Lauwe laatzomerse wind laat hedendaagse mangakapsels protesteren. Gestolen en gekochte fietsen glijden langs Park Noord dat eigenlijk een grasveld is, kwestie van er met combi's door te kunnen rijden zodat meteen elke misstap beteugeld kan worden. Het heeft wel iets, het plan om van 't stad' iets te maken dat de kruising is van mini Amsterdam en een Gentse buitenwijk, al ben ik zelf nog niet erg onder de indruk. We hebben onze gootcultuur en dorpsmentaliteit meer dan nodig, lijkt mij, en verandering betekent niet altijd vooruitgang. Ik rijd over één van de nogal dronken aangelegde paden en voel me op mijn plek. Zelfs in de fijnste hoekjes van dit nog verse chill- en speelplein ruikt het naar urine, dat is menseerlijk. De stad heeft altijd al iets onder haar kraag gehad. Ze gist in de zon en de regen tot er 's nachts boel en seks in al haar hoeken davert, als Wagnersymfonieën die langs de rioolputjes naar boven dwelmen tot iedereen beroerd is met ongeremde passie en wanhoop. Het is de alcohol en de angst voor vervreemding die van volwassenen jonge dieren maakt.
De schommels piepen al in de schroeven, overal roest, niet lang meer voor er ongelukken gebeuren in dit opgekuiste stadsdeel. Kinderen gaan door tot er iets breekt en lachen als hyena's tot er bloed vloeit of de moederlijke hand en dan het besef. Meer dan volwassenen zijn nakomelingen trots op hun macht om te manipuleren en bovenal op hun acteertalent. Ze dwingen de hoofdrol af en hun zonbelichte podium schreeuwt om volle aandacht. Leren is vooral afleren te dromen, weten ze, en onder de mantel van stiekem wordt hun plot aangedikt met een hele omnibus geheimen. Later zullen ze dingen doen die hun ouders enkel in nachtmerries proberen te begrijpen en dan nog niet vatten. Kleuters zijn de toekomst en ,of ze nu willen of niet, ze worden belast met het ijdele vertrouwen van de vergrijzende massa. Piraten, politie en dieven, bakkers, piloten en filmsterren, elke rol zien ze zich wel eens toebedeeld, zonder het script te hebben gelezen. Ze worden als striphelden belaagd en zelfs door hun ouders belogen met beloftes van paashazen en sinterklazen, dus ze moeten wel tanden groeien en van zich af leren bijten.
Ik kijk nog één keer om naar die onvolgroeide wezens die elkaar bestoken en beminnen en mijmer dan als een plank op een beekje naar mijn eigen verleden van wild en naïef vertier. Als door een shot adrenaline word ik uit die graskleurige omgeving gewekt. Natuurlijk, dat ik dat niet besefte. (Ik durfde misschien niet. Het staat niet erg hip om groen en nostalgisch te zijn.) Wat de meeste homo sapiens in ontwikkeling hier missen, is de kans om in de mysteries en de avontuurlijke verwildering van ongerepte bossen te grasduinen. Ze mankeren de sensatie van weiden die niet aangelegd zijn als architecturaal hoogstandje maar als rustpunt voor de natuur en de bouw zelve. Kampen bouwen, putten graven, de eerste wereldoorlog herbeleven, het is ze allemaal niet gegund. Hun geest zit vol van playstationgeweld en virtuele gaarkeukens, tennis met joysticks en kamerdialogen. Het genot en de pijn van te brullen tegen de wind, te pissen tegen de schrikdraad en voedermaïs te verkauwen in het veld, zullen ze wellicht nooit kennen. Ze kunnen maar hun toevlucht zoeken tot de twintig vierkante meter ingericht voor fysiek entertainment. Ze weten niet beter en dat is maar goed ook. 'Kinderbos is boos', ik zie het al voor me.
En toch, denk ik als een herboren Thomas Moore, zou het moeten kunnen; een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid en bruisend van het culturele leven, waar toch een vleugje van het rustieke plattelandsbestaan in ere wordt gehouden. Een stad die niet haar gronden vernietigt als een kanker en onkuise geheimen bewaard onder elke klinker. Asfalt vervangen door gras, pleinen door parken, auto's door metro's, brommers door fietsen. Geen Lange Wapperbruggen, geen peperdure parkeerplaatsen, geen boetes voor overdreven snelheid nodig om alle wegenwerken en verkeersborden te betalen.
Ik vang de geur van goedkoop, gegrild vlees op en passeer twee trams in de Brederodestraat. Bijna thuis. Door het strafbare manoeuvre van gsm gebruik tijdens het besturen van een tweewieler, weet ik dat ik nog maar een uur de tijd heb om te douchen, te eten, wat vrienden op te bellen en tot aan de Jolly Joker - een nieuwe feesthotspot achter het Kattendijkdok - te geraken. Dat lukt nooit. Ik bel één van mijn drinkebroers op en vraag om een lift. Hij rijdt als expediteur met een firmawagen inclusief tankkaart en zit er nooit mee in om in een sneltempo wat kameraadschap op te pikken op adressen die niet op de kortste route gelegen zijn. Ook daarom conserveer ik hem met veel liefde en begrip. Nog geen half uur later scheur ik in shotgun positie over de Leien. Het justitiegebouw wordt kleiner in de achteruitkijkspiegel. In mijn linker oog weerspiegelt het GPS scherm en mijn rechter oog is gericht op de übergeile Ford Mustang die ons illegaal passeert. Och, een kind is toch maar een kind van zijn tijd.







