Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jozefien Van Beek:
Ronald Detige. De man die aan de spiegel likt
DE MAN DIE TWIJFELDE
datum 30.04.2010
Ronald Detige (1978) is een jonge kunstenaar die op zoek is naar zijn eigen taal en die daarbij de twijfel niet uit de weg gaat. Terughoudendheid, fragiliteit en breekbaarheid zijn inherent aan zijn taal. Maar ook humor komt telkens terug.
“Met het ontwikkelen van een taal moet je een tijdje bezig zijn”, zegt Detige. “Ook het publiek moet een tijdje meegaan om je taal te leren lezen. Ik ben nog maar pas bezig. Ik heb al vaak gemerkt dat mensen die mijn werk voor het eerst zien, zich afvragen: waar gaat dit in godsnaam over?”

Toch zit er duidelijk een rode draad in Detige’s oeuvre: twijfel en vergankelijkheid zijn een terugkomend thema. Dat blijkt onder andere uit de materialen die hij gebruikt. “Ik kies voor bepaalde breekbare materialen. Karton is vergankelijk, glas kan breken. Werken die uit zulk materiaal bestaan zullen niet eeuwig bestaan. Die materialen zijn een verwoording van mijn twijfel. Als je een bronzen beeld maakt, staat dat er over 200 jaar nog steeds. Als je ergens karton zet rond een stuk glas dat rechtop staat, zal het karton vergaan en het glas vallen en breken. Op die manier formuleer ik met mijn werk een heel tentatieve zin: zou het misschien kunnen dat…?”

Detige studeerde sociologie in Leuven en raakte daar gefascineerd door Niklas Luhmann. “Het interesseert me hoe Luhmann denkt over systemen. Je hebt een horizon van mogelijkheden, maar telkens als het systeem een keuze maakt, verschuift die horizon in een bepaalde richting. En elke stap sluit andere volgende stappen uit, maar maakt ook andere volgende stappen mogelijk.” Ook die veelheid aan mogelijkheden gaat voor Detige gepaard met twijfel. Maar in plaats van alles te rationaliseren werkt Detige liever intuïtief. Zijn intuïtie en twijfel gaan samen: “Alles gaat bij mij over een soort onzekerheid. Als ik werk maak, vertrekt dat vanuit mijn intuïtie. Als je niet vanuit een gevoel vertrekt, maar vanuit een concept dat je gaat vormgeven, is het alsof je een statement brengt, iets dat vaststaat. Dat wil ik vermijden. Ik wil twijfel genereren en ook overbrengen op het publiek. Die fragiliteit en kwetsbaarheid zijn belangrijk voor mij.”

Na zijn studies sociologie trok Detige naar Amsterdam om beeldende kunst te studeren aan de Gerrit Rietveld Academie. Nadien deed hij nog een postgraduaat aan het HISK.

In Lokaal 01 presenteert Ronald Detige het resultaat van zijn residentie in de Antwerpse projectruimte. Meer dan drie weken werkte hij er in zijn tijdelijke atelier. Onder de titel ‘De man die aan de spiegel likt’ toont Detige waar hij mee bezig is geweest.

“Werken in residentie is als werken op een onbeschreven blad. In mijn eigen atelier word ik voortdurend herinnerd aan de dingen waar ik mee bezig ben. Hier krijg ik echt carte blanche.” Detige had geen vooropgesteld plan voor zijn residentie in Lokaal 01. “Ik zie het eindresultaat ook niet noodzakelijk als een tentoonstelling of als een afgewerkte creatie. Het kunnen ook gewoon elementen zijn.” ‘De man die aan de spiegel likt’ bestaat inderdaad grotendeels uit losse elementen, soms iets té los om de samenhang nog te zien. Toch is de rode draad die duidelijk in zijn oeuvre zit ook hier te ontwaren: fragiliteit en intimiteit zijn in elk werk belangrijk.

Detige koos ervoor om het leeuwendeel van zijn werk niet in de presentatieruimte, maar in de meer huiselijke leefruimte te tonen. Nietsvermoedende toeschouwers lopen dwars door de leefruimte heen naar de presentatieruimte om daar te ontdekken dat er bijna niets te zien is. Op die manier zet Detige het publiek op een dwaalspoor en zaait hij twijfel.

Het eerste werk dat in de presentatieruimte onze aandacht opeist, is een kapstok die tegen de muur hangt. Aan de kapstok hangen kleerhangers met touwtjes en potloodpunten, als pendels. Wanneer je de kapstok bekijkt, besef je dat je je jas bij aankomst in de leefruimte op een hoopje andere jassen hebt moeten gooien. Detige draait subtiel alles om: hij haalde de kapstok weg uit de leefruimte en presenteert die hier in een white cube.

De potloodpunten die als pendels aan de kleerhangers bengelen, roepen religieuze of toch mystieke associaties op. Bovendien sijpelt ook hier de twijfel weer door: wat geschreven wordt met potlood kan gemakkelijk weer worden uitgewist. Het volgende werk, een kleurige Chinese vaas met een ketting van potloodpunten, roept gelijkaardige associaties op.

In een andere hoek van de ruimte zijn twee werkjes te zien: rechtopstaande glasplaten met een kartonnen omhulsel errond, als een soort van bescherming. Op de ene glasplaat is een hart geschilderd in donkere bruintinten. De andere glasplaat toont een lichte lijkwade die veel weg heeft van een keukenhanddoek.

Beide werken zijn voortgekomen uit een wandeling in de Provinciestraat. “Ik zag er het raam van een oriental club met een Belgische en een Egyptische vlag op geschilderd, een zwart-wit-rode vlag met als embleem een gele arend. Wat me daaraan interesseerde, was dat de vlag op de binnenkant van het glas geschilderd was en de arend aan de buitenkant, met ertussen een lege ruimte tussen de vlag en de arend, een vrije denkzone. Daaruit is mijn fascinatie gegroeid voor dat soort handgeschilderde reclame.”

Uit die fascinatie zijn de twee beschilderde glasplaten ontsproten. Detige vroeg zijn vriendin om het glas te beschilderen. Daarbij moest ze omgekeerd te werk gaan, anders zou het schilderij niet langs twee kanten zichtbaar zijn. “Als je bijvoorbeeld een gezicht schildert, zou je normaal eerst het gezicht inkleuren en er nadien het oog op zetten. Maar als je wil dat het oog langs twee kanten zichtbaar is, moet je eerst het oog schilderen en daarna het gezicht errond verven, dus eerst de voorgrond en dan pas de achtergrond.” Ook hier wordt alles weer omgedraaid.

Op de ene glasplaat staat een hart, op de andere een doek. “Die doek is gemodelleerd naar de lijkwade van ‘Veronica’, een schilderij van El Greco. Ik heb aan mijn vriendin gevraagd om die lijkwade te schilderen, maar dan zonder het gezicht. Het hart komt uit een andere context. Mijn grootmoeder is onlangs gestorven. Na een hersenbloeding en een zware val hebben mijn ouders beslist om haar te laten sterven. Ze kreeg geen voeding meer, werd stilletjesaan zwakker, tot haar hart het op een bepaald moment begaf. Vandaar komt het idee van het hart. Door het op glas te schilderen, wordt de kwetsbaarheid van het orgaan benadrukt.”

Uiteraard roepen zowel het hart als de lijkwade katholieke associaties op. “Christelijke symbolen interesseren me. Ik zat op een katholiek college en op de binnenkoer stond een beeld van een Christusfiguur met een hart. In dit werk was het achterliggende idee om die symbolen hun identiteit, hun uniciteit terug te geven. Iedereen tekent een hart met het eenvoudige symbool van een hartje, maar in dit werk wilde ik er weer echt een orgaan van maken. De lijkwade is dan weer bijna een gewone keukenhanddoek geworden.” Bovendien krijgen zowel het hart als de lijkwade een minder glorieuze context. Ze zijn niet te zien in een prachtige gotische kerk, maar in een dubbele laag karton, een goedkoop en vergankelijk materiaal. De symbolen krijgen hun materialiteit terug, ze krijgen iets menselijks. Het hart wordt weer een menselijk orgaan en de lijkwade wordt bijna een ordinaire keukenhanddoek, Een omkering als een soort situationistisch détournement.

De handgeschilderde reclame op winkelruiten was ook voor andere werken de inspiratiebron. Het vormt een beetje de rode draad tussen de presentatieruimte en de leefruimte. Op de glazen schuifdeur tussen die twee zalen schilderde Detige de frase ‘wilde aambeien’, een humoristische verwijzing naar de film van Ingmar Bergman. Maar het grappige werk is niet geheel onproblematisch. Detige moest bij het plakken van de letters goed nadenken over welke de goede kant was om ze op te plakken. Vanuit welke ruimte moesten de woorden leesbaar zijn en waar zouden ze in spiegelschrift te zien zijn? De logische keuze zou zijn om de letters leesbaar te maken vanuit de presentatieruimte, maar Detige koos ervoor om ze leesbaar te maken vanuit de leefruimte, waardoor ze vanuit de presentatieruimte in spiegelschrift te zien zijn. Alweer de omkering.

