Hans Van den Broeck is één van de pioniers van het Gentse collectief dat luistert naar de misschien onverwacht betekenisvolle naam ‘Les Ballets C(ontemporaines) de la B(elgique)’ (zie ook Alain Platel, Koen Augustijnen, Sidi Larbi Chekaouri). ‘Les Ballets C de la B’ is dan wel geen ‘school’ of geen ‘stroming’, dat neemt geenszins weg dat het een groep kunstenaars is die een aantal artistieke premissen delen met elkaar. De meest opvallende daarvan is gelegen in het feit dat deze choreografen allen radicaal uitgaan van alledaagse situaties, van gewone mensen en de dingen die zij meemaken. En dat ze er niet voor terugschrikken deze situaties te theatraliseren. Bij Hans Van den Broeck resulteert dat steevast in voorstellingen die zich, zonder daarom aan diepgang in te moeten boeten, bijwijlen manifesteren als slapstick van de bovenste plank. Lachen mag dus. Maar nooit zonder vroeg of laat ook min of meer ‘ernstig’ te worden.
Uit Van den Broecks vorige choreografie, ‘La Sortie’ (1999), herinner ik me volgend beeld. Drie mensen zitten op een bank. De middelste heeft een hoofd dat groter is dan dat van beide anderen samen. Ze kijken televisie. Dan komt de timmerman binnen met een grote plank. Hij draait zich om en u raadt het nooit: de puber met het grote hoofd krijgt de (uitermate buigzame) plank inderdaad tegen het hoofd en gaat tegen de vlakte. De andere twee waren net snel genoeg om zich te bukken. Nét die troosteloze zielenpoot met het veel te grote hoofd, wordt genadeloos weggemaaid door de plank. Een tragikomisch beeld dat flirt met de grenzen van het leedvermaak. Veel scènes uit ‘Lac des Singes’ delen datzelfde timbre. Van den Broeck is de choreograaf die marchandeert in schitterende beelden die zich niet altijd in woorden laten vangen.
Het bühnebeeld wordt in deze voorstelling gedomineerd door een grote kooi, waarin een bijna levensechte chimpansee zijn frustraties botviert. Hij verveelt zich rot, en wij zitten hem zonder schroom maar ongewild aan te staren. Misschien, suggereert Van den Broeck, is het contrast tussen ons en de aap niet zo groot als we zelf misschien wel hadden durven hopen. De aap draait zijn rondjes in een kooi die groot lijkt, maar zoals elke kooi te klein is. We draaien mee in een machine die onszelf onvermijdelijk te boven en te buiten gaat. Die gedachte wordt ons in het hoofd geprent wanneer op een bepaald moment de dansers en danseressen in een kringetje rond de scène lopen – met knarsende, piepende gewrichten. De mens als machine. De pogingen om ‘uniek’ te zijn en ‘persoonlijkheid’ te hebben, zijn gereduceerd tot stuiptrekkingen. Het deed me plots, totaal onwillekeurig en zonder verdere betekenis of zin, denken aan iemand als Oskar Schlemmer, die in het begin van de twintigste eeuw mensen omvormde tot mechaniekjes. Kleine radertjes in een onmenselijke machine. De mens als automaat: het lijkt een leidmotief te zijn dat dieper snijdt dan de zogenaamde periodes en vakjes, waarmee mensen vaak de kunstgeschiedenis proberen op te delen, zouden doen vermoeden.
Een vergelijkbaar mensbeeld kwam in ‘Lac des Singes’ boven water drijven in een voorafgaande scène, waarin de personages plaatsnemen aan de toog van één of ander ongedefinieerde drankgelegenheid. Cafés vormen overigens één van de geliefkoosde studiedomeinen van Van den Broeck. De bewegingen en ritmes die hij daar ziet, als mensen naar de toog gaan, of gaan zitten, hun glas heffen of praten met hun buur, bieden mogelijk bewegingsmateriaal voor een volgende voorstelling. Cafés: roken en drinken. U kent het: iedereen gelijk in een poging om anders te zijn en zichzelf te profileren. Behalve die enkeling, die wanhopige pogingen onderneemt om aan de verregaande uniformiteit te kunnen ontsnappen. Bijvoorbeeld door telkens opnieuw haar glas leeg te kletsen in haar gezicht. Als was het een stuiptrekking. Een kleine, maar betekenisvolle afwijking die de neutrale vlakte genadeloos doorboort.
En dan komt nog de man die zich voorstelt aan een vrouw met de woorden ‘I am God’, om na een kort moment van veralgemeend ongeloof te vervolgen met ‘You have now the opportunity to kiss God’. Een nieuwe theatrale poging om te ontsnappen aan een kabbelend en doordeweeks bestaan? ‘Lac des Singes’ is misschien vooral een voorstelling over het alledaagse, opgespoten tot show, pastiche, hopeloos naïeve maar door en door gemeende pogingen om aan de middelmaat te ontsnappen.






