In tijden van crisis trekken de mensen altijd in dichte drommen naar publieke plaatsen, waar ze een soort veiligheidsgevoel vinden in het lekker samen zitten, in de kroeg, en samen lachen met al hetgeen er gebeurd is. Vooral dat laatste is erg belangrijk, lachen met de misérie van een ander, een volledig menselijk verschijnsel, wat door sommigen dan weer bekritiseerd wordt, maar dat zijn gewoon dommerikken. Zo heb ik vorige week nog een motherfucker van een cocktail gedronken, bestaande uit rum, curaçoa, gin en vodka, een bom van een cocktail met de toepasselijke naam 'Bin Laden Fever', wat niet door iedereen geapprecieerd werd.
Anyhow, ook ideaal in tijden van crisis is een filmfestival: jezelf tien dagen lang opsluiten in de veilige duisternis van de bioscoopzaal. Bijvoorbeeld op het filmfeest van Gent, dat dit jaar aan zijn 28ste editie toe is.
Een eerste vluchtige blik op de
programmatie valt wat tegen eigenlijk, veel gemiste kansen, zeker als je nog
even terugblikt op het hallucinante aanbod dat Cannes een half jaar terug
voorschotelde. Geen nieuwe films van David Lynch (
Mulholland Drive),
Terry 'Crumb' Zwigoff (
Ghost World), Abel Ferarra (
R-Xmas) of
Tod solondz (
Storytelling). Helaas.
Maar niet getreurd, een handvol films maakt dit gemis - eventjes - goed.
Nieuwe films
Voor mij nu al dé première van het festival is de nieuwe
van de broeders Coen,
The man who wasn't there, een surrealistische
film noir, gefilmd in zwart-wit. Mensen die hem al gezien hebben beweren dat de
Coen's eindelijk weer het niveau bereiken van hun meesterwerk
Barton
Fink.
Mijn tweede favoriet is van de hand van Emir
Kusturica (
Underground,
Black cat white cat) die een documentaire draaide over de wilde zigeunermuziek van zijn land, Super 8 stories, met in de hoofdrol zijn onvolprezen No Smoking Orchestra. Al wie dit waanzinnige collectief van muzikale gekken al eens op een podium heeft zien staan weet dat het zal swingen als de beesten.
Ook
Richard Linklater, van het low budget monument
Slacker, is terug, met
een bijzondere film,
Waking Life, een digitaal gefilmde prent waarbij de acteurs achteraf vervormd werden tot levende tekenfilmpersonages, iets wat griezelig veel doet denken aan de oude AHA-clip van 'Take on me'. Volgens iemand die in Amerika de eerste screening van deze film zag was het publiek bij momenten zo enthousiast dat sommigen extatische schreeuwen losten tijdens de voorstelling.
Een film die in
één adem met de vorige mag vermeld worden is de Thaïse prent
Tears of the
Black Tiger, een pastiche van de eens zo populaire melodrama's, volledig met ultra-kitcherige kleuren, vooral roze en blauwe tinten om van te duizelen, bereikt door de film pas na de opnames in te kleuren, zoals men dat vroeger totdentreure met zwart-wit films deed.
En zo heb ik
weer een sprong gemaakt naar het verleden van de filmgeschiedenis, zodat ik het
even kan hebben over
The Cat's meow, van Peter Bogdanovich, een man die
dertig jaar geleden een zeer goeie film draaide (
The Last Picture
show), maar sindsdien nauwelijks nog iets opzienbarends kon maken. Nu
misschien wel, met een film over het Hollywood van de gouden jaren twintig, zijn
meest decadente periode, meer bepaald over de niet zo verstandige verhouding
tussen Charlie Chaplin en Marion, het liefje van William Randolph Hearst, de
machtigste krantenmagnaat uit de geschiedenis, en eerder al het leidend voorwerp
van Orson Welles'
Citizen Kane.
Nog twee tips om het af te leren.
Series 7: The
Contenders, een snijdende parodie over de grootste televisieplaag sinds Luc Appermont: reality TV, een fenomeen dat de mythe deed ontstaan dat gewone mensen ook interessant kunnen zijn. Hier krijgen zes deelnemers elk een geweer en een cameraman mee. De hoofdprijs: de winnaar blijft als enige overlevende over. Misschien een ideetje voor deel drie van Big Brother.
