Enkele jaren geleden hebben ze in Parijs het plein voor de Notre Dame omgetoverd tot een groot graanveld. Het moet een hallucinant zicht geweest zijn: midden in een wereldstad zon veld, waarin enkele landbouwers rustig kuierden. Vorig jaar waren ze in Antwerpen te gast met hun Drijvende Tuinen. Langzaam maar zeker werd het Bonapartedok toen bevolkt door steeds meer watertuinmannen en -vrouwen. Afgedreven met hun bootje en toevallig verzeild in die grote stad. Ze verbouwden zelf hun groenten en hadden zelfs een koe en een varken bij. Een volledig zelfbedruipende gemeenschap, kortom. Op het scheldewater verbouwden ze sla, tomaten, bonen. Maar ook bouwden ze er een laboratorium waarin genetisch werd geknutseld. Eén van de opvallendste resultaten toen: Australisch gras. Dat is gras dat in de lucht hangt en naar beneden groeit. Héél lekker. Een typisch voorbeeld van de steevast naļeve maar krachtige poėzie die door Le Phun gezaaid wordt.
Ook door Les Gūmes wordt die humor gebruikt, deze keer in een omgeving die zo mogelijk nog intiemer is. In kleine groepen worden de mensen twee uur lang op sleeptouw genomen voor een bezoek aan de bijzondere plekken waar Les Gūmes sinds jaar en dag vertoeven. De gekste plantaardige filosofieėn worden er gecombineerd met verhalen over Het liefdesleven van een boom. Hoe twee platanen een platanisch liefdesleven beginnen, door hun wortels te verstrengelen in elkaar. Les Gūmes dragen trouwens ook sokken van gras. Een groot voordeel, want deze sokken groeien mee met de voeten die erdoor worden verwarmd. En wat dacht u van het verhaal van de man die mensen conserveert? Het hoofd wordt tomatenconfituur, de benen werden getransformeerd in seldersap. Een hele kast heeft hij, wel twintig potjes groenten die ooit een mens waren. De plantaardige mens, bewaard voor het nageslacht. Eén van de legummen, Romain Dubois, heeft zelfs gezorgd voor een groene versie van Antwerpen: Plantwerpen. Compleet met kathedraal, meir, en Schelde. En het voorbeeld van wat een Plantwerps appartement zou moeten wezen. Als opvallendste ruimte daarin: de vegeteerkamer. Met een deken van gras waaronder uren-, ja zelfs dagenlang gevegeteerd kan worden.
Kleine verhaaltjes over kleine dingen. Maar dan vertolkt op een manier waarvoor zelfs de meest buitenmaatse superlatieven telkens weer tekortschieten. Zonder, anderzijds, grotesk te worden. Het werk van Le Phun heeft alles om bijzonder te zijn. En daarin speelt vooral de wijze waarop zij zich letterlijk inplanten in de omgeving een grote rol. Subtiel maar overduidelijk. Zonder serieux, en toch niet gratuit. Dit is niet gewoon theater op locatie. Het is theater dat niet van die locatie losgedacht kan worden. Het is theater dat alle theatraliteit heeft ingeruild voor een vertederende intimiteit.
Meer informatie over deze en andere voorstellingen in het kader van de Zomer van Antwerpen is te vinden op www.zva.be.






