Trouwens, ik ben ervan overtuigd dat Michel François lui-même begrip zal kunnen opbrengen voor mijn plichtsverzuim. Een kunstenaar die zijn eerste overzichtstentoonstelling Plans d’évasion doopt (voor spijbelende zittenblijvers en Nederlanders: dat is een term uit het Frans die kan worden vertaald als ‘ontsnappingsroutes’) móét wel affiniteit hebben met vluchtgedrag, en met de aversie tegen elke vorm van verstarring die eraan ten grondslag ligt. Dat blijkt ook uit de opzet van de tentoonstelling: François heeft de volledige bovenverdieping van het S.M.A.K. ingericht als een soort haute-culture-versie van het bordspel De betoverde doolhof. Ik tracht dat koeterwaals te verdietsen!
Plans d’évasion werd geconcipieerd als een autonome, labyrintische installatie, bestaande uit kleinere installaties, beeldhouwwerken, foto’s en video’s. Om een rationele uitweg te vinden uit die (ogenschijnlijke) warwinkel dient u als bezoeker de inhoudelijke verbanden tussen de werken op te sporen. Zodoende zal u erachter komen dat de caleidoscopische collectie te structureren valt in thematische clusters. Wie echter eenduidige antwoorden zoekt, loopt aldoor met zijn hoofd tegen de muur. François recycleert zijn stukken namelijk in voortdurend verschuivende contexten. Op die manier trekt de onpeilbare woelwater hun betekenis doorlopend in twijfel, en dwingt hij het publiek keer op keer stil te staan bij nieuwe, desoriënterende interpretatiemogelijkheden.
'Pf! Verwacht de kunstenaar van ons dat we een participatieve bijdrage leveren om inzicht te verwerven in het werk? Nou, daar kan hij naar fluiten!', borrelt reeds het gepruttel op uit het zwavelhol van het K.A.K. (de ietwat ongelukkige afkorting van het Kunst Aktie Komitee, een pas bedachte vereniging van kunstliefhebbers die strijd voert tegen wat zij de 'uitwassen van het postmodernisme' noemt). Grif toegegeven, enige waakzaamheid is geboden in dit kwijnende cultuurtijdperk: onder de dekmantel van relativisme en eclecticisme zou een overijverige schrijnwerker met praatjes zich zomaar kunnen uitgeven voor een visionaire installatiekunstenaar – ik zeg maar wat. Michel François is evenwel al drie decennia lang boven elke verdenking van charlatanerie verheven, en Plans d’évasion is een exhibitie van harde bewijzen van zijn authenticiteit.
Want Zingt Jubilate: François mag het visuele element dan wel van essentieel belang achten, zijn kunst ontaardt nooit in holle ornamentiek. Hij heeft een uitgediept oeuvre opgebouwd, dat gefundeerd is op ideologische, ontologische, wetenschappelijke en/of meta-artistieke hoekstenen. En in tegenstelling tot wat de chronische sceptici zullen bevroeden, hoeft men geen humanitaire vracht goede wil aan te slepen om die gelaagdheid te ontwaren. Zie bijvoorbeeld de installatie Golden Cage – een beeld dat boller staat van de symboliek dan dat van een paarsige trein die door een klamme tunnel raast in de buurt van een vismijn. De gouden, maar lege kooi staat voor de American Dream en de protectionistische attitude van de Verenigde Staten. Een foto uit de Franse krant Le Monde maakt integraal deel uit van het werk en toont één van de vindingrijke listen waarmee economische vluchtelingen (aha!) uit Mexico de armoedegrens met het land van Milky Way en Honey Pops proberen over te steken: teneinde de talrijke Amerikaanse grenswachters zand in de ogen te strooien, bevestigen de desperado’s afgietsels van de hoeven van runderen onder de zolen van hun stoute schoenen. U hoeft geen erkend telepaat te zijn om de bedoelingen van de kunstenaar te doorzien. Doch voor alle zekerheid: het heeft er alle schijn van dat hij de Amerikaanse (en wellicht bij uitbreiding de westerse) immigratiepolitiek aan de kaak wil stellen, Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege.
Die interpretatie kan op haar beurt dienen als aanknopingspunt voor een bezoek aan de Psycho-Jardins, twee aan weerszijden van de centrale zaal aangelegde 'volks-tuintjes'. Het ene is een ongecultiveerd lapje woestijngebied, waar alleen plastic cactussen opschieten uit de dorre kunststofgrond. Het andere is een decadente lusthof, waar de knapperige goudblaadjes van de chipsboom schitterend blinken in het neonlicht van de grootstad. Een adelaar – in de heraldiek het zinnebeeld van kracht en onsterfelijkheid – prijkt er als protserige tuindecoratie. De sculptuur is echter gestileerd in bevroren inkt en smelt mettertijd af tot een schandvlek op de eens maagdelijk witte ondergrond. Kunnen we het geschetste tweeluik andermaal duiden als een maatschappijkritische boodschap aan het adres van de kapitalistische wereld? Lijkt mij niet onaannemelijk. Maar geen bezwaar indien u die analyse kwalificeert als 'het wensdenken van een cryptocommunist' en de installatie veeleer beschouwt als een memento mori-elegie (zingt met Ramses Shaffy zaliger: 'We zullen doodgaan, met het zweet op ons gezicht!') De vergankelijkheid is immers een alomtegenwoordig leidmotief doorheen het oeuvre van Michel François – zoals u zich wel herinnert, verglijden zelfs de betekenissen van zijn werken, die hij ad infinitum integreert in variabele, multi-interpretabele configuraties.
