Gratis Feesten in het Zoniënwoud en onder de Martinitoren
OSCAR GONZO BRUIST IN KOKEND BRUSSEL
datum 28.08.2001
Al wie dacht dat zwaar Feesten een monopolie is van een bende, veelal doptrekkende, halve gare Gentenaren moet dringend eens zijn of haar licht gaan opsteken in Brussel. Wat een bende wacko's is me dat daar! Geen locatie is er gek genoeg om er een ongelofelijk ethousiast feest te bouwen tot 's morgens vroeg.
People seem to enjoy things more when they know a lot of other people have been left out of the pleasure.
Russel Baker
Aangezien ik sinds het einde van die loodzware Gentse Feesten zo'n beetje op min of meer gedwongen feest-verlof ben geweest (twee weken een après-Feesten-depressie en nergens geen kloten te beleven), begon het toch wel serieus te jeuken in mijn benen. Gent had al wekenlang niets meer te bieden voor ons op harde fun beluste mensen, dus trokken Flippe, Rukke Doemp, Sativo en ik op vrijdag 24 augustus naar Brussel, niet alleen om nog eens stevig in de mosselen te vliegen bij Freaky Punk, maar vooral om ons nog eens collectief lam te zuipen en te dansen, een zeer lichamelijke behoefte die we maar niet van ons af kunnen schudden.
Via de voor ons drum & bass-fanaten onmisbare website www.boups.com was ons ter ore gekomen dat die dag een zogenaamde illegale free party zou worden georganiseerd, "somewhere around Brussels, call after 23.00 to know where, or check www.bugtronix.be". Afijn, met een kilo mosselen in de de maag checkten wij de website, bleek dat de fuif plaatsvond ergens in de buurt van 'Les 4 Bras', nabij het Zoniënwoud. Daarop volgde een lange discussie over het al dan niet met de wagen rijden. Onszelf kennende wisten we nu al zeker dat tegen het einde van dat feest niemand nog deftig rechtop zou kunnen lopen, laat staan met de auto rijden. Dus, we dachten, "we doen eens decadent, we pakken de taxi", "aux Quatre Bras silvoeplet". Vierhonderd frank later stonden we aan een tankstation in Tervuren. Een jongeman vroeg of we voor 'het feest' kwamen en zei vervolgens dat we een groepje mensen moesten volgen. Na 500 meter langs de snelweg gelopen te hebben, en continu afvragend "waar sturen ze ons nu in godsnaam naartoe?" trokken onze voorgangers het duistere Zoniënwoud in. Twijfelend volgden we hen. Het had wel iets vreemds, een nuchter mens zou twee keer nadenken vooraleer het donkere bos in te verdwijnen met een vijftal ruige, volgetatoeërde binken die je even goed verrot kunnen slaan om dan met al je geld te gaan lopen. Wisten zij wel waar ze naartoe gingen? Na goed 100 meter bosinwaarts te zijn gestapt zag je absoluut niets meer, het enige waarop je nog kon steunen waren de geluiden van de mensen voor je. Een kwartier later - het leek een eeuwigheid, de beschaving lag toen al heel ver achter ons - zagen we iemand met een pillamp naar links wijzen. Heel in de verte was al wat gedreun hoorbaar. Het laatste stuk ging recht door het bos, van een bewandelbare weg was geen sprake meer. Het duurde dan ook niet lang vooraleer Flippe en Freaky met veel gekraak van takken in een droge greppel donderden. Anderen geraakten verstrikt in struiken of werden gemeen geneteld. The Blair Witch Project was er niets bij.
En toen waren we eindelijk bij de plek van het gebeuren: een 50 meter lange en 10 meter brede oude fietserstunnel, gevuld met enkele honderden jongeren. Hoe die dat daar allemaal gevonden hadden was mij een raadsel.
De accomodatie was zoals je die kan verwachten bij een illegale party, minimaal genoeg om bij de minste flikkendreiging alles in te laden en het hazenpad te kiezen. De belichting was beperkt tot welgeteld één lamp. De draaitafels stonden vlak achter een camionet, en daarachter lagen een paar generatoren die het hele feest in gang hielden. Uiteraard vielen die generatoren een paar keer uit, zodat je plots met een paar honderd mensen in een stikkedonkere tunnel in het midden van het Zoniënwoud stond met het vermoeden dat er niets meer te beleven viel en naar huis geraken quasi onmogelijk was op dat uur. Maar zo erg werd het gelukkig niet.
