Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Kevin De Bruyn:
Deel 1: DIRECTNESS IS ALL
Tierelantijntje voor mannen en humorgevoelige vrouwen.
Tierelantijntje voor mannen en humorgevoelige vrouwen
Fondation Cartier, Parijs.
UN ART POPULAIRE
datum 01.09.2001
Un art populaire, onder die noemer stelt Fondation Cartier tot 4 november 2001 ongeveer 130 werken tentoon die een representatie bieden van enkele hedendaagse kunstenaars uit vier verschillende continenten. Hierbij wordt hoofdzakelijk belang gehecht aan de traditionele context waarbinnen de kunstenaars afzonderlijk ageren en welke hen in een oeuvre voorziet dat ten aanzien van het huidige discours en de gangbare kunstuitingen veeleer uitblinkt in diversiteit en complexloosheid.
Althans, die idee ontwikkelde zich uit de confrontatie met de populaire kunst uit Brazilië en de pueblos van New Mexico en wordt eveneens versterkt door een gelijkaardige reflectie die in het werk van de hedendaagse kunstscène aanwezig blijkt. Ook hier is de aandacht voor de traditie en het folkloristische sterk gelieerd met de handeling, of beter gezegd, de creatie van een beeld waarin vaak een sociaal-kritische en politiek-religieuze dimensie huist. Dat wordt ondermeer benadrukt door enkele werken van artiesten als Chris Burden (VS), Tim Hawkinson (VS) en Wim Delvoye (Bel) die speciaal voor deze tentoonstelling werden geconcipieerd. Het opmerkelijke karakter van deze tentoonstelling schuilt evenwel in de voorstelling van enkele onbekende kunstenaars uit Afrika en Zuid-Amerika die vanuit hun specifieke sociale milieu precies de traditionele beeldtaal van de hedendaagse kunst penetreren en door de presentatie van een eigen en situationeel idioom haar algehele standaards in vraag stellen. Deze populaire kunst, buiten elke pejoratieve betekenis om, blijkt bijgevolg rijk aan etnologische betekenis en stoort zich geenszins aan een categoriaal denken dat veeleer haar exclusie van het hedendaagse kunstveld beoogt. Un art populaire blijkt de voorstelling, niet de introductie, van wat met zulk een conceptie heden kan bedoeld worden en toont verschillende formele percepties waartoe een klassieke esthetische appreciatie onontvankelijk is en alleen die interpretatie volstaat reeds op zich om deze huidige exhibitie in Fondation Cartier als verruimend te beschouwen.

Fondation Cartier getuigt sinds lange tijd de zin voor opmerkelijke tentoonstellingen en waarborgt hiertoe telkenmale enkele karakteristieke uitgangspunten die het publiek als het ware engageren. Zo is de aandacht voor het geproduceerde beeld en haar representatie precair in de voorstelling - daartoe beschikt men immers over een unieke architectuur - , temeer omdat de subtiliteit van plastische of andere aard zelden wordt geschuwd, dit in tegenstelling tot de massificatie-tendens die in tal van (Belgische) musea voor hedendaagse kunst wordt voorgehouden. Het maakt de exposities niet alleen tot een mogelijke verademing, de bezoeker blijkt eveneens uit zijn passieve bewegen geslagen, de aloude belofte die wel vaker in het circuit wordt vooropgesteld, doch slechts bij hoogste uitzondering een werkelijkheid is. Fondation Cartier lijkt in dat opzet wel te lukken en met un art populaire wordt zelfs de hedendaagse kunst en haar geschiedenis tot in de voegen geraakt. Immers, het hiërarchische hedendaagse kunstconcept getuigt ten aanzien van de populaire kunst, zoals ze die zelf noemt, geen algehele geldigheid en beschouwt ze bijgevolg als een perifere manifestatie van een mindere cultuur die hooguit de outcast van het eigen gekunstelde veld zoals de Art Brut of de naïeve kunst benadert. Die vergelijking hoeft zich echter enkel te beperken tot de reële verhouding die daarin wordt beantwoord en welke het Westers kunstidioom centraliseert tot de meest dominante. Want de populaire kunst in deze tentoonstelling overstijgt makkelijk zulke minimaliserende kritieken en, dit is het mooie van de tentoonstelling, met het krachtigste argument voorhanden: het beeld tegenover de esthetische theorie. Zo verschijnt de populaire kunst als een verwijzing naar de vergane traditie van hand en ambachtelijkheid, juist te midden van het hedendaagse discours, als een retrospectieve act. Temeer omdat ze alsook een zekere moderniteit in haar non-conventionaliteit omvat, welk het avant-garde van het hedendaagse veld in vraag stelt. Waar de kunst begint en ophoudt blijkt na deze tentoonstelling immers geenszins te passen binnen een zuiver Westerse discussie, noch is het langer opportuun de klassieke misprijzende appreciatie voor populaire kunst aan te houden, of die nu volks en weinig gecultiveerd is of niet.

Men zou kunnen stellen dat de terracotta sculpturen van Roxanne Swentzell (VS) slechts van een beperkte gelaagdheid getuigen door de uitgesproken binding die ze laat bestaan tussen beeld, emotie en politieke inspiratie. Echter veroorlooft zij zichzelf uit deze enkelvoud een dusdanig krachtige expressie en serene monumentaliteit welke ons doorgaans in het huidige tentoonstellingsaanbod ontbreekt. Dit is mogelijk een samenvattende gedachte die voor meerdere kunstwerken van un art populaire gangbaar is, of hoe de eenvoud van het verhaalde de ontwikkeling van een formele impact en het complex beeld geenszins uitsluit - terwijl in het hedendaagse kunstveld de verhoudingen vaak in een omgekeerde redenering worden opgevolgd - . Deze expositie is er vooreerst om bekeken te worden, complexloos en onervaren, doorheen een parcours dat elke vorm van distinctie, geografisch én esthetisch, meent te onthouden. De welluidendheid van het kunstenaarssignatuur is uitzonderlijk slechts van secundair belang.

Fondation Cartier
- Un Art Populaire - tot 4 november 2001
Boulevard Raspail 261, Parijs
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie