De voorstelling 1:Songs grasduint in vijfentwintig eeuwen theaterteksten. Nicole Beutler selecteert fragmenten uit beroemde stukken, van Sophokles tot Heiner Müller, en heeft daarbij enkel oog voor haar eigen sekse. Het resultaat is een tiental vrouwenstemmen uit de theatergeschiedenis, die regisseur Beutler in de mond legt van performer Sanja Mitrovic. Ze voert ze op in een theaterconcert, een solo performance die toneel, zang en happening combineert.
De geselecteerde replieken zijn kort maar de emoties worden er breed in uitgesmeerd. Het zelfbeklag van Antigone, een scheldtirade van Jane Eyre, de doemdenkende Marie uit Woyzeck, een haatdragende Ophelia. De tekstkeuze van Beutler gaat resoluut voor de pathos. En daar blijft het niet bij. Actrice Mitrovic jaagt de tekst door haar spel tot groteske hoogten. Haar Ophelia blaft als een hond, haar Jane Eyre schokt als een robot over de scène.
1:Songs kiest voor het format van een liederencyclus. Die muzikale vorm legt het sentiment in de teksten verder bloot. Mitrovic neemt plaats achter een batterij van vijf microfoons, netjes opgelijnd om het salvo vrouwenstemmen te lossen. De tekstfragmenten zingt ze over elektronische muziek heen - over minimale drum sounds en hip hop breakbeats van de hand van Gary Shepherd. Verfijning hoef je in de muzikale begeleiding niet te zoeken: de klanken lijken uit goedkope synthesizers geschud. Een enkele melodie zou niet misstaan in een lift, of aan boord van The Love Boat.
De voorstelling bedient zich bovendien gretig van de conventies van het rockconcert. De actrice spreekt het publiek rechtstreeks aan, als een popster op doortocht. Ze nodigt de kijkers uit tot meezingen. Enkele theaterspots werpen hun licht verblindend sterk de zaal in, terwijl Mitrovic even van het toneel verdwijnt om dan in een andere outfit terug te komen. Ze kondigt het laatste nummer expliciet aan, maar trakteert de zaal ook op een bisnummer na de eerste applausronde.
De clichés van het concert en het goedkoop klinkende muziekbedje dikken de pathos van de teksten verder aan. De gezongen replieken uit Cocteaus La Voix Humaine lijken opeens verdacht veel op schlagerteksten. Medea’s zelfbeklag wordt een tedere maar ook mierzoete ballad. De muzikale uitvoering lijkt de gewijde toneeltaal te ontmaskeren als platte emotionaliteit, nauwelijks beter dan de ééndimensionele teksten van de populaire muziek of de soap opera. Maar dat is maar de eerste stap. Beutler breekt de replieken af tot op hun pathetische fundament, om daaruit nieuw leven te laten ontstaan.
Op de vorige editie van Het Theaterfestival stond een verwante voorstelling op de planken. Toen nam Valentijn Dhaenens van SKaGeN ook al meerdere stemmen in de mond. Hij ging aan de slag met fragmenten van beroemde speeches in DegrotemonD. Ook Dhaenens bewoog zich achter een haag van microfoons, hij reeg redevoeringen van Bush en Boudewijn, van Patton en Pericles aan elkaar. Soms bootste hij de originele speech na maar even vaak stond zijn zegging haaks op de oorspronkelijke versie.
In SKaGeNs selectie uit twee en een half millennium redenaarskunst stond de manipulatieve kracht van het goed geformuleerde argument centraal. Dhaenens koppelde de redevoeringen los van de redenaars, en maakte zo de baan vrij voor de naakte retoriek. Zijn rij microfoons was een erehaag voor de retorica, een ode aan de rationaliteit van woorden.
De vijf microfoons waarachter Sanja Mitrovic plaatsneemt dienen een heel ander doel. Deze rij microfoons is een Grieks koor, een ode aan de emotionaliteit van woorden. Om die emotie alle vrijheid te geven, vergroot Beutler ze uit in spel en muziek.
Het is een oefening die makkelijk had kunnen verzanden in puberale emoties. Die had kunnen uitdraaien op een high brow versie van een platvloerse vaudeville. Maar Beutler zet stijlvast en consequent door, en brengt ons zo steeds dichter bij de kern van de tekst, de materialiteit van de woorden.
Het sober scènebeeld staat in schril contrast met de pathetiek van de gekozen fragmenten. Een monochrome projectie geeft Mitrovic de hele vertoning lang ruggensteun. Erg langzaam vloeien fotogrammen, gesampeld uit een vergeten filmscène, in elkaar over. Een rij mannen staat schouder aan schouder tegen een muur, onder schot gehouden door Duitse soldaten. Eén enkele vrouw rent weg van het tafereel, de arm gestrekt. In herkenning of uit angst, dat is onduidelijk. Maar het is een gebaar vol dramatiek, één enkel teken dat bol staat van dezelfde pathos waarvan ook de teksten doordrongen zijn.
In de loop van de voorstelling wordt steeds verder ingezoomd op dit beeld, tot enkel een abstract spel van licht en schaduw rest. De anekdote verdwijnt in het detail, in de korrel van het beeld.
Op een zelfde manier worden ook de teksten ontdaan van hun anekdotische context. Beutler zoomt in op de theaterreplieken: ze isoleert korte flarden uit de beroemde stukken. Haar vrouwenstemmen krijgen geen repliek van de mannelijke tegenspelers. De solosongs rukken de zinnen uit hun dramatische omgeving, ontdoen ze van het verhaal. Wat rest zijn sprokkels waarin de emotie - tot op de korrel - wordt uitvergroot.
Het theatrale hoogtepunt ligt al halverwege de voorstelling. “Is everybody still with me?”, wil Mitrovic weten voor ze aan een nieuwe song begint. “Watch me vanish”.
Het is de meest repetitieve tekst van de hele voorstelling, gebracht op nauwelijks variërende elektro beats. “Watch me vanish. Watch me vanish”. Ze herhaalt de woorden tot in den treure, de laatste woorden uit het laatste stuk van the late Sarah Kane. Ondertussen staart Mitrovic naar boven, pal in het licht van de spot boven haar hoofd, een visuele echo van de verhanging waarmee Kane haar einde koos.
Beutler denkt hier haar theateroefening tot in het extreme door, en het is de scène die het beste werkt. Haar actrice verdwijnt achter de tekst en op de beats, in een eentonige choreografie van hartverscheurende stuiptrekkingen.
De tekst wordt een ritueel. Komt los van de figuur van het personage, los van de auteur en van de acteur. Als een derwisj laat Mitrovic de woorden eindeloos tollen tot de anekdote verdwijnt, vanishes. Als een sjamaan brengt ze, door de herhaling, de emotionele oerkracht van de woorden boven, en krijgen die opnieuw betekenis.
1:Songs zoomt zo dicht in op de tekst dat alles er rond wegvalt. We vergeten het verhaal, de personages worden bijzaak, wat rest zijn de naakte woorden. Een doorgedreven ontmanteling, maar dan wel uit geloof in de tekst.
Het is theater als homeopathie. Uit minimale morzels tekst weet 1:Songs een medicijn te puren. Wat geneest dat medicijn? Ons ongeloof in de kracht van het theatrale woord. Onze twijfel aan de hedendaagse relevantie van oude teksten. Want dat is het mirakel van deze voorstelling. Barokke theatrale en muzikale middelen worden ingezet om tot een uitgepuurd resultaat te komen. Onder de groteske theaterloep van Beutler vinden de klassieke woorden hun kracht terug.