Erger was het gesteld met de dranktoevoer. Na zo'n lange boswandeling snakten wij natuurlijk hevig naar een serie frisse pinten voor we ons op de zwaar afhellende dansvloer konden storten. Maar wat bleek? Al het bier was op. Er was enkel nog lauw water en lauwe cola, voor 50 frank per piepklein bekertje. Het was toen pas één uur. We stonden allemaal te vloeken, over hoe we zo stom konden zijn om naar een illegale fuif te komen zonder minstens een rugzak vol sterke drank mee te brengen, iets wat we normaal altijd doen. Het overgrote deel van de andere aanwezigen leek dit niet zo erg te vinden, die slikten pillen alsof het pepermuntjes waren, zelfs zonder daarna die godverdomd bittere pillensmaak door te spoelen.
Een dik uur later arriveerde een nieuwe en laatste reeks van 5 bakken bier, gevolgd door minstens honderd extreem dorstige mensen (wij stonden uiteraard al zeker een half uur tactisch opgesteld naast de bar). Iedereen die tot daar geraakte kocht zoveel bier als hij kon dragen, waardoor de allerlaatste pinten binnen het kwartier allemaal uitgedeeld waren. Nu goed, we hebben er ons uiteindelijk bij neergelegd dat dit wel eens een zeer uitzonderlijk alcoholarme nacht ging worden. Rukke Doemp legde zich er zeer letterlijk bij neer: die ging een half uurtje pitten in een hoekje. Blowen dan maar, zoveel mogelijk, daar word je op de langen duur zo mogelijk nog gekker van dan van excessief drinken, en behoorlijk simpel ook nog, wat in goed gezelschap altijd lachen geblazen is, maar dan wel met humor van een bijzonder laag niveau.
En het feest zelf? Wel, naar Oscar-normen mocht dat er best wezen. De eerste dj die ik bezig zag was de beenharde Woodrow die niet onverdienstelijk draaide, bijgestaan door MC Ricky D als ik me niet vergis, die iedereen er tot in den treure toe aan bleef herinneren hoe "100% illegal" de party wel niet was, iets wat mij eigenlijk niet echt uitmaakte, ik zie de gemiddelde flik zijn varkenslijf niet door het bos sleuren om een fuif plat te leggen die niemand stoort, behalve dan de vroege fietsfanaat die plots op een groepje wild dansende, knettergekke jongeren botst.
Na Woodrow was het dan tijd voor die maffe System D, de beste drum & bass-dj van het land, de geniale scratcher die met een simpel lijkende vingerbeweging een hele zaal kan doen schreeuwen. Het dansen zelf ging ons is niet zo goed af die avond. De tunnel helde zo hard af dat ik bij het dansen steeds vreesde om voorover te vallen. Ook het overmatige wietverbruik en het schrijnende gebrek aan de o zo nodige liters alcohol beletten ons om volledig uit ons dak te gaan. De rest van de aanwezigen had daar klaarblijkelijk minder last van, die bleven maar pillen vreten. Het werd me bij momenten zelfs wat griezelig, het hele gebeuren kreeg iets van een 'Chirofuif gone horribly wrong', de gemiddelde leeftijd lag ergens rond de 18 jaar. Ik zag hele kleine meisjes met uitpuilende ogen en een fluitje in hun mond rondhuppelen; een bepukkelde puber stond urenlang wijdbeens met fluoriserende ballen te zwaaien; een gast voor mij stond met een volledig vertrokken gezicht te wankelen op z'n benen, een rastagast tikte op zijn schouder en voor de wankelende gast kon zien wie het was werd hem al een nieuwe pil in z'n mond gepropt. Uiterst ongezond gedrag allemaal, maar ja, "je bent jong en je wil jezelf vol pillen steken", het is iets van alle tijden, gelijk welke drug op een gegeven moment in de mode is zal en masse geconsumeerd worden door het jonge volkje. En terecht! Het leven is er om te nemen, met volle teugen, het hangt er alleen van af wat, en vooral, hoeveel. Even opperde ik nog het idee om een nieuwe, eigen overheidsinstantie in het leven te roepen: de Liga ter Bevordering van het Recreatieve Druggebruik, de L.B.R.D., "Drugs voor iedereen, maar wel met mate!", of "Pak Met Aandacht", wat de nu erg hippe afkorting P.M.A. oplevert, kwestie van in te spelen op wat de jeugd tegenwoordig bezighoudt.