(En als u me nu wilt volgen over een beschamend bouwvallig bruggetje.) We kunnen uiteraard net zomin ontkomen aan de tijd als aan de zwaartekracht. (Bent u er nog? Vergeef me.) Ook het natuurkundige fenomeen ‘vallen’ is een terugkerend onderwerp in François’s onstabiele kunst. In een stel videoloops suggereert hij onder meer de vrije val van een stoel en staat hij als een standbeeld in het oog van een wervelstorm van kapot kletterende flessen. De voorkant van de grote museumzaal vormt dan weer het decor voor de waarschijnlijk meest overweldigende beeldenrijkdom van de tentoonstelling. Het betreft een speciaal voor de gelegenheid én de locatie ontworpen installatie. Aan de plafonnering drijft een wolk pluizige paardenbloemen, boven een asgrauw tapijt waarin de grondvorm van een strafcel werd aangebracht. De ruiten van de zaal werden verbrijzeld, en in de tegenovergelegen muur heeft François de ouderlijke waarschuwing 'Pas tomber' uitgehouwen (lumineus, ironisch detail: de neergevallen brokstukken heeft hij laten liggen). Wanneer we ervan uitgaan dat de zaadpluisjes de prille jeugd symboliseren, lijkt die gebiedende wijs bestemd voor kinderoren: 'Val later niet voor de verleiding van de hokjesgeest! Anders komen jullie denkbeelden vast te zitten in bekrompen grijze cellen. Sla alle denkramen aan diggelen en laat jullie fantasie de vrije loop!' Of zoiets.
Zoals u zoetjesaan doorkrijgt, blijkt de idiosyncratische beeldtaal van Michel François inzichtelijker dan men aanvankelijk zou denken. Hij durft niettemin uw associatievermogen wel eens op de proef te stellen. Zo is het geen sinecure om een betekenisvolle link te leggen tussen a een schrikbarend instabiel ogende constructie van door magneten samengehouden metaalstaven, en b een krinkelende, kronkelende whatever-dinges – van naderbij bekeken blijkt dat curiosum een ellenlange buis te zijn die tot 'zevenmaal zeventig maal' toe werd kromgebogen. Welnu. Hm. In technisch opzicht lijken de sculpturen elkaars tegenpolen: onbuigzaam, maar instabiel tegenover buigzaam, maar stabiel. Zou het kunnen dat beide stukken opnieuw de afkeer van verstarring verbeelden? En dan niet alleen als zelfstandige entiteiten, maar ook als een diptiek in spiegelbeeld? Of is die sculptuur geworden hersenkronkel, Scribble, toch gewoon maar een driedimensionale droedel? Hm. En wat te denken van die tros glazen ballonnen elders aan het plafond. Wellicht zou mijn appreciatie van dat werk beperkt blijven tot een louter esthetisch genoegen, mocht ik niet weten dat het Souffles dans le verre heet en dus een poëtische poging is om vorm te geven aan onze adem. Sneu voor spijbelende zittenblijvers en Nederlanders, die zich allicht suf zullen prakkiseren over de vraag hoe dát beeld in vredesnaam een portie groenekaassoufflés moet voorstellen.
De retrospectieve Plans d’évasion in het S.M.A.K. loopt nog tot 10 januari 2010, en is een paradijselijk toevluchtsoord voor al wie 'rustige vastheid' de hel op aarde vindt. Michel François is namelijk een beeldhouwer die niet voor één kunstvorm te vangen valt, en wiens ongestadige werken steevast weten te ontsnappen aan de verstarring van interpretatieve consensus. Van kunsten en kuren gesproken, trouwens: waarom the fuck heb ik inmiddels tóch een tekst over die tentoonstelling uitgeschreven? Alsof ik niets vrijblijvenders te doen heb! Ik had even kunnen doorwerken aan mijn langverwachte debuutroman Klaar met sint-juttemis, weliswaar een werk in uitvoering zonder deadline, maar toch! En ja, misschien wás ik wel alweer na anderhalve zin gestopt om eender wat anders te gaan doen, maar wat dan nog? Ironisch genoeg heb ik deze hele, slappe hap dan ook nog eens opgesteld in de blogapplicatie van het S.M.A.K. Als ik zo meteen maar niet per abuis op ‘publiceren’ klik. O nee, stom, stom, stom.
(Een handjevol foto-impressies vindt u op de website van het S.M.A.K.: http://www.smak.be/tentoonstelling.php?la=nl&y=&tid=&t=&id=444, en op de weblog van Steven Meert: http://gekiekt.wordpress.com/2009/11/27/s-m-a-k-michel-francois/).







