Het eerste kwartier viel verrassend genoeg nog heel goed mee, waardoor regisseur Baz Luhrmann al meteen beter scoort dan met zijn vorige kakfilm, Romeo Juliet, bij het zien waarvan mijn bloed al na vijf minuten het kookpunt bereikte.
Moulin Rouge opent met een prachtig – uiteraard volledig artificieel – panoramisch beeld van het Parijs van rond de vorige eeuwwisseling, in magisch zwart-wit zoals het er toen moet uitgezien hebben door de camera’s van de broers Lumière en Georges Méliès. Met duizelingwekkende snelheid duiken we naar beneden, rakelings langs de Eifeltoren, door de smalle, gore straatjes van Montmartre, waar het altijd feest is, we zoeven langs Toulouse Lautrec en Erik Satie, vangen een glimps op van het hoofdpersonage, de berooide schrijver Christian (behoorlijk kinderachtig vertolkt door Ewan McGregor – Obi Wan Kenobi voor de jongsten), om dan uiteindelijk met een noodvaart in de Moulin Rouge terecht te komen waar honderden in maatpak gestoken heren staan te slamdancen op een stampende medley van feestnummers, waarin onder meer tracks van Chic, Madonna, Queen en Nirvana opduiken (tien jaar na de eerste keer “here we are now, entertain us” moeten alle oud-Nirvana fans ongetwijfeld kokhalzen bij dit stuk). Christian de berooide schrijver leert daar zijn vlam kennen, Satine de courtizane, zoals steeds een over the top acterende Nicole Kidman. Dit alles krijgen we gepresenteerd aan een zelden geziene snelheid, als de gemiddelde lengte van een beeld 1 seconde is zal het veel zijn.
En dan zakt de hele handel in elkaar als een enorme pudding (“als een WTC-toren” ware wat onsmakelijk geweest als vergelijking). Er volgen scènes waarbij men iets probeert dat op humor zou moeten lijken, waarna men voor de overige anderhalfuur hardnekkig probeert om wat dramatiek en romantiek te introduceren, aangezien twee uur non-stop special effects gewoonweg onbetaalbaar zijn. Maar helaas, ook dat is een mislukking van formaat, de personages hebben de uitstraling van een paar afgedragen schoenen, de romantische scènes zijn gewoonweg gênant en de dramatische ontknoping een giller van formaat. Dat laatste bleek niet zo’n probleem voor de rest van het publiek (toen ik na de film even achter mij de zaal inkeek besefte ik meteen dat de marktwaarde van Kleenex de volgende weken gevoelig zal stijgen, toch iemand die kan profiteren van de crisis).
Hoe langer je naar dit stuk pretentie zit te kijken hoe vermoeiender het wordt, niet alleen door de pathetische drang van de regisseur om te tonen hoe goed hij wel niet kan filmen, ook door de overdreven hoeveelheid referenties naar musicals en liedjes waarvan hij waarschijnlijk vermoedt dat ze in ieders geheugen gegrift zitten. De film verzandt in een vorm van erg fout postmodernisme, vooral door dat irritante gegoochel met hedendaagse liedjes, wat een pijnlijk dieptepunt bereikt bij die eeuwig durende medley van de allervreselijkste liefdesliedjes uit de popgeschiedenis.
Slotsom: hadden ze zich nu gewoon beperkt tot het eerste kwartier en dat uitgezonden als videoclip op MTV dan was ik erg onder de indruk geweest. Maar na twee uur van van dat geshow verliet ik de zaal met barstende koppijn en heel veel zin om alle recensenten die dit stuk trash de hemel inprijzen (geloof me, ze bestaan) persoonlijk uit te nodigen voor een gevecht met blote vuisten op de parking van de Decascoop.






