Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Flor Declercq:
Review Dit is mijn vader
Review Kokoschka Live!
Interview Don Verboven
Interview Karel Vanhaesebrouck
IN THEATER GAAT HET OM DE SPELER EN DE IMPACT
datum 26.08.2010
rubriek Podium
Uit het afgelopen seizoen puurde criticus-docent Karel Vanhaesebrouck, samen met actrice Manja Topper en performer Bernard Van Eeghem, de keuze van Het Theaterfestival. Aan de vooravond van deze editie peilden we naar enkele van zijn theateropvattingen.
Welke elementen maken volgens u een goede voorstelling?
Karel Vanhaesebrouck: Impact is heel belangrijk. Een voorstelling moet iets met je laten gebeuren, wat dat ook moge zijn. Daarnaast is voor mij de verbeelding van de artiest een essentieel element. Ik wil in een eigenzinnig universum ondergedompeld worden.

De jury bestond uit drie mensen met een verschillende achtergrond. Waren er vooropgestelde criteria om samen tot een selectie te komen?
KV: Er waren geen criteria. We hebben met een open blik naar alle voorstellingen gekeken. Het enige criterium dat we hierbij hanteerden, was, om Manja te citeren: “Een voorstelling mag niet muf zijn.” Er was natuurlijk het verschil dat ik niet, zoals de andere twee juryleden, als een artiest naar de voorstellingen keek maar precies die verschillen vond ik erg interessant.

Werd uw kijken dan niet beïnvloed door uw achtergrond als docent?
KV: Mijn achtergrond is van geen belang. Het concept of de idee weegt voor mij niet door. Spelen en verbeelding primeren. Ik hou van spelers en performers die met hun hele lijf in het hier en nu iets teweegbrengen. True West (Stany Crets, Peter Van den Begin) is een mooi voorbeeld van echt spelerstheater. Helaas konden we door omstandigheden dit stuk niet selecteren.

In de ‘Brief aan de kijker’ wordt er verwezen naar de religieuze en rituele wortels van theater. Woorden als loutering en zuivering roepen zelfs de antieke idee van de katharsis op. Dient het huidige theaterlandschap meer soelaas te bieden voor de grote levensvragen?
KV: Dat is een levensvraag op zich. Theater is de ideale plek waar twijfel georganiseerd en beleefd kan worden. In deze dubbelheid schuilt tevens het rituele karakter van theater; mensen komen er samen om de confrontatie aan te gaan met hun problemen en andermans problemen, problemen die ze echter alleen maar bekijken. Daarom gaat het in theater om de speler en de impact. Theater ontroert, prikkelt en verontrust. Het mag je gewoon niet koud laten. Dat op zich lijkt me een behoorlijke uitdaging.

Een andere vaststelling is het vervagen van grenzen tussen verschillende disciplines. Zelfs comedy betreedt met Joost Vandecasteele het speelvlak onder de noemer theater. Daarbij duiken multidisciplinaire theatervormen bij vele jonge theatermakers op. Realiseren zo’n stukken een betere theatrale communicatie dan het aloude teksttheater?
KV: Ook multidisciplinaire voorstellingen kunnen conceptueel en saai zijn. Al te vaak wordt multidisciplinariteit als een fetisj gehanteerd. Elke vorm is even interessant zolang er communicatie is. Een goed voorbeeld is Onder de vulkaan van Guy Cassiers en Josse de Pauw.  Ook die voorstelling had perfect deel kunnen uitmaken van onze selectie. De Pauw speelt geweldig en dit is boeiend, literair teksttheater waarin nieuwe media wordt gebruikt. Interdisciplinariteit is dus geen privilege van de jongere generatie. Er is natuurlijk de eeuwige drang naar het nieuwe waarbij men voortdurend zoekt naar andere middelen. Daarnaast bemerken we ook een omgekeerde beweging: jonge theatermakers grijpen opvallend vaak terug naar historische praktijken en momenten.

Jan Goossens stelde dat de selectie een nicheprogrammatie is voor specialisten. Kan de verwrongen relatie tussen theater en het brede publiek worden opgelost?
KV: Misschien onderschat Jan Goossens in zijn opiniestuk het publiek wel, alsof een voorstelling niet voor een breed publiek zou zijn omdat het die niet kent. Anderzijds begrijp ik zijn vraag wel. Theater bestaat enkel bij de gratie van het publiek. Ik vond het wel jammer dat de discussie al op voorhand gevoerd werd, zonder dat men naar de voorstelling is geweest. En eigenlijk is het ook een beetje beledigend voor de artiesten die hier op het festival een werk tonen, alsof zij geen voorstellingen voor een breed publiek maken. En zo worden ze automatisch tot de niche veroordeeld. De discussie over de selecties van Het Theaterfestival is trouwens even oud als Het Theaterfestival zelf. Ik hoop dat de bezoekers zich vooral laten leiden door hun eigen nieuwsgierigheid. Want voor hen hebben we deze voorstellingen geselecteerd – precies omdat we ze met een publiek willen delen.


In welke mate heeft theater een maatschappelijke plicht te vervullen?
KV: Voor mij persoonlijk gaat theater om de hyperindividuele, artistieke verbeelding van de kunstenaar of van een groep kunstenaars. Die verbeelding kan politiek zijn of net niet – en zo hoort het wel. Wel vind ik dat het discours dat artiesten hanteren in verhouding moet staan tot wat ze doen. Wie de retoriek van het maatschappelijk engagement hanteert, moet die proberen hard te maken, zonder zich achter wolligheid te verstoppen. Het is erg moeilijk, denk ik, om dat engagement te vertalen in een eigengereide artistieke taal. Soms komen beiden echter in zeldzame gevallen perfect samen, zoals bij de Duitse, onlangs overleden, theatermaker Christoph Schlingensief.

Zijn er producties uit de selectie die u om een bijzondere reden zijn bijgebleven?
Ik zou er zeker Kokoschka live! uitpikken. In de eerste plaats omdat dit een voorstelling is die hier niet vaak te zien is. Ze is gebaseerd op de mimetraditie die in Nederland interessante ontwikkelingen kent. Verder is het een uitgelezen kans om een fantastische Marien Jongewaard aan het werk te zien. Dat dit collectief in een heel eigentijdse taal een stuk brengt gebaseerd op de (kunst)geschiedenis, is zeker een derde reden om Kokoschka live! bij te wonen.
Om terug te keren op jouw vorige vraag zou ik ook Irakese Geesten noemen. Deze voorstelling illustreert op een knappe manier hoe je als maker je engagement kan vertalen in een erg persoonlijke en eigenzinnige vormtaal. Ze behandelt een thema dat heel dicht op de huid van de makers zit. Het is een zeer relevant werk; onlangs wees een krantenartikel er nog op dat wij ondanks de cijfers en beelden de horror in Irak onderschatten.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie