gehanteerd te worden. Cru gesteld: in hoeverre zijn we in staat die kunst te vatten, kan ze, ontstaan in een andere cultuur, haar relevantie hebben in de onze, en omgekeerd natuurlijk. Alhoewel over die omkering zelden gepraat of geschreven wordt. We kunnen ons ook de vraag stellen naar de ontwikkeling van de hedendaagse beeldende kunst bij die ‘ander’. Bestaat er zoiets als kunst bij hen? In hoeverre ontwikkelde die kunst zich onafhankelijk van die in het Westerse halfrond? Vragen die rudimentair zijn, maar op een prangende wijze de complexiteit van een dergelijk onderwerp duiden.
Deze themata vormen al op zijn minst twee decennia het ‘hipste’ onderwerp in kunsttheoretische middens. Allemaal heel interessant, maar vaak wordt in het verbeten omgaan met de problematiek de kern van het probleem over het hoofd gezien, de kunsttheorie an sich. De Westerse creatie bij uitstek in de wereld van de beeldende kunst, die zich onmisbaar acht. En dit is belachelijk natuurlijk. Een niet in alle opzichten geslaagde tentoonstelling, zoals het recente ‘Un art populaire’ in het Fondation Cartier, duidt dit al op voldoende wijze.
Globalisering binnen de beeldende kunsten is een niet zo evident gegeven, onder andere door de hiervoor geponeerde vraagstellingen. Kan er over globalisering gesproken worden binnen deze context. Waarschijnlijk wel, maar dan moet men niet twijfelen aan het belang van de westerse conceptie in de perceptie van een dergelijke gedachte. En hierbij moet dan ook iedere gedachte rondom het andere en het vreemde geëlimineerd worden, dit is misschien wat cru gesteld, maar daar komt het ten langen leste op neer. Is globalisering an sich trouwens geen ‘Westers’ idee?
Terug naar Documenta…
Okwui Enwezor is de opvolger van Catherine David, een keuze die ongetwijfeld een belangrijker Documenta zal opleveren. Enwezor kan echter in zekere zin als het schaamlapje gezien worden: ‘‘laten we een zwarte curator in deze tijden van globalisering de dans leiden’’.
Met een duidelijke breuk in gedachte, stapt hij af van het ster-curatorschap en probeert hij Documenta te ontwortelen uit de Kasselse context. Globalisering dus, en dat leidt tot het inrichten van platforms, die, deel uitmakend van het geheel, het feitelijke Documenta voorafgaan. Op die platforms komt de beeldende kunst, an sich, niet aan bod, wel een legioen gastsprekers die kleine conferenties dienen van animo te voorzien. Best wel interessant voor de deelnemenden, maar voor zij die er niet bij kunnen zijn, wij dus, valt er weinig op te steken. Wachten op een boek-cataloog waar we het residu van dagen debat in terugvinden levert niets op, daar we deze ten vroegste tijdens Documenta kunnen inzien. Enwezor poogt door middel van de platforms het gevoerde discours meer fundament te geven, dit als reactie op de vaak gevoerde politiek van de onderschrijving van een dergelijk gebeuren door één of enkele prominente ‘denkers’. Het nut van deze platforms wordt echter binnen de constructie zelf ondergraven. Transparantie? Weinig van gezien… Bovendien lijken de plaatsen waar de platforms plaatsvinden enkel een locatie te zijn die een zekere globalisering veronderstelt. Kort gesteld: de westerse idee op verplaatsing naar één of ander exotisch oord kan onmogelijk de representatie zijn van een geglobaliseerd denken omtrent beeldende kunst.
We moeten Enwezor natuurlijk het voordeel van de twijfel geven, hij zal naar alle waarschijnlijkheid een sterke editie neerpoten. We kunnen het ons echter niet veroorloven uit het achterhoofd te verliezen dat zijn carrière wel eens het gevolg zou kunnen zijn van een evolutie, gedreven vanuit een marktstrategische gedachte. Daar kunnen we nu eenmaal niet naast kijken. Bovendien kan men het gezicht niet koppelen aan de persoon. De man is ongetwijfeld van Afrikaanse origine, maar blijft sowieso een Amerikaan. Dit leidt onvermijdelijk tot de gedachte dat de bedoelde breuk in de Documenta-saga er één is van huidskleur, en niet van een totaal andere invalshoek. Nee, het ‘westerse’ globaliseringsdenken en de problematisering ervan blijkt meer dan ooit centraal te staan.