Ook zo'n film die ik meteen zie zitten is
Migration
Forms, niet omdat er in het programmaboekje een foto bijstaat van een
hilarische blonde del met hangborsten, maar vooral omdat deze New Yorkse
underground hit al meermaals werd vergeleken met Lynch's
Eraserhead.
Onder de massa's nieuwe films
op het filmfestival bevinden er zich ook verrassend veel Dogma-films, en dan nog
wel uit drie verschillende landen: thuisland Denemarken (
Italian for
beginners), Argentinië (
Fuckland) en zowaar ook eentje van bij
ons,
Strass van Vincent Lannoo. Mijn hoop om nog eens een goeie
Dogmafilm te zien is sinds
The King is Alive al lang vervlogen, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Denemarken, dat
vorig jaar het gastland was op het festival, is ook dit jaar trouwens weer
rijkelijk vertegenwoordigd, met een viertal nieuwe films, waaronder ook
Miracle, een ongetwijfeld erg ontroerende prent over een jongetje dat er van droomt om een fikse bos schaamhaar te hebben.
E viva Belgica!
En hoe zit het met ons eigen apenlandje? Zit
de film hier nog steeds in de pre-schaamhaarperiode of komt er eindelijk schot
in de zaak? Wel, het lijkt de goeie kant uit te gaan, maar dan enkel afgaande op
het grote aantal nieuwe, Belgische films in de programmatie. Een vaststelling is
dat er nog steeds teveel cineasten zijn in dit land die uit pure luiheid, of bij
gebrek aan een creatieve geest, een boek verfilmen: Hans Herbots doet het met
Anne Provoost (
Falling), Rudi Van den Bossche met Eriek Verpaele
(
Olivetti 82), om nog maar te zwijgen over Hugo Claus die in zijn
nieuwe film
Verlossing waarschijnlijk rijkelijk zal putten uit zijn eigen oeuvre. Dat laatste begrijp ik echt niet. Gezien de enorme bucht die Claus hiervoor draaide (en dan heb ik het nog niet eens over zijn boeken) zou het voor hem ondertussen ten strengste verboden moeten zijn om nog binnen een straal van 500 meter van een camera te komen.
Nog Belgisch en
potentieel interessant:
Les Enfants de l'amour van Gentenaar Geoffrey
Enthoven,
The Cutting (de 'Belgische Blair Witch Project' wordt ie
genoemd, een dubbeltje op z'n kant dus), de reeds eerder vermelde Belgische
Dogmafilm Strass, en
No Man's Land, over de absolute absurditeit van de oorlog in Bosnië.
Het
geheugen van de film
Je hoort het vele ouwe
ballen zeggen: tegenwoordig maken ze geen goeie films meer. Die mensen kunnen
altijd nog terecht bij de festivalsectie waar enkel 'Klassiekers' getoond
worden. Dat het begrip 'klassieker' tegenwooredig behoorlijk rekbaar is geworden
blijkt uit de soms wat vreemde keuzes. Mr. Jones een klassieker noemen is als
een poes een hond noemen. En
The Idiots van Lars von Trier? Een dijk
van een film, maar amper drie jaar oud. Maar dat spreken de programmatoren goed
door er een heus thema tegenaan te gooien, 'Geestelijke Gezondheid', speciaal
voor de talloze loslopende gekken van Gent. Uit dit aanbod onthou ik vooral
Woody Allen's
Zelig, de Forrest Gump van de jaren tachtig, maar dan wel
om te lachen, en
Freud, een biografische film van de hand van John Huston, een helaas bijna volledig vergeten reus uit de filmgeschiedenis.
En van welke film zal ik het meest
genieten? Zonder twijfel de superdeluxe, 70mm vertoning van de tripfilm der
tripfilms, Stanley Kubrick's allergrootste,
2001: A Space Odyssey! De al lang voorspelde revival van psychedelische drugs zit er dan toch aan te komen!
Ik hou u gedurende het hele festival op de hoogte.
www.filmfestival.be