Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jan Devries:
Yankee go home!
Weer een illusie armer
Huilen met Jan met de Pet op
The Cat's Meow/Series 7 : The Contenders/No Man's Land/Before Night Falls/Migrating Forms
FILMFESTIVAL GENT 2001 - DEEL 1
datum 10.10.2001
auteur Jan Devries
rubriek Film + TV
En we zijn weer vertrokken. Tien dagen in afzondering, gewapend met een blinkende perspas en de kennis dat ik lekker binnen zal zitten terwijl buiten een hoop neuroten met bommen zit te gooien. 'Laat ze maar doen' denk ik graag, als de mensheid ergens goed in is, dan is het wel zichzelf in de vernieling werken, en zoals zovele leraren vroeger altijd vertelden : 'als je een talent hebt, dan moet je dat benutten !'. Ik lach al bij het idee om binnen tien dagen met toegeknepen oogjes terug in De Wereld te stappen en plots te merken dat alles rondom de bioscoop aan flarden is geschoten. Cynisme is de enige redding in tijden van crisis, en escapisme natuurlijk ook. Laat maar komen dat filmfestival!


Bon, hier volgt alvast de eerste lichting, nog geen grote verrassingen, wel een paar aanraders en één absolute tegenvaller.

The Cat's Meow (Peter Bogdanovich - Dui/VK, 2001) - World Cinema
* *

Een wat matte film over een nochtans legendarische, oude legende uit het oude Hollywood. De maker ervan is Peter Bogdanovich, ex-filmcriticus, sinds 1971 onsterfelijk dankzij het heerlijk melancholische The Last Picture Show, maar sindsdien heeft meneer nog maar weinig van zich laten horen. Ook zijn laatste worp is geen hoogvlieger, een traag, bijna onopvallend voorbijkabbelend niemanddalletje, een ideale tv-film voor op een verloren zaterdagavond, maar geen bioscoopstuff. Het verhaal zelf is niettemin zo één van die heerlijk lugubere Hollywoodanecdotes. De hele film speelt zich af in november 1924, op de gigantische jacht van William Randolph Hearst, de rijkste en bijgevolg machtigste krantenmagnaat uit de geschiedenis (vereeuwigd in Orson Welles' Citizen Kane). Andere passagiers zijn ondermeer diens piepjonge verloofde, de blonde stoot Marion Davies, Charlie Chaplin, enkele roddeljournalistes (onder meer de heerlijk cynische Joanna Lumley - Patsy uit Absolutely Fabulous) en Thomas H. Ince, één van de machtigste Hollywood-producers ooit. Chaplin, de neurotische rokkenjager, die er in deze film overigens behoorlijk arrogant uitkomt, kan niet met zijn poten van Marion blijven, wat uiteraard leidt tot groeiende razernij bij de oude, bittere Hearst. Het is tekenend dat ik me slechts één dag na de film niet veel meer kan herinneren dan het einde, waarbij een volledig dolgedraaide Hearst Ince door de kop schiet, denkende dat het Chaplin was. De laatste vijf minuten zijn heerlijk droogjes : niets geen onderzoek, geen sluitende bewijzen, gewoon de suggestie dat de machtigste krantenmagnaat zomaar de machtigste Hollywoodproducent dood kan schieten en daarna heel de wereld - via zijn eigen kranten - vertellen dat Ince bezweek aan een gemene maagzweer. Hearst werd nooit ondervraagd voor de zaak, en de geruchten dat hij zelf het schot lostte kwamen pas jaren na zijn dood bovendrijven. Chaplin's carrière bleef nog even draaien, maar een paar jaar later had hij helemaal afgedaan, het land uitgejaagd onder verdenking van communisme. There's no business like showbuziness!

