State of the Union, making of
Ik wilde vooral vertellen waar ik op dit moment mee bezig ben. Voor mij is dat, na Kalender, een puzzel die nog niet volledig in elkaar past. Maar ik wil vertellen over hoe de puzzelstukken nu voor mij liggen.
Ik heb nog niet op alle lijnen die ik heb aangeraakt met Kalender genoeg doorgedacht om te kunnen zeggen wat het volgende is dat ik wil doen maar ik heb wel een gevoel waar het naartoe moet.
Ik zal een nieuw werk van mij voorstellen, dat in het verlengde ligt van Kalender. Het is iets waar ik de medewerking van de hele kunstensector voor nodig zal hebben.
Ook al heb ik het over mijn eigen werk, door het feit dat je de State of the Union uitspreekt, en dat je die dáár uitspreekt, is het een oefening om over iets ruimers te spreken. Maar ik denk niet dat ik iets te zeggen heb over wat wij als toneelmakers moeten doen. Dat is een te grote valkuil.”
De State en de Kalender
Ik heb in Kalender een aantal lijnen uitgezet waartegenover ik mij nu kan herpositioneren. Kalender was één grote oefening, een opeenstapeling van oefeningen, zeg maar. Nu heb ik de mogelijkheid om dat opnieuw te ontrafelen, te gaan kijken welke dingen ik heb aangeraakt, en met welke daarvan ik wil doorgaan.
Ik zie nu nog zoveel mogelijk, dat ik nog niet heb gekozen waarop ik verder wil gaan. Precies over die keuze wil ik het hebben in de State.
Kalender was voor mij onder andere een onderzoek naar de snijlijn tussen je engagement als burger, het gebaar dat je stelt vanuit je burgerschap, en het gebaar dat je stelt als kunstenaar. Die gebaren liggen ongetwijfeld in elkaars verlengde, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden maar in de aard van het gebaar zijn ze verschillend.
Die spanning wil ik opnieuw aangaan, met betrekking tot een zeer concrete materie. Het is iets dat mij op dit moment direct aanbelangt: de verregaande teloorgang van ons klimaat, die als gevolg heeft dat ons voortbestaan rechtstreeks bedreigd is.
Dat ecologisch thema zit in een gigantisch kluwen verwikkeld, met politiek, cultuur, ethiek, economie... Als ik rondom mij kijk, ervaar ik de wereld als één groot systematisch bedreigend verband. Voor mij is die klimaatopwarming een heel concrete aanleiding om het over heel dat verband te hebben.
Ik stel mij altijd de vraag: goed, je kan een bepaalde problematiek aanraken in je kunst maar hoe ver kan je daarin gaan? Waar stel je vast dat je beter voedselbedeling kan gaan doen of bij Artsen Zonder Grenzen gaan werken, of politiek gaan studeren? Dus wat is, vanuit mijn praktijk als kunstenaar, mijn kracht, met de talenten die ik bezit en ontwikkeld heb, om die problematiek zo concreet mogelijk aan te raken?
Kalender was een panopticum van mogelijkheden. Elke actie was een andere mogelijkheid om mij te ‘verhouden tot’. Dat is een constante in mijn werk: het bepalen van positie. Het gaat gepaard met een soort van slingerbeweging, want die positie is niet absoluut. Bij elk werk onderzoek ik ze opnieuw. En aangezien kunst gaat over het raadselachtig dáár laten van onformuleerbare vragen, is het werk altijd onaf, is het een propositie, een mogelijkheid, een mee-denken naar wat het zou kunnen zijn. In die zin is dat standpunt tijdelijk.
Dat geldt ook voor de State. Ik kan me voorstellen dat ik morgen opsta en denk dat ik dit allemaal niet hoef te zeggen. Het ligt zo voor de hand om te zeggen dat er over de kunsten niets te zeggen valt. Het is niet iets om zich achter te verschuilen, maar een uitnodiging, een appèl om zelf iets te doen, zelf positie te bepalen. Als ik zo opsta, dan zeg ik niets, en zing ik wel. Alhoewel… ”
Kalender, Zwart en Wit
Er zijn de acties van Kalender, de gebaren, en het spreken erover achteraf. Binnen Kalender zag ik dat werk vaak als een tool, een gebruiksvoorwerp om iets te bewerkstelligen. Dat ‘iets’ is wat er gebeurde naar aanleiding van wat ik had geënsceneerd, of in gang had gezet. Het werk was een soort van katalysator.
In eerste instantie is wat er aan het gebeuren is zeker iets dat moet plaatsvinden, dat moet worden bekeken. Maar het gesprek daarnaast maakt ook deel uit van het werk, want het is een beschouwing erop. Zo kan je die motor aanbieden, dat vermogen van andere mensen prikkelen.
Ik wist van in het begin dat ik naast de Kalender ook 'Kalender Zwart' wilde doen, waarin ik het verhaal vertel, en 'Kalender Wit', waarin ik een aantal beelden toon. Juist om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om erover te praten en te communiceren. En dat praten kent ook zijn gradaties, want het is niet noodzakelijk een droge lezing. Ik probeer het als een verhaal te vertellen, het opnieuw vorm te geven.
Het zijn allemaal stappen in de ontplooiing van het werk. Je kan zo’n werk autonoom bekijken, maar ook binnen het geheel van die stappen. Ik vind het niet noodzakelijk dat iedereen dat weet of doet. De ene keer focus je op het ene, dan word je aangegrepen door het andere.”
Beeldend werk
De vraag hoe mijn beeldend werk zich verhoudt ten opzichte van mijn voorstellingen, krijg ik pas de laatste tijd, ik denk omdat ik ook nu pas zichtbaarder met dat werk naar buiten treed. Maar voor mij is dat één grote stroom, en dat is altijd zo geweest.
Ik heb eerst verzamelingen gewoon verzameld, zonder er nog maar aan te denken dat ik er iets mee zou doen. Later ben ik ze in mijn toneelwerk gaan gebruiken, en pas daarna hebben ze een plaats gevonden in een museum. Ik maakte ook altijd al maquettes en ontwerpen voor voorstellingen. Mijn werk functioneert gewoon binnen verschillende contexten, het vindt vanzelf zijn weg naar nieuwe speelplaatsen. Dat was ook altijd mijn bedoeling, dat speelterrein van het toneel open te breken voor mijzelf. Maar voor mij vertrekt het allemaal vanuit eenzelfde goesting.”







