Hij werd voor deze editie van Het Theaterfestival gevraagd om de State of the Union op te maken ofte te definiëren en belichten wat de situatie is van theater en het belang ervan vandaag. In de Dagkrant van gisteren verklaarde Benjamin al dat hij het "een te grote valkuil" vindt om te spreken over "wat wij als theatermakers moeten doen" en dat hij dus vooral zijn eigen plan en zijn toekomstige artistieke projecten uit de doeken doet, waarin hij wel "de hele kunstensector" wil betrekken. In verschillende pogingen om een status te omschrijven, die hij telkens naast zich neer heeft gelegd, kunnen we opmerken dat zijn engagement een heel emotionele kwestie is en dat hij zijn hele levensenergie zal storten op het belang van anders globaal denken. Het kritisch gehalte van zijn uitlatingen zit in de eenvoud en eenduidigheid van zijn idealen. Zijn boodschap wordt op die manier zowel ludiek als zwaarmoedig en laat veel aan de verbeelding over.
Verdonck komt dan ook niet verder dan tien passionele minuten afgesloten met een enkele traan en wat korte buigingen, waar zijn voorgangers meestal in een vol uur hun visie op de theatersector verklaarden. Wellicht werpt dit soort - misschien misplaatst - persoonlijk statement zowel veel voor- als tegenkantingen op, iets waar zowel dit festival als theater in het algemeen om gekend staan. Kon men dan ook van de man die in kraakpanden leefde, zich inzet voor sans papiers, naaktvoorstellingen over globalisering maakt en zijn voorliefde voor vogels en moestuinen ventileert in onschuldig ogend werk, meer verwachten dan wat hij gezegd heeft?
De moeite die hij had om zich te uiten over 'zijn' en 'de' situatie maakte hij duidelijk door het begin van de versies die het niet gehaald hadden voor te lezen. De link tussen zijn denk- en leefwereld en de inborst van de theatersector ziet hij als de gelijkenis tussen zijn straathoek en de wereldproblematiek; de globalisering en de schrijnende keerzijde van de vooruitgang die in elke stem en elk beeld om de hoek resoneren. Als hij dan in één van de versies zijn hart laat spreken, volgt een ongeremde woordenstroom van fenomenen en begrippen die onze tijd kenmerken. De scherpe toon en doorgedreven veelheid laat iets van een afkeer voor consumentisme en conformisme doorschemeren: "siskaart, slikken, schuldsaldoverzekering, nooduitgang, ... ". Het belang van elk individu ligt hem duidelijk na aan het hart en als hij zou mogen en kunnen, had hij een betoog afgevuurd voor een "rechtvaardige en duurzame wereld", wat het tenslotte tussen de lijntjes ook was.
Dit soort intiem en eerlijk betoog geniet mijn volledige sympathie maar wellicht niet van iedereen. Vooral wanneer hij Cocteau aanhaalt die bij een huisbrand enkel het vuur zou meenemen, voel ik mijn eigen naïeve afkeer van materialisme borrelen en opnieuw denk ik weer erg verwant te zijn aan Benjamin en wat hij probeert te bereiken, en ben ik ietwat jaloers op de gunstige positie die hij hiervoor kan gebruiken. Maar ik besef maar al te goed hoe hard hij daarvoor heeft moeten knokken. Men kan beweren dat het misbruik is van de gegeven context om eigen politieke visies tentoon te spreiden eerder dan 'de opdracht' uit te voeren, of men kan zich voor of tegen zijn oproep keren maar wat men niet kan beweren is dat zijn speech irrelevant was. Hij besluit dan ook met, aan de hand van een citaat, de link met de kunstensector zelf te leggen. Ik herinner me niet het exacte citaat of de schrijver ervan maar in mijn oren kwam het hier op neer: Hoe kan iets artistiek nuttig zijn voor ons mensen als het uiteindelijk niet over zaken als liefde en vrede gaat? En daar kan ik alleen maar mee akkoord gaan.
Hoe moet die liefde dan tot uiting komen? Voor Benjamin is dat heel simpel en duidelijk. Iedereen die zich betrokken voelt moet in zijn eigen leven het verschil durven maken en zijn logisch verstand gebruiken om de mogelijkheden die bestaan om een beter leefmilieu te realiseren waar te maken. "Stoppen met het eten van vlees en vis, niet meer de wagen gebruiken en het dak goed isoleren." Het klinkt bijna absurd en hij had dan ook veel moeite om het uit te spreken maar in de eenvoud van zijn formulering schuilt het genie. Als mensen effectief de kleine acties die ze kunnen ondernemen ook zouden uitvoeren, zou onze wereld er op vooruitgaan. Geen rock 'n roll acidwave hippietalk (waar mensen naakt rondhuppelen en denken dat ze al dansend de wereld kunnen redden) maar een actueel en praktisch engagement dat op grote schaal gevolg kan hebben. Want dan komen we weer op dat conformisme en hoe dat ook iets positief kan zijn. Als één artiest hiervan overtuigd is en zijn publiek volgt hem en hun vrienden volgen hen, dan kan op korte tijd, bijvoorbeeld één jaar, een concreet resultaat behaald worden.
De nuchterheid waarmee Benjamin spreekt over wat hem het meest boeit en wellicht ook tot slaaptekort toe irriteert - hij had dan ook niet geslapen maar aan zijn tekst gesleuteld - is aanstekelijk en charmant en beslist niet stante pede weerlegbaar. Zijn creatieve werk zal in de nabije toekomst moeten aantonen hoe we dit aan meer mensen duidelijk maken dan alleen aan zij die in de Blauwe zaal samen met mij ontroerd werden...