In de leefruimte werkte Detige het motief van de handgeschilderde reclame op glas nog verder uit in een reeks ingekaderde foto’s. “Het leek me interessant om dat gegeven te verplaatsen naar de manier waarop foto’s geëxposeerd worden. Vaak worden die achter glas gehangen. Het is boeiend om die glasplaat te zien als een venster. Zo heb ik hier bijvoorbeeld een foto van een man met een schort en een gigantische vis. In spiegelbeeld kan je de kleefletters lezen: Vishandel Posseidon.” Op een andere foto zie je een rij mensen aanschuiven. Ze kijken allemaal in de camera. Op het glas kan je in spiegelbeeld ‘worst’ lezen, alsof ze in de rij staan om een worst te kopen. “Dat is een beetje cynisch, want het is een foto die genomen is in Oost-Berlijn. De mensen stonden in de rij om de grens over te steken naar West-Berlijn.” Ook op de volgende foto zijn mensen aan een grensovergang te zien. “Je ziet mensen weglopen. En de tekst zegt in spiegelbeeld ‘Gay bar’, alsof je zelf in de gay bar zit en de mensen ziet weglopen.”

Opmerkelijk bij dit werk is dat de foto’s op een zeer onopvallende plek in de leefruimte gehangen zijn. Zo hangen er twee fotokadertjes tussen de posters en aankondigingen van Lokaal 01. Je ziet bijna niet wat werk is van Detige en wat er al hing. Onder een schap met flyers hangen nog vier kadertjes, als je niet goed kijkt, zie je ze zelfs niet. Heel subtiel heeft Detige zijn werk geïntegreerd in de leefruimte, alsof het er altijd al is geweest.

Wat in de leefruimte nog het meeste opvalt, is het werk waarnaar de titel van de tentoonstelling verwijst. Detige gaf zijn presentatie de naam ‘De man die aan de spiegel likt’. Aan de muur van de leefruimte heeft hij allemaal kadertjes gehangen met titels van romans, kortverhalen en gedichten waar het woord ‘man’ in voorkomt: ‘De Man Zonder gezicht’, ‘Een man die slaapt’, ‘De man zonder eigenschappen’, ‘De man die er niet was’, ‘De man die gestorven was’.

Op de muur heeft Detige allemaal huilende mannen getekend die met hun tong hun neus proberen te raken. In potlood uiteraard, vergankelijk en broos. “De tekeneningen vormen een soort achtergrond, ze werken als behangpapier.” Alle mannen dragen een stropdas, als symbool voor een te strak en dus verstikkend maatpak. De mannen worden gedwongen in een keurslijf en zien er allemaal hetzelfde uit. Anoniem in de grijze massa. “Als ik menselijke figuurtjes teken, zijn dat vaak mannen in pak. Voor mij is het alsof het pak abstractie maakt van de individualiteit van het personage. Dat pak zorgt ervoor dat de man verdwijnt in de anonimiteit en een gebruiksobject wordt voor een soort systeem.”

De kadertjes die aan de muren hangen, zouden de mannen een eigen identiteit kunnen geven omdat de titel telkens iets zegt over een ‘man’. Maar zelfs met de titel erbij, blijven de mannen redelijk kleurloos: ‘De man zonder eigenschappen’, ‘De Man Zonder gezicht’. De anonieme huilende mannen zonder eigenschappen hebben een bevreemdend effect. Is dat het zwartgallige wereldbeeld van de kunstenaar? Is iedere mens slechts in potlood getekend – op elk moment gemakkelijk uit te wissen – en compleet zonder eigenschappen? Of mag iedereen zijn eigen karakter invullen? Detige doet de toeschouwer met zijn werk nadenken, en ja, zelfs twijfelen.

In 2010 nodigt Lokaal 01_Antwerpen jonge kunstcritici uit om de kunstenaars
tijdens hun werkperiode te volgen. Zij zullen een publiek gesprek leiden
met de kunstenaar en een kritische tekst schrijven in relatie tot de
presentatie van de kunstenaars. Door jonge kunstcritici een plek te geven
om zich te tonen wil Lokaal 01 bijdragen aan de ondersteuning en
ontwikkeling van jonge beeldende kunstkritiek.


www.lokaal01.org
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie