MON CHERIES: DE PORTABLES EN MOGWAI.
De Belgische muziekscene gonst tegenwoordig van de bedrijvigheid. In de eerste linie staan groepen als Soulwax, Zita Swoon of Novastar te dringen voor nationale en internationale erkenning, maar onder dat schrale oppervlak houdt zich al jaren nog een wereld van intrigerende muziek schuil, die zich over de landgrenzen beweegt via obscure tapelabels, groezelige fanzines en selectieve distributie- en mediakanalen. Dankzij het Internet, de open grenzen en de goedkopere cd-aanmaak komen meer en meer van die bandjes echter in het gezichtsveld van aandachtige muziekliefhebbers terecht. Daar hebben hardwerkende Belgische labels als (KRAAK)3, Elfcut of Aim zonder twijfel veel mee te maken, maar ook gereputeerde labels als Morr (dat Styrofoam uitbrengt) en Sonig (het label van Mouse on Mars, dat ook het Brusselse Scratch Pet land verdeelt) lijken het Belgische aanbod aan electronica, lo-fi en post-rock toe te juichen.

Een van de hardst werkende collectieven uit dat milieu zijn ongetwijfeld de
Portables. Dit trio (voorheen met vier) brengt, individueel of in verschillende personeelscombinaties avontuurlijke muziek onder een hele batterij namen, zoals Wio, Köhn, Framboos, Osmose, Ed Nolbed, Hans Olo en Jurgen De Blonde (allemaal te ontdekken). Hun niet onaanzienlijke talenten worden gebundeld in de Portables, die nu met
Rosegarden een behoorlijk indrukwekkend plaat hebben afgeleverd. Hun onopvallende eersteling,
Lab-top, bracht nog de grillige gitaarstructuren van Slint en de Pixies in herinnering, maar blijkbaar hebben ze voor deze plaat gekozen voor een andere richting.
De opener, het titelnummer, maakt dit meteen al duidelijk: aanzwellende keyboards, een sobere baslijn, subtiele drums en een akoestische gitaar worden op een ingenieuze manier in elkaar geweven en zorgen voor een bedwelmende luisterervaring. Indringende songs als 'Telephone' en 'Valentine' doen qua sfeer denken aan het beste van The For Carnation of Mogwai, 'Ice Cream' combineert sierlijke gitaren en elektronica, zoals ook The Notwist dat kan. De invloed van de Duitse elektronische scene komt ook naar voren in het contemplatieve 'As if I', dat drijft op Brian Eno-achtige soundscapes, achterwaartse loops en clicks & cuts. Het poppy 'Here I Stand' is dan weer geschikt om in de auto mee te brullen: een cultsong in wording.
De muziek werd deze keer bij hun thuis opgenomen, op hun eigen tempo, en dat is eraan te merken: de hele plaat is volgestouwd met onverwachte wendingen en intrigerende geluidjes die de aandacht uitermate scherp houden.
Rosegarden is een volwassen plaat van een groep die ongetwijfeld nog veel meer in zijn mars heeft. Verslavend spul!!

Dat laatste kan trouwens ook gezegd worden van de nieuwe
Mogwai-plaat. In het verleden bezondigde dit Schots "post-rock"combo zich wel eens aan bombast, voorspelbaarheid of -erger- saaiheid, wat ervoor zorgde dat ambitieuze platen als Young Team en Come On die Young toch niet helemaal uit de verf kwamen. Niets van dit alles echter op
Rock Action, dat getuigt van een vergedreven muzikaal inzicht en discipline. De groep incorporeert op deze plaat nu ook samplers en sequencers, harpen, blazers en strijkers, wat voor een breed palet aan geluiden zorgt. De wereld van Mogwai is opgebouwd uit schijnbare contradicties: 'Sine Wave' laat bijvoorbeeld zoete gitaarmelodieën in de clinch gaan met met distorted beats en vocodervocals. De instrumentaties zijn stuk voor stuk inventief en efficiënt opgebouwd, sober in het miniatuurtje 'O I sleep', dan weer majestueus in het lethargische 'Take me somewhere nice' en weerbarstig in het naar Godspeed You Black Emperor neigende 'You don't know Jesus' - producer en geluidsbricoleur Dave Fridmann (zie ook: Mercury Rev en The Flaming Lips) heeft op deze plaat opnieuw een puike prestatie geleverd. Opvallend is dat ruim de helft van deze songs deze keer van zangpartijen werden voorzien werden, wat de composities zeker wat meer reliëf geeft. Zo zingt Super Furry Animals-zanger Gruff Rhys op 'Dial:Revenge', een van de meer ingetogen passages, maar op ander momenten weerklinken allesverzengende, meeslepende gitaarcrescendo's, die de geluidsmuur tarten.
De plaat duurt amper 38 minuten, maar laat je beduusd achter: dit is klankpoëzie van het zuiverste soort.