Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Column
AAN DE SLAG MET HELEMAAL NIETS
datum 01.09.2010
auteur Tina Ameel
rubriek Podium
Beste lezer van mijn column van vrijdag 27 augustus in deze krant:
u dacht misschien dat ik boos was, of dat ik het helemaal gehad had met theater, of toch theater zoals het vandaag bestaat. Ik moet mij nader verklaren.
Ik schreef dat je tegenwoordig op een podium kan gaan staan met niets meer dan de mededeling dat je het echt niet weet. Empathie en bewondering zullen je deel zijn zelfs als je niet verder geraakt dan de vaststelling dat wat jou betreft de woorden op zijn en de daden ook. Ik schreef dat naar aanleiding van de State of the Union waarin Benjamin Verdonck het echt niet wist.
Strikt genomen hangen er geen normen of eisen vast aan een State. Maar door de benaming State en door het tijdstip waarop hij wordt uitgesproken, hangt er een aura van visie, verantwoordelijkheid en alwetendheid rond dit moment. In het beste geval maak je in een State een balans op van het afgelopen theaterseizoen, formuleer je een verwachting en een richting naar het komende seizoen toe, betrek je die beschouwingen op je eigen werk en het werk van de rest van de sector, en link je je stellingen aan de regerende wereldproblematieken van het moment.

Ik was niet boos dat dat Verdonck niet gelukt was. Dat heb ik niet goed verwoord. Het zou niemand lukken op dit moment. Daar leek iedereen het over eens, vandaar ook het warme applaus na Verdoncks State. Zijn speech beantwoordde aan een collectief verlangen verlamd te mogen zijn, roerloos te mogen blijven neerzitten zonder te worden lastiggevallen. Ook ik heb dat verlangen. Heel vaak zien we het verwezenlijkt.
Maar ik was boos dat we niets kunnen en ook niets doen met het besef van die immobiliteit, niet in het leven, niet in de kunsten. Er is zoiets als de erkenning van het probleem, en er is zoiets als het probleem laten voor wat het is, eraan voorbijgaan. To learn and to forget. Misschien zijn we zo trots dat we de to learn-fase met glans doorstaan hebben, dat we blijven herhalen wat we nu weten: steeds dezelfde patstellingen en platitudes. Ik ook, in mijn teksten. Maar temidden dit opbod van om ter meeste woorden voor eenzelfde probleem drijven we steeds verder weg van het to forget dat nu ligt te wachten om te worden bereikt.
 
Het oude is gepersifleerd, gerecycleerd, herhaald en onderuitgehaald. Zo tonen we opnieuw en opnieuw dat we ons ervan bewust zijn dat er nood is aan iets nieuws. Maar tot iets nieuws komen we daarmee zelden.
Eigenlijk zijn mensen gemakkelijker dan ooit in vervoering te brengen. Als je leeft in een wereld van miljoenen eilandjes die elkaar niet raken, is misschien de enige gewaarwording waar je echt naar verlangt het gevoel dat iemand oprecht tot je spreekt. Misschien is het dan zaak in de kunsten vandaag het individuele te verwoorden op een zo sobere en eenzame manier dat het alomvattend wordt. Het individuele is alles wat ons nog rest, laten we er gebruik van maken. De hypocrisie daarrond mag onderhand ophouden en plaatsmaken voor de erkenning dat het individuele wel degelijk interessant genoeg is om theater mee te maken.

Ik verlang naar een theater dat niet vindingrijk wil zijn, niet vernuftig. Een theater dat iedere artificiële scheiding afzweert tussen wie toont en wie kijkt, wat hier binnen is en wat daar buiten, een theater dat lak heeft aan het optrekken van een realiteit, die met elke kunstgreep, steeds minder realiteit wordt.
Om plaats te maken voor een zodanig hulpeloos en gevaarlijk theater moeten we, hoe open we ook beweren daarin al te kunnen denken, nog veel radicaler bereid zijn onze verwachtingen los te laten van wat theater zou moeten zijn: een plaatje waarin door bepaalde codes een betekenis is aangebracht die je met behulp van de juiste sleutels kan ontcijferen. We moeten niet alleen weerstaan aan het gemak steeds onze toevlucht te nemen tot dezelfde codes maar ook aan de neiging op zoek te gaan naar steeds dezelfde sleutels. Misschien is de code van iemand die mij zich vanuit zichzelf iets authentiek probeert aan te bieden, indrukwekkend genoeg. En dat is óók een code, maar één zonder verklaring, zonder voorgaande, zonder navolging.
Na de vaststelling van de impasse komt er een moment dat je het niemandsland moet oversteken. Daar bots je dan op de leegte die je achterliet toen je van aan de overkant de vijand neermaaide. Zo sloot ik ook mijn column af: dit is helemaal niets. Daarmee vind ik dat theater aan de slag moet; met helemaal niets.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie