Na een beschermde jeugd in een provincienest in Minnesota, trekt het
hoofdpersonage, Iris, naar New York om er literatuur te studeren. 'De
blinddoek' verhaalt de eerste drie jaren van Iris in de grootstad en
de manier waarop deze haar beïnvloedt. De roman bestaat uit vier niet-chronologische
delen die zich als afzonderlijke verhalen laten lezen. Het is aan de
lezer om met deze stukken het leven van Iris bijeen te puzzelen.
Het eerste deel verhaalt Iris' buitenissige vakantiejob bij de mysterieuze
meneer Morgen. Haar taak: op fluistertoon gedetailleerde beschrijvingen
van levenloze objecten, een handschoen, een watje, inspreken op een
bandje. Deze voorwerpen blijken toe te behoren aan de vermoorde buurvrouw
van meneer Morgen. Deze beschrijvingen, zo hoopt meneer Morgen, zullen
hem in staat stellen de onbekende vrouw te doorgronden. De toon is meteen
gezet.
Iris' leven in de grootstad leidt tot steeds groter worden vervreemding,
van anderen en van zichzelf. Het tweede deel vertelt hoe Iris' relatie
met Steven ten onder gaat aan teveel vrijblijvendheid. Tot schade en
schande ondervindt Iris hoezeer iedereen verborgen blijft achter maskers.
Grootstadvriendschappen blijken gebaseerd te zijn op schijnintimiteit
en oppervlakkigheid.
Wanneer Iris geconfronteerd wordt met het portret dat de fotograaf George
(zeer 'arty' en zeer New York) van haar gemaakt heeft, herkent zij zichzelf
niet, de stad heeft haar ook van haar zelf(beeld) vervreemd. Vanaf dit
moment begint zij te lijden aan bevreemdende migraineaanvallen. Dit
brengt haar uiteindelijk in het ziekenhuis, zo blijkt in het derde deel.
Bij gebrek aan vrienden of familie is zij er afhankelijk van de hulp
van de onpersoonlijke dokter Fish. Menselijk contact is beperkt tot
de omgang met haar medepatient mevrouw O. Deze schizofrene dame kruipt
de ene keer zusterlijk bij Iris in bed, om haar het volgende moment
krijsend aan te vallen. In haar koortsdromen weet Iris niet meer wie
zij beiden zijn, misschien wel één en dezelfde persoon.
Het vierde en laatste hoofdstuk belooft oorspronkelijk beterschap. Iris
gooit zich met volle moed op haar studie en gaat een relatie aan met
professor Rose. Heel even lijkt zij haar identiteit teruggevonden te
hebben. Wanneer zij in opdracht van professor Rose een novelle moet
vertalen, gaat het echter weer mis. Geïntrigeerd door het verhaal
over wreedheid en identiteit, begint Iris zich meer en meer met het
hoofdpersonage van de novelle te vereenzelvigen.
Algauw zijn fictie en gaat zich realiteit niet meer te onderscheiden.
Zo begint haar chaotische dubbelleven: overdag is zij de steeds eenzamer
wordende, handwerkende studente, 's nachts dwaalt zij, verkleed als
man, door de straten van New York. Het thema wreedheid duikt niet alleen
op in de novelle, maar verschijnt ook in de gedaante van Paris. Paris
is de stadsfiguur bij uitstek: mondain, onverschillig, extravagant en
oppervlakkig. Niet toevallig leert Iris hem kennen op een gemaskerd
bal, waar Paris als enige niet verkleed hoeft te gaan: zijn gehele persoonlijkheid
is een masker, zijn leven een pose.
Centraal in de
Blinddoek staat de stad als raadsel.
Iris is voortdurend op zoek naar coherentie, naar de sleutel tot het
mysterie dat de stad is. De confrontatie met een realiteit zonder enige
duidelijke samenhang maakt haar -letterlijk- ziek van angst. De aanvallen
van migraine zijn vooral een uiting van een metafysische duizeligheid,
van het langzaam binnensijpelend besef dat niets of niemand zich echt
laat kennen. Alle middelen, al zijn het beelden, objecten of taal, schieten
tekort, men kan nooit tot de kern doordringen. Wat Iris in haar oorspronkelijke
naïviteit als oprechtheid en waarheid aanzag, openbaart zich nu als
een eindeloze reeks maskers.
Langzaam neemt zij haar blinddoek af en leert zij zien, al is het maar
om tot de vaststelling te komen dat er niets te zien is: achter elk
masker verschuilt zich slechts een ander masker, de waarheid bestaat
niet.
Dit inzicht wordt krachtig verbeeld in een scène waarin Iris zich letterlijk
de blinddoek laat voorbinden: geleid door professor Rose maakt zij geblinddoekt
een wandeling door de stad. Blind vertrouwend tegen beter weten in.
Op een intrigerende en suggestieve manier brengt Hustvedt ook de lezer
tot datzelfde inzicht: in de postmoderne stad is elke poging tot inzicht
tevergeefs, wij dwalen er allen geblinddoekt rond.