Tegen 5 uur begon het daar naar onze goesting toch wel heel erg scheef te gaan. System D was al naar huis. Een nieuw dj-koppel dat wel leek overgevlogen te zijn van een trancefuif op Ibiza draaide vreselijk platte muziek. Het enige interessante aan hun set waren de enorme huppelende borsten van de vrouwelijke helft van het duo, die ook af en toe aan een knopje draaide.
Aangezien het al een beetje licht begon te worden, en we nu absoluut eens moesten beginnen drinken, begonnen we aan de terugweg. Dat leverde nog een paar mooie plaatjes op. Wanneer anders kan je het prachtige Zoniënwoud zien bij zonsopgang, met die hemelse nevelslierten tussen de bomen en in de dalen? Een aanrader voor echte dagtrippers van het eerste uur, die nauwelijks nog kunnen lopen omdat ze veel te veel geblowd hebben. Dankzij tram en metro - waarvoor we uiteraard geen frank betaalden - geraakten we toch nog tegen zeven uur op Freaky's kot, waar we ons in recordtempo zat dronken om toch een beetje deftig in slaap te vallen, met vijven in een kleine, broeierig hete kamer, terwijl buiten het heetste weekend ooit al begon.
* * *
Het duurde dan ook maar een paar uur voor de eersten van ons badend in het zweet weer wakker werden in die sauna. Er restte ons nog een lange lome zaterdag om te vullen. Binnen was te heet om rechtop te staan, dus zat er niets anders op dan weer maar eens de stad in te trekken, sloffend, en om de 100 meter stoppend om iets te drinken of even tegen iets aan te leunen, om beurten zuchtend van "pff…amaai-amaai, zoooo warrrem".
Op die manier zijn Freaky, Flippe en ik beland op een zeer sympathiek festivalletje, met klemtoon op -tje. Dat bleek Plein Open Air te zijn, een vier weekends durende zomerhappening, georganiseerd door de kleine maar zeer progressieve Brusselse Cinema Nova. Elk weekend vindt het festival plaats op een andere bijzondere locatie, keer op keer plekken die de tweeslachtigheid van Brussel benadrukken door zowel zijn charme (de grootstad) als zijn lelijkheid (het verval en de gruwelijk lelijke nieuwbouw) te benadrukken. Dit weekend stond het festival opgesteld op een braakliggend industrieterreintje vol steengruis, in de schaduw van de indrukwekkende lelijke Martinitoren aan het Rogierplein, ooit met veel bombast neergezet door VDB, maar al snel aan zijn lot overgelaten (zeker toen de erg herkenbare Mercedes-ster op het dak van de toren plots besloot om te stoppen met draaien). En nu, terwijl VDB's lijk nog niet helemaal koud is wordt deze even lelijke als intrigerende mastodont met de grond gelijk gemaakt, om ongetwijfeld vervangen te worden door een kille glazen toren zoals er daar al zoveel staan.
Met zicht op al dit fraais werd dus Plein Open Air georganiseerd, een combinatie van films, optredens en exotische drankjes. Stel je hier alsjeblieft niet teveel bij voor, dit moet veruit het meest kleinschalige festivalletje geweest zijn dat ik ooit gezien heb: een scherm, een minuskuul podium, een dranktent, een cocktail-caravan ('Chez Hugo'), een legertentje en twee met kerstlichtjes versierde wc-hokjes, op een terrein dat nog kleiner was dan een voetbalveld, that's it.
We zaten daar rustig wat te chillen, genietend van het heerlijke rustig-aan-karakter van het hele gebeuren en de zalige pinten voor 40 frank 't stuk, toen een eigenaardige mannetje kwam vragen of we niet even naar wat kortfilmpjes kwamen kijken in zijn tent, anders was er helemaal niemand komen opdagen. De 8mm-films waren barslecht, de projector viel drie keer uit, telkens gepaard gaand met hilarische gevloek van de weirde projectionist, het was bloedheet in die tent, maar het had allemaal iets ontzettend grappig en sympathiek.
Na een uurtje braden en drinken kregen we honger en verlieten het terrein, om eens stevig te gaan eten bij de Chinees en dan eventueel terug te keren.
