Weillheim. Een klein ruraal stadje ten zuiden van Munchen, door god en mens vergeten, ware
het niet dat dit plaatsje veruit de meest avontuurlijke muziek van de laatste jaren voortbrengt.
Binnen die kleine gemeenschap is een reeks incestueuze muzikale relaties gegroeid die
gesteend is op een constante: een zoektocht naar genrevernieuwing en -vermenging. Ontstaan
uit de plaatselijke hardcore scene, gingen deze jonge groep muzikanten begin de jaren
negentig gretig op zoek naar nieuwe invalshoeken, die ze vonden in free-jazz, dub, musique
concrète en elektronische muziek. In een mum van tijd ontstonden een reeks projecten, die
geleidelijk aan elk hun eigen esthetiek ontwikkelden. Elementen uit experimentele sessies
werden samengebracht in nieuwe configuraties, met opnieuw nieuwe groepsbezettingen en -
geluiden tot gevolg. In het verleden brachten projecten als Potawatomi, Ogonjok en Rastar
heel mooie spullen uit (nu quasi onvindbaar), maar overleefden de creatieve uitputtingsslag
niet, in tegenstelling tot fantastische groepen als Tied & Tickled Trio, Lali Puna en Village of
Savoonga (te ontdekken!). Dé moedergroep is The Notwist, die de sleutelfiguren uit de scene
herbergt, zijnde de broers Markus en Micha Acher en Martin Messerschmidt, die o.a. ook
actief is als Console en recent trouwens tekende voor een van de beste tracks op de nieuwe
Björk ('Heirloom'). De eerste platen van The Notwist waren nog geënt op het geluid van
Amerikaanse groepen als Dinosaur Jr. en Sonic Youth, maar het groepsgeluid evolueerde naar
een unieke mix van jazz, pop en electronika, resulterend in het niet minder dan briljante
Shrink (1998). Op deze plaat maakt the Notwist de brug tussen melancholie en dynamiek,
tussen melodie en experiment, met een pointillistisch gevoel voor detail. De langverwachte
opvolger Neon golden verschijnt pas in januari 2002, maar de ongeduldigen onder ons kunnen
zich reeds tegoed doen aan de 12" Trashing Days. De titelsong is opgebouwd rond een
haperende banjomelodie, die zich langzaam aansluit bij het fragiel stemgeluid van Markus
Acher, een jazzy bas en sax en subtiele toetsen electronica. De song klokt af op 3:22 minuten
en is gedaan voor je erg in hebt, maar zoals wel meer voorkomt bij verslavende spullen, grijp
je voortdurend terug naar de naald: een juweeltje… Ook de Console-remix van 'Neon
Golden' dat de B-kant siert, is beslist de moeite waard: de track begint met diepe house beats
en een pompende bas, maar ontspint zich al vlug tot een subtiel muzikaal festijn, inclusief een
bluesy gitaarriff en blazers. Voer voor avontuurgezinde danslustigen.
Om maar te zeggen: het kan verdomme niet snel genoeg januari zijn…
Ook Ekkehard Ehlers heeft reeds zijn sporen verdiend in het Duitse avant-garde circuit. Met
het duo Autopoieses leverde hij met La Vie à Noir een boeiend werk af, dat bestond uit
gedeconstrueerde en digitaal verwerkte samples uit jazzy film noir samples en onder het mom
van Auch verkende hij labtop-gewijs de territoria rond experimentele techno en glitch. Vorig
jaar verscheen onder zijn eigen naam Betrieb, dat "deals with the movements within closed
systems". Het "gesloten systeem" waarvan sprake bestond uit een sample van muziek van
twintigste eeuwse componisten als Charles Ives en Arnold Schönberg, die hij binnen de
tijdspanne van een track op alle mogelijke manieren digitaal manipuleerde, om zo tot een
eigen 'afgewerkt' stuk te komen. Afgezien van het intellectuele en misschien arrogante opzet,
is deze plaat bij beluistering echt wel fascinerend. Hetzelfde geldt voor Plays Albert Ayler, het
eerste deel van een trilogie mini-LP's, gebaseerd op het thema van "digital art versus
metacomplex emotion". Het werkstuk bestaat volledig uit samples van cellomuziek die hij
verknipte, verwerkte en her-combineerde tot twee lange collages. Het is ongemeen boeiend
om te horen hoe kleine muzikale texturen een compleet nieuwe context krijgen en toch
emotioneel beroeren. Je hoort sluimerende celloklanken, die nu eens gemuteerd en gelaagd
worden tot een wervelende maalstroom, dan weer liefelijk tegen elkaar aan schurken in een
verkwikkend klankbad. Ehlers creëert via digitale middelen een eigen electro-akoestisch
systeem, dat op deze plaat alvast tot schetsmatige, maar verleidelijke resultaten leidt.
De volgende delen van de trilogie verschijnen binnenkort en zullen respectievelijk hommage
brengen aan John Cassavetes en Hubert Fichte - op een ander label deed hij al hetzelfde met
Robert Johnson en Cornelius Cardew. In de gaten te houden!
The Notwist, Trashing Days 12", City slang.
www.notwist.com
www.cityslang.com
Ekkehard Ehlers, Plays Albert Ayler, Staubgold
www.autopoieses.de
www.staubgold.com
ander werk van Ehlers is verschenen op Bottrop Boy, Mille Plateaux , Ritornell, Force Inc en Fällt.
Ook genoten van: alles van Talk Talk (n.a.v. Missing Pieces), Es, A Love Cycle (melancholische klankcollages van de Fin Sami Sänpäkkilä), stukjes van Vert, Nine Types of Ambuigity (kleurrijk mozaïek van elektronische ritmes en geluidjes), enkele songs op A Camp (met dank aan Mark Linkous voor de produktie) en The Reindeer Section (The Glasgow Gang), ook eindelijk weer een paar redelijk opwindende d&b 12": Shimon & Andy C., Body Rock en Bad Company, Book of The Bad. Films: Eureka en Audition, nieuwste werk van Low Fixed media Show. Pukkelpop: de Portables >> de sympathieksten / Mogwai >> indrukwekkende geluidsmuur / Sparklehorse >> subtiel / Stephen Malkmus >> with cool chicks! / Mercury Rev >> bombastisch / ikzelf >> onvergefelijk stom, wegens het verprutsen van de opnames van een interview met Main.






