Vreemd kijken naar die vreemde mensen die naar u kijken. Uitbundig dansen met de zonnebril op. Bang zijn om niets. Onwennig zijn en botsen met elkaar. Je hoofd onder pa's schouder steken. Gekwetst zijn als je de eerste bent die gevonden wordt bij verstoppertje en het dan meteen weer vergeten. Misschien herinnert u het zich nog. De leefwereld van de kinderen wordt in Unfold vooral met choreografie weergegeven en is toch zo herkenbaar.
De scène verbeeldt geen concrete plek, zoals een klaslokaal of een speelplein. Er staan enkel een naaimachine, een gitaar met versterker en een stoel. Op de grond ligt een laken dat even later ontvouwd zal worden. De ruimte is symbolisch, het is een plek waar je niet aan regeltjes gebonden bent, waar je ongestoord op onderzoek kan gaan en uitproberen. Een plek waar je op en top kind kan zijn.
Een halfdoorzichtig doek biedt een wazige blik op de scène. Achter het doek horen we Floor haar impressies voorlezen. "Hoe vreemd een brooddoos ruikt op het einde van de dag" en "hoe oud baby's lijken als ze pas geboren zijn", maar ook "hoe je hart soms tot in je haren klopt". Verwondering en angst, over banale en ernstige dingen, wisselen elkaar af. We horen de zaal af en toe gniffelen en voelen de ontroering.
De drie kinderen, Floor (10), Misha (12) en Silke (12) zijn nooit kinderachtig of schattig op een melige manier. Na de inleidende tekst roepen ze enkel nog elkaars naam bij het verstoppertje spelen. Verder zijn ze stil en verwonderd, alsof ze vanuit een soort hiernamaals over de echte wereld uitkijken. Zo staat Floor strak te kijken hoe Kwint, de volwassen acteur danst. Alhoewel dansen. Het is eerder testen wat hij met armen en benen kan doen, energie laten vloeien en contact proberen leggen met die ander die zo strak naar hem kijkt.
De kinderen acteren fantastisch goed. Wanneer de zaal in lachen uitbarst, geven ze geen krimp. Ook als ze synchroon bewegen, komt het helemaal niet ingestudeerd over. Ze voelen zich thuis op de scène. Die spontaniteit vloeit ook vlot over in de bewegingen van de volwassen acteurs. Choreografen Joke Laureyns en Kwint Manshoven hebben uitstekend werk geleverd.
Niko Hafkenscheid en Kwint Manshoven, de twee volwassen acteurs, zijn kind in Unfold. Ze doen een balspel met de stoel en springen tegen elkaar op. Niko verbergt zich preuts achter Silke om zich uit te kleden. Maar tegelijk zijn ze een haven van tederheid waar de kinderen affectie bij zoeken. Dat doen de kinderen niet door te knuffelen of te hangen maar door tegen de acteurs op te klimmen. Floor wandelt met haar vingers over het hoofd en de rug van Kwint, die zich gewillig laat doen. Het kind-zijn is ook subtiel, het zit hem in de verdwaasde, naïeve blik van de acteurs, wanneer ze hun publiek aankijken, op dezelfde manier als de kinderen dat doen.
Acteur Niko neemt af en toe de gitaar ter hand en laat de snaren het ritme volgen van de dans. Zowel het zorgeloze van opgroeien als de kleine kinderangsten zitten mooi vervat in de liedjesteksten. "As long as I'm walking, I'm not choosing / As long as I'm walking, I'm not smoking/ as long as I'm walking, I'm not falling." Hilarisch is het wanneer Misha zich aan een wat spastische maar uitbundige dans waagt en iedereen met hem meedoet. Een verjaardagspartijtje op een zorgeloze zomerdag, daar doet het aan denken.
Kopergietery en Kabinet k beschrijven Unfold als een warm nest om zachtjes in op te groeien. Naarmate de voorstelling vordert krijg je zin om in dit warm nest binnen te stappen. De makers schuwen de weemoed van de kindertijd niet maar het geluk zit hem in het opnemen van de dingen zoals ze zijn, zonder interpretatie.
Of zoals Kabinet k en Kopergietery het zelf verwoorden in hun infomap: "Niet begrijpen en toch zo gelukkig zijn."







