De film toont de ondergang van vier drugsverslaafden en hun
DROMEN. Sara (Ellen Burnstyn) kwijnt weg in een eenzame flat, gevangen in een wereld van televisieshows en vreetbuien, tot ze een (valse) aanbieding krijgt om op TV te verschijnen, waarna ze steeds meer naar dieetpillen grijpt om aan haar schoonheidsideaal te voldoen. Haar zoon Harry (Jared Leto) droomt van een succesvolle toekomst met zijn vriendin Marion (Jennifer Connelly) en gaat samen met Tyrone (Marlon Wayans) drugs verkopen, waarvan er een toenemend aantal geconsumeerd worden. De personages komen, in hun zoektocht naar euforie en escapisme, terecht in een spiraal van degradatie, isolatie, besef en verval tot de onvermijdelijke fase van zelfdestructie.
Aronofsky is gefascineerd door de manier waarop hij kan suggereren hoe zijn personages zien, horen en voelen. Het ritueel van drugsgebruik wordt in fast-motion getoond, wat de snelle werking (én uitwerking) impliceert. Het innemen gebeurt in extreme, obsederende close-ups: de fix, de verwijding van de pupillen, de verademing. De euforie, vertaald in dromerige, deviante beelden, vervaagt al even vlug tot een gevoel van leegte, de confrontatie met de kille realiteit, klaar om opnieuw de trip op te zoeken.
Nergens zijn de vele technische hoogstandjes gratuit, maar altijd een integrerend deel van de ervaringen, zoals Aronofsky die verkiest te vertellen. De film begint met een split-screen, die op intelligente wijze de moeder-zoon relatie in beeld brengt, een relatie die het hen onmogelijk zal maken om elkaar te redden. De
NACHTMERRIE kent een demonische ontknoping in een verbluffende parallelle montage die de personages, in een steeds sneller tempo, de vernieling ziet ingaan in een reeks van hallucinaties, vernederingen en zelfbegoochelingen. Brutaal en onverbiddelijk. Dit alles in een klankkleur die vaak doet denken aan Eraserhead van David Lynch: donker, verontrustend en industrieel. De score is van de hand van Clint Mansell (hij schreef ook al de themamuziek voor Pi ), die zijn elektronische soundscapes in de clinch laat gaan met de striemende strijkers van het Kronos Quartet. Beeld en klank vormen bondgenoten in de evocatie van verstoorde emoties.
Net als in de gelijknamige roman van Hubert Selby Jr. (die ook al Last exit to Brooklyn schreef) schuilt het grootste verslavingsgevaar in het beeld van de ‘American Dream’: de belofte van geluk, macht en rijkdom, die al even simplistisch als onbereikbaar is. Een idee die echter al de houdbaarheidsdatum overschreden heeft. Daar ligt dan ook de zwakte van de film: aanleidingen voor het nemen van drugs worden over een kam gescheerd en niet uitgediept; verschillende verslavingen, van harddrugs tot suiker, koffie, televisie en ideaalbeelden worden al te gekunsteld en moraliserend naast elkaar gelegd.
De film werk desalniettemin, dankzij de persoonlijke stijl van Aranofsky, die het verhaal brengt als een soort oerschreeuw, verpletterend in zijn poging om de waanzin en ziekte van de personages op het groot scherm te laten uiteenbarsten. De vertolkingen zijn over de ganse lijn geslaagd, vooral van oudgediende Ellen Burnstyn, die ontroert als vereenzaamde, naïeve vrouw die alle voeling met de realiteit verliest.
Requiem For A Dream is allesbehalve lichtvoetig entertainment, maar confronterende cinema die stoutmoedig grenzen aftast én overschrijdt. Daranofsky bevestigt hiermee de vermoedens dat hij een van de mogelijke wegbereiders van een nieuwe generatie filmmakers wordt.
Requiem For a Dream is vanaf 21 juni te zien in de Belgische bioskopen.
www.requiemforadream.com
Fragmenten en trailers