Series 7 : The Contenders (Daniel Minahan - VS, 2000) - Officiële Selectie
* *1/2

Men kan zich afvragen of het wel nut heeft een parodie te maken over al die reality tv crap die tegenwoordig de buis terroriseert ? Die programma's zijn op zich al een parodie van zichzelf. Series 7 is zo'n parodie, maar is toch waard om bekeken te worden omdat de film zo ver gaat dat de kijker niet anders kan dan nadenken over hoelang het zal duren eer er bij de echte reality programma's doden gaan vallen. Series 7 : The Contenders presenteert zichzelf als de zevende serie van een immens populaire reality soap, compleet met lawaaierige samenvattingen om de 15 minuten, alsof we net een reclamebreak achter de rug hebben. De kandidaten worden lukraak gekozen, ze kiezen er niet zelf voor om mee te doen. Op een dag staat een tv-ploeg voor de deur, de kandidaten krijgen elk een geweer in de handen geduwd, worden voortaan constant gevolgd door een cameraman en krijgen slechts één opdracht : probeer als enige overlevende over te blijven. Het eerste half uur is voorspelbaar mak : de deelnemers en hun gezinnetjes worden voorgesteld, tranen vloeien, kandidaten worden aangemoedigd, bereiden zich in alle rust voor. Al snel ontspoort de hele zaak. De eerste kandidaat wordt lafweg gedood door een injectienaald terwijl hij groggy in een ziekenhuisbed ligt, met een camera in zijn gezicht. Eén na één worden de kandidaten vervolgens afgeslacht, op steeds gruwelijker wijze. En toch is dit alles bijzonder geloofwaardig : dit is de menselijke natuur, geef ze een geweer en de toestemming om elkaar af te maken, live in de ether, en ze zullen het doen. Het echt misselijke is dat ik er nog behoorlijk om moest lachen ook. Hoe kan het ook anders, bij een scène zoals die waarbij een 18 jarige deelneemster van het Cheerleadertype op het punt staat een andere kandidaat af te knallen en haar overbezorgde moeder en vader haar snel nog wat tips toefluisteren als "don't forget your gun honey !", "aim for the head girl, go for it !", en hoe diezelfde ouders passief staan toe te kijken terwijl hun dochter voor hun neus tot moes wordt geslagen. Ook de kijkers krijgen er van langs. Naar het einde toe levert dit een mooi meta-moment op, als de twee overgebleven en rebellerende kandidaten een volle bioscoopzaal gijzelen en iedereen dreigen af te knallen als ze niet kunnen ontsnappen uit het programma. De situatie is doodernstig maar het publiek applaudisseert en lacht zich te pletter, omdat ook zij niet meer het verschil kunnen maken tussen ernst en entertainment, fictie en non-fictie. Eén ding is volgens mij zeker : als ze deze film eens op Kanaal 2 uitzenden, vlak na een zoveelste uitzending van Big Brother, zullen een heleboel kijkers afhaken de volgende dag, compleet gedegouteerd door al die schaamteloze, mensonwaardige programma's. Of ben ik weer eens naïef ?