Dat gebeurde ook, maar wel met een omweg langs nog zo'n gratis, kleinschalig gebeuren op een al even verrassende locatie. Opnieuw via Boups was ons ter ore gekomen dat elk weekend een soort terras-fuif georganiseerd wordt in het park van het Rijksadministratief Centrum aan de Pachécolaan, normaal enkel toegankelijk voor een leger grijze muizen die daar hun boterhammekes komen opschrokken. Nu werd het park ingepalmd door een bende jongeren die elke zonnige vrijdag en zaterdag van de zomer dj's laten draaien, terwijl de mensen rustig een pintje of cocktail kunnen drinken. Dat alles kreeg de naam 'Le Gazon' mee, ook te bewonderen op www.legazon.be. Al snel bleek het hier om heel andere jongeren te gaan dan die in het Zoniënwoud. De medewerkers leken allemaal stuk voor stuk rijkeluizoontjes en -dochters, yuppietrash dus. Het was ook allemaal zo fuckin' vlekkeloos georganiseerd. Om maar iets te zeggen, zelfs de kurkentrekker hing vast aan een koordje. Eén ding hadden ze blijkbaar over het hoofd gezien: blijkbaar worden de planten en bomen van dit luxepark dagelijks tussen 10 en 11 uur automatisch gesproeid. Dus begon het plots op steeds wisselende plekken zeer plaatselijk te regenen, ook in de buurt van de draaitafels. Maar, niet gevreesd, die regelneven van yuppies hadden uiteraard nog een grote witte partytent achter de hand om verdere schade te voorkomen (hmm…een grote witte partytent, waar ken ik dat van?).
Helemaal versufd door de extreme hitte van die dag moest ik me wat wakkerdrinken met whiskey-cola, die natuurlijk zo slap was dat het eerder op verwaterde cola leek. Het enige wat ons nog zo lang op Le Gazon hield waren de prachtige vrouwen. Want ja, mannen van het land, ook dit heeft Brussel meer dan gelijk welke stad in België met hopen te bieden, bloedmooie, uiterst stijlvolle vrouwen. Helaas is het zo goed als uitgesloten dat je ze ooit kan aanspreken zonder een handtas of pepperspray in je gezicht te krijgen. Mooie vrouwen hebben het helemaal niet makkelijk in Brussel, waar op elke hoek wel een geile Noord-Afrikaan zijn bewondering van de daken schreeuwt. Vrouwen worden constant aangesproken, begluurd en betast door wildvreemde geilaards die nog nooit van de nuances van het verleiden gehoord hebben, laat staan dat ze beseffen dat vrouwen hun gedrag helemaal niet leuk vinden.
Teleurgesteld door die makke bedoening en het hoge yuppiegehalte in het park besloten we terug te keren naar dat veel sympathiekere Plein Open Air. Daar bleek verrassend veel volk te zitten, de meesten keken naar de projectie op groot scherm van de rampenfilm der rampenfims, Towering Inferno, een zeer toepasselijk keuze gezien het decor van half op instorten staande mega-gebouwen. Daar heb ik me wel wat vergallopeerd aan het bier, misschien als compensatie voor de drooglegging van de dag ervoor, zeker niet aan te raden op zo'n dodelijk hete dag. Toen we als enkele van de laatste aanwezigen afdruipten kon ik nauwelijks nog mijn ogen openhouden, zo in elkaar geramd van de bizarre hitte, buiten was het nog steeds 25°, terwijl het al voorbij twee uur 's nachts was. Toch zijn we nog terug tot in het centrum gesukkeld, waar nog ongelofelijk veel mensen op de been waren, veel door een overdosis zon en alcohol losgeslagen gekken, kleine duw- en trekpartijtjes langs de weg, geroep en getier, overal loeiende sirenes, dansende koppels in het midden van de straat en waar je ook keek hingen mensen uit hun ramen, op zoek naar een korreltje afkoeling. Brussel… Oscar loves you.
De laatste, volslagen overbodige pinten van die avond dronken we op het terras van het legendarische café op de Anspachlaan, El Metteco, waar een groepje goed vrouwen op een tafel stond te dansen terwijl hun lamlendig gezopen mannen naar het oneindige zaten te staren.
Na nog maar eens een veel te korte nacht in Freaky's Sauna hield ik het voor bekeken. In plaats van meteen samen met Freaky en Flippe te vertrekken naar het op papier zeer interessante, opnieuw kosteloze straatfeest Recyclart reed ik met Rukke richting thuisfront, om mij daar met een net niet bevroren fles witte wijn af te kappen in de vijver van mijn ouders, een mooie pointe op dat legendarisch hete weekend op het einde van de zomer van 2001.
Oscar Gonzo
Links:
www.boups.com
www.bugtronix.be
www.legazon.be