Dit kan echter snel als een negatieve inkleuring van het geheel beschouwd worden. Het is het dan ook in zekere zin, niet vanuit een zekere negatieve houding, maar wel vanuit de positie dat vele vragen uit het door Documenta XI vooropgestelde doel kunnen gesteld worden. Het is dan ook niets meer dan de aanleiding tot een reeks van artikels omtrent de verschillende problematieken die deze Documenta omhelzen. Binnenkort meer dus. En dit geldt ook voor hen die hierover iets te vertellen hebben, open debatcultuur, een trendy term, maar laten we die nu maar eens ten harte nemen…
Nu is het discours omtrent die kunst van de ‘ander’ geen nieuwe thematiek, eerder een constante doorheen de twintigste eeuw. Centraal staat de wijze waarop deze kunst behandeld wordt vanuit een Westers idioom, hoe deze dient begrepen en gehanteerd te worden. Cru gesteld: in hoeverre zijn we in staat die kunst te vatten, kan ze, ontstaan in een andere cultuur, haar relevantie hebben in de onze, en omgekeerd natuurlijk. Alhoewel over die omkering zelden gepraat of geschreven wordt. We kunnen ons ook de vraag stellen naar de ontwikkeling van de hedendaagse beeldende kunst bij die ‘ander’. Bestaat er zoiets als kunst bij hen? In hoeverre ontwikkelde die kunst zich onafhankelijk van die in het Westerse halfrond? Vragen die rudimentair zijn, maar op een prangende wijze de complexiteit van een dergelijk onderwerp duiden.
Deze themata vormen al op zijn minst twee decennia het ‘hipste’ onderwerp in kunsttheoretische middens. Allemaal heel interessant, maar vaak wordt in het verbeten omgaan met de problematiek de kern van het probleem over het hoofd gezien, de kunsttheorie an sich. De Westerse creatie bij uitstek in de wereld van de beeldende kunst, die zich onmisbaar acht. En dit is belachelijk natuurlijk. Een niet in alle opzichten geslaagde tentoonstelling, zoals het recente ‘Un art populaire’ in het Fondation Cartier, duidt dit al op voldoende wijze.
Globalisering binnen de beeldende kunsten is een niet zo evident gegeven, onder andere door de hiervoor geponeerde vraagstellingen. Kan er over globalisering gesproken worden binnen deze context. Waarschijnlijk wel, maar dan moet men niet twijfelen aan het belang van de westerse conceptie in de perceptie van een dergelijke gedachte. En hierbij moet dan ook iedere gedachte rondom het andere en het vreemde geëlimineerd worden, dit is misschien wat cru gesteld, maar daar komt het ten langen leste op neer. Is globalisering an sich trouwens geen ‘Westers’ idee?
Terug naar Documenta…
Okwui Enwezor is de opvolger van Catherine David, een keuze die ongetwijfeld een belangrijker Documenta zal opleveren. Enwezor kan echter in zekere zin als het schaamlapje gezien worden: ‘‘laten we een zwarte curator in deze tijden van globalisering de dans leiden’’.
Met een duidelijke breuk in gedachte, stapt hij af van het ster-curatorschap en probeert hij Documenta te ontwortelen uit de Kasselse context. Globalisering dus, en dat leidt tot het inrichten van platforms, die, deel uitmakend van het geheel, het feitelijke Documenta voorafgaan. Op die platforms komt de beeldende kunst, an sich, niet aan bod, wel een legioen gastsprekers die kleine conferenties dienen van animo te voorzien. Best wel interessant voor de deelnemenden, maar voor zij die er niet bij kunnen zijn, wij dus, valt er weinig op te steken. Wachten op een boek-cataloog waar we het residu van dagen debat in terugvinden levert niets op, daar we deze ten vroegste tijdens Documenta kunnen inzien. Enwezor poogt door middel van de platforms het gevoerde discours meer fundament te geven, dit als reactie op de vaak gevoerde politiek van de onderschrijving van een dergelijk gebeuren door één of enkele prominente ‘denkers’. Het nut van deze platforms wordt echter binnen de constructie zelf ondergraven. Transparantie? Weinig van gezien… Bovendien lijken de plaatsen waar de platforms plaatsvinden enkel een locatie te zijn die een zekere globalisering veronderstelt. Kort gesteld: de westerse idee op verplaatsing naar één of ander exotisch oord kan onmogelijk de representatie zijn van een geglobaliseerd denken omtrent beeldende kunst.
We moeten Enwezor natuurlijk het voordeel van de twijfel geven, hij zal naar alle waarschijnlijkheid een sterke editie neerpoten. We kunnen het ons echter niet veroorloven uit het achterhoofd te verliezen dat zijn carrière wel eens het gevolg zou kunnen zijn van een evolutie, gedreven vanuit een marktstrategische gedachte. Daar kunnen we nu eenmaal niet naast kijken. Bovendien kan men het gezicht niet koppelen aan de persoon. De man is ongetwijfeld van Afrikaanse origine, maar blijft sowieso een Amerikaan. Dit leidt onvermijdelijk tot de gedachte dat de bedoelde breuk in de Documenta-saga er één is van huidskleur, en niet van een totaal andere invalshoek. Nee, het ‘westerse’ globaliseringsdenken en de problematisering ervan blijkt meer dan ooit centraal te staan.
Dit kan echter snel als een negatieve inkleuring van het geheel beschouwd worden. Het is het dan ook in zekere zin, niet vanuit een zekere negatieve houding, maar wel vanuit de positie dat vele vragen uit het door Documenta XI vooropgestelde doel kunnen gesteld worden. Het is dan ook niets meer dan de aanleiding tot een reeks van artikels omtrent de verschillende problematieken die deze Documenta omhelzen. Binnenkort meer dus. En dit geldt ook voor hen die hierover iets te vertellen hebben, open debatcultuur, een trendy term, maar laten we die nu maar eens ten harte nemen…






