De Aziatische cinema staat niet stil: filmmakers uit Taiwan, China, Hong Kong en zeker Japan zorgen de laatste tien jaar voor de ene verrassing na de andere. Vaak begiftigd met een eigengereide visie, bouwen jonge Japanse regisseurs als Hirokazu Kore-eda (o.a. After Life), Nobuhiro Suwan (o.a. M/other) en Kiyoshi Kurasawa (o.a. Charisma) aan een oeuvre dat uitblinkt in experimenteerdrang, vooruitstrevendheid en diepgang.Aoyama Shinji hoeft qua eigenzinnigheid alvast niet onder te doen: de extreem lange duur van Eureka is een doorn in het oog van vele filmhuizen en verdelers, zodat hij maar op weinig plaatsen te zien valt (in België: Sphinx, Gent en Arenberg, Brussel). Overigens moest de film op Cannes 2000 het onderspit delven voor de oppervlakkige tearjerker Dancer in The dark - een misser van formaat.
De film vertelt het posttraumatische relaas van drie personages, de enige overlevenden van een brutale buskaping. De tieners Kozue en haar broer Naoki gaan zich steeds meer vervreemden van de buitenwereld en zichzelf. Wanneer hun moeder het gezin verlaat en de vader verongelukt komen ze in een totale isolatie terecht. De buschauffeur Makoto (Yakusho Koji, die ook al schitterde in Paradise Lost en the Eel) verdwijnt kort na de kaping spoorloos en duikt na twee jaar terug op in het dorp, waar hij ontdekt dat zijn vrouw ondertussen vertrokken is. Hij zoekt contact met de kinderen en gaat bij hen wonen, wat het begin is van een langdurige en confronterende zoektocht naar zelfbegrip en loutering, een proces dat nooit compleet is.
De drie personages worstelen elk op hun eigen manier met hun trauma's en hun onvermogen tot communicatie. Kozue en vooral Naoki zijn helemaal in zichzelf gekeerd, verward en spraakloos. Makoto voelt zich als overlevende van het bloedbad overmand door schuldgevoelens en sluimert lijdzaam door het leven. De drie, later aangevuld door de vrijdenkende en uitbundige neef van de kinderen, vinden bij elkaar respect en troost, onuitgesproken maar steeds meer zichtbaar in hun gebaren en blikken. Hoopvol ondernemen ze gevieren een busreis, met als enige bestemming de verlossing, niet zonder pijnlijke aanvaringen…
Prachtig gefilmd in een sepia getint zwart-wit, baadt de film in een sfeer van melancholie en ademt door zijn traag ritme een haast ijl gevoel van ruimte. Shinji hanteert een minimalistische stijl, met lange shots die vooral aandacht schenkt aan de diepere emoties die zichtbaar zijn onder het oppervlak van gezichten, gebaren en landschappen. De dialogen en muziekstukjes zijn spaarzaam, vaak zijn alleen maar achtergrondgeluiden te horen, of gevoelige stiltes. De communicatie tussen de personages gebeurt vaak woordloos, in bepaalde scènes wordt gecommuniceerd via korte klopjes op de muur, ontroerende momenten die meer liefdevolle affectie uitstralen dan het gros van de Hollywoodiaanse lovestories.Door zijn lange duur riskeert Eureka te gaan vervelen, maar dat doet het niet, doordat Shinji erin slaagt de kijker te absorberen in de ervaringen van de personages. Kleine gebaren en gelaatsuitdrukkingen krijgen een veelzeggende betekenis, die niet in woorden te vatten is. Een collega noemde Eureka een ervaring, meer dan een film. Ik kan enkel bevestigen: een meditatieve, overweldigende ervaring.
Aanbevolen luistervoer: Jim, O'Rourke, Eureka uit 'Eureka', 1999, Domino.