No Man's Land (Danis Tanovic - Bel/Fra/VK, 2001) Officiële Selectie
* * *
Deze film, die doorging als vooropener van het festival, twee dagen voor ie in de zalen zou worden uitgebracht, werd met veel bombardie aangekondigd als een 'deels Vlaamse productie'. Dit kan uiteraard alles betekenen, bijvoorbeeld het leveren van de fritten op de filmset, of zoals in dit geval, het leveren van een goeie cameraman, zoals Walther van den Ende, die eerder al mooie plaatjes schoot bij Van Dormaele's Toto Le Héro. De debuterende regisseur is Danis Tanovic, een inwijkeling uit Bosnië. Tanovic was minder dan tien jaar terug nog cameraman bij het Bosnische leger, twee jaar lang verbleef hij in de frontlinies en zag door zijn visier de gruwel van deze meer dan absurde oorlog tussen buren. Een ideaal uitgangspunt dus om een film te draaien over dit conflict dat voor velen van ons Westerlingen nog steeds onbegrijpelijk is. In dat opzicht is No Man's Land een zeer goeie poging om, met eenvoudige middelen, een simpel verhaal en symboliek voor het hele gezin, ons het een en het ander duidelijk te maken over het conflict tussen Bosniërs en Serviërs, zo'n beetje de Hutu's en de Tutsi's van de Balkan. De film begint zeer sterk, met een spookachtige scène waarbij een groepje nieuwe Bosnische recruten door de zeer dikke mist naar de frontlinie worden gebracht. Uiteraard lopen ze verloren en worden bijna allen bij het ontwaken de volgende dag aan flarden geschoten. Twee mannen overleven het, ze belanden in een verlaten loopgraaf, samen met een eveneens gestrande, piepjonge Servische soldaat. De hele film speelt zich af in en rond die ene loopgraaf, tussen de twee fronten. Er ontspint zich een bij momenten absurd en surrealistisch verhaal, doorspekt met bijzonder cynische humor, tekenend voor het hele Joegoeslavische conflict. De uitzichtloosheid van het hele conflict wordt treffend geïllustreerd doordat één van de Bosnische soldaten de hele film door op een zogenaamde springmijn ligt, als hij beweegt ontploft de mijn en is iedereen dood, als hij blijft liggen sterft hij van de honger, hij kan geen kant op, de mijn kan niet uitgeschakeld worden. Ondertussen staan de twee anderen elkaar constant naar het leven. Normaalgezien groeien personages in dergelijke filmscenario's uiteindelijk naar elkaar toe, en werken ze samen aan een oplossing. Niet zo bij deze film, de twee laten geen enkele kans liggen om elkaar te vermoorden, of elkaar ervan te beschuldigen met deze oorlog begonnen te zijn, desnoods met het geweer tegen het hoofd. Een mooi voorbeeld van hoe je met eenvoudige middelen een dergelijk complex conflict in kaart kan brengen. En dan is er nog de UNO, die goed voor lul komt te staan in deze film. De blauwhelmen worden terecht afgeschilderd als besluiteloze, initiatiefloze en ronduit laffe nietsnutten die bij de minste dreiging snel de andere kant uitkijken, behalve als de internationale pers meekijkt. Afgezien van deze duidelijke sneer naar de zinloze inmenging van het Westen in een oorlog die ze niet begrijpen, blijft de schuldvraag in deze film mooi in het midden. Geen van beide partijen wordt echt op de vingers getikt, het is gewoon iedereens fout. Kortom, een degelijke, eerlijke film die op gepaste wijze de absurditeit van elke oorlog, waar dan ook ter wereld, aankaart, zonder te willen moraliseren, of erger nog, beweren dat er hoop is. Het laatste beeld is dat van de Bosnische soldaat die nog steeds op de springmijn ligt, moederziel alleen, de twee andere soldaten hebben elkaar doodgeschoten, de UNO-top heeft de pers wijsgemaakt dat alles opgelost is, waarna ze weer achter hun veilige linies kropen om verder de kat uit de boom te kijken. Wie af en toe eens naar het nieuws kijkt weet dat die springmijn nog steeds op springen staat.

Before Night Falls (Julian Schnabel-VS, 2001) Officiële Selectie, Competitie
* * *

Ondanks het godverdomd vroege uur (persvoorstelling om 11u), toch erg genoten van deze biografische film over Reinaldo Arenas, Cubaan, schrijver en homoseksueel, geen combinatie die leidt tot een lang en gelukkig leven. Het is de tweede prent van Julian Schnabel, die in 1996 Basquait uitbracht, ook al een biografische film, over de schilder Jean Michel Basquait. Schnabel is zelf van opleiding schilder, en dat vertaalt zich ook in zijn tweede film. Zelden heb ik het sowieso al magische Cuba zo sprookjesachtig uitgebeeld gezien, maar dan wel zoals een sprookje dat grimmiger is dan Grimm. De diepe, exotische kleuren druipen van het scherm, zeker in het eerste, erg melancholische kwartier, waarin we de jeugd van Reinaldo Arenas zien, arm maar tevreden. Dat laatste lijkt één van de centrale thema's te zijn in deze film : we zien hoe de Cubaanse bevolking zich door de decennia heen met een grote glimlach op het gezicht door de ellende sleept, hoe ze het lijden omzetten in humor en feesten. Toch is dit geen onvoorwaardelijke pro-Castro film, verrevan. Halverwege wordt de sfeer heel grimmig, als Castro eind jaren zestig zijn strijd tegen contrarevolutionaire elementen opvoert, in dit geval dan de homoseksuelen van Cuba, wat prachtig samengevat wordt in een adembenemende sequentie die toont hoe homofeestjes woest uiteen geslagen worden en hoe alle mannen verdwijnen in gruwelijke concentratiekampen met idyllische namen. De muziek bij deze sequentie is Gustav Mahler's 5° symfonie, een bloedmooie stuk dat sinds Death in Venice een uitgesproken homosymboliek met zich meedraagt. De zeer slopende rol van de rebellerende schrijver Reinaldo Arenas wordt indrukwekkend vertolt door Javier Bardem (eerder in Almodovar's Carne Tremula), een vertolking die ongetwijfeld zijn carrière zal lanceren als een kruisraket. De marketing rond de film pakt ook graag uit met de aanwezigheid van grote Amerikaanse sterren als Sean Penn en Johnny Depp (in een dubbelrol). Feit is dat hun beider aanwezigheid in de film alles samen nauwelijks meer dan 5 minuten beslaan. Penn zet een totaal ongeloofwaardige Cubaanse boer neer, Depp verbaast wel nog eens door zijn leuk rolletje als travestiet alias dame van plezier in de gruwelijke gevangenis waar Arenas belandt voor zijn homoseksueel zijn. De travestiet Bon Bon blijkt zeer goed te zijn in het binnen en buiten smokkelen van goederen, via zijn rectum. Zo slaagt hij erin een volledig manuscript van Arenas naar buiten te smokkelen, rectumgewijs. Al bij al, een mooie film, naar het einde toe wat slabbakend, we belanden dan ook samen met het hoofdpersonage in het druilerige New York, anders de plek van mijn dromen, maar na anderhalf uur in het tropische Cuba te hebben vertoeft toch een afknapper.

Migrating Forms (James Fotopoulos - VS, 2000) Look Apart
*

Na enkele goeie films gezien te hebben werd het tijd voor een serieuze afknapper. Op papier leek deze New Yorkse underground hit bijzonder interessant, 'doet denken aan de David Lynch ten tijde van Eraserhead' meldde het programmaboekje. Een schandalige vergelijking voor een stuk enerverend saaie trash als dit, een totaal mislukte poging tot avant garde. Lynch slaagde er met Eraserhead als één van de weinigen perfect in een totaal surrealistiche horrorfilm te maken. Deze film probeert hetzelfde te doen, door een slonzige blondine op te voeren met een gruwelijke pukkel op haar rug, iets wat nog het meest lijkt op een paardendrol. Tot zover het schokeffect. Erger nog is dat Migration Forms experimenteert met structuralisme, door dezelfde actie zo vaak te herhalen dat je er als kijker totaal murw van wordt geslagen. Het verhaal is dit: een totale nietsnut van een man zit op zijn kale appartement, een blonde vrouw arriveert, ze roken een sigaret, ze kleden zich uit, we zien die gruwelijke zweer op haar rug, ze hebben sex, ze gaat weer weg, hij vindt restjes van haar pukkel in zijn bed en gaat slapen. Dit herhaalt zich zo'n tien keer. Op een gegeven moment sterft zijn kat en ligt zijn badkamer vol dode insecten. Wat moet ik daar in godsnaam mee aanvangen? Voor de rest is deze film een pijnlijke aaneenrijging van cliche's uit het goedkope horror- en avant garde-genre, compleet met vuile zwart wit beelden en - door de slechte kwaliteit van de klankband - onverstaanbare gesprekken. Blijf hier in godsnaam ver van weg !

Volgende keer onder meer : Waking Life, The Cutting, My Brother Tom en Tears of the Black Tiger.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie