Zeewater is zout, zeggen ze vertelt het verhaal van een ongewoon en ontworteld gezin in Antwerpen-Linkeroever tijdens de jaren vijftig. Na een woelige periode van oorlog probeert de verarmde buurt zich hier moeizaam te herstellen. De veranderingen in de buurt en in het gezin Lahaut worden subtiel geschetst aan de hand van enkele belangrijke gebeurtenissen in de tweede helft van de jaren vijftig (onder andere Expo 1958). De lezer krijgt voornamelijk fragmentarische informatie vanuit drie hoofdperspectieven: de vader, de moeder en hun oudste dochter, Rosa. Die drie personages zijn stuk voor stuk, maar om verschillende redenen, buitenbeentjes in de buurt. Die outsiderpositie brengt hen echter niet dichter bij elkaar, maar lijkt hen zelfs – met de tragedies die elkaar in snel tempo opvolgen - steeds verder uit elkaar te drijven.
De vader, Raymond, is een trotse Antwerpenaar die ondanks zijn harde-werk-mentaliteit door de meeste buurtbewoners scheef wordt bekeken omdat hij het katholieke geloof heeft ingeruild voor een blindelings geloof in de vooruitgang en het communisme. Hij slaagt erin alles te rationaliseren en geeft zichzelf noch zijn gezin de kans tot emotionele zwakte. Hierdoor is Raymond zonder twijfel het moeilijkst te doorgronden personage en soms lijkt hij in essentie zelfs naïever dan zijn echtgenote, Hendrika (Rika). Zij leeft met een voortdurende heimwee naar het verleden en verliest zich in haar dagdromen over hollywoodiaanse luxe. Ze lijkt aanvankelijk de oorzaak van de negatieve spanningen binnen het gezin Lahaut, maar slaagt erin uit haar depressie te klimmen en een gedurfde, nieuwe weg in te slaan. Zo probeert ze zich te integreren in haar buurt, maar haar accent verraadt na al die jaren nog steeds haar Nederlandse afkomst, waardoor het slechts gaat om assimilatie: “Alleen van haar jij en haar jou is ze niet af te brengen.” Het linkse geloof van Raymond en de noordelijke afkomst van Rika dwingen hun dochter Rosa tot stiekeme vriendschappen die tragisch verwateren vanaf het moment dat ook de buurtkinderen het denkpatroon en de vooroordelen van hun ouders overnemen. Rosa weet zich nochtans perfect te redden in de harde naoorlogse tijd. Dankzij de vroeg opgedrongen verantwoordelijkheidszin en pientere kijk op het leven is ze de ideale combinatie van haar rationele vader en emotionele moeder en levert zo het interessantste vertelperspectief. Rosa’s gevoelens en gedachten worden bij momenten zo fragmentarisch weergegeven dat de rode draad zoek raakt, maar de naïeve ondertoon bezorgt het dramatische geheel dan weer een luchtigheid die meer dan welkom is. Dankzij dit kinderlijke en onbewust humoristische perspectief dringt een vergelijking met Louis Seynaeve uit Het verdriet van België zich onvermijdelijk op, maar verdere parallellen tussen beide personages en romans zoeken zou appelen met peren vergelijken zijn.
In de kakafonie van snel wisselende perspectieven is het taalgebruik van de personages een handige leidraad en een briljant uitgewerkte manier om hen verder uit te diepen. Het wordt bijvoorbeeld al snel duidelijk dat de drie gezinsleden zelden handelen naar hun gedachten. Zo stellen de beide ouders, ondanks het feit dat ze beiden hunkeren naar een ander en beter leven, de ander vaak centraal in hun acties, altijd ver weg van elkaar, maar het brengt hen ook dichter.
Het tunneleffect
Het ‘gezin dat anders is’ leeft duidelijk ook in ‘een buurt die anders is’. Al krijgen de buurtbewoners van Linkeroever in Lenaerts’ relaas van Vlaamse, naoorlogse ellende geen directe stem, indirect vormen ze toch een groep. Die groep wordt letterlijk gescheiden van de rest van ‘het’ stad door een tunnel. De Herman Gorterlaan staat voor Raymond - in tegenstelling tot zijn vroegere woonplaats in de Arthur Sterckstraat in Berchem - in het teken van vooruitgang (niet toevallig verwijst hij expliciet naar het gedicht Mei, “een nieuw geluid”), maar de wederopbouw staat verder aan de andere kant van de tunnel. De buurtbewoners moeten dus letterlijk een grens overschrijden, willen ze echt vooruitgaan. Tegen alle verwachtingen in is het Rika die als eerste die stap waagt. Maar de veranderingen die ze doorvoert, zorgen helaas nooit voor een positieve vooruitgang. Rosa vat het geheel samen aan de hand van Heraclitus’ beroemde Panta Rhei-gedachte: alles in deze wereld is voortdurend in verandering. Zelf maakt ze daar meteen een slimme kanttekening bij; die verandering is niet altijd positief.
Geen leven zonder dood, geen dood zonder leven. Geen vreugde zonder verdriet, geen verdriet zonder vreugde. Hoewel hier op nummer veertig geldt dat niet. Alleen miserie. Miserie zonder blije tegenhanger. Om moedeloos van te worden.
Het is precies die opeenstapeling van ellende in het gezin Lahaut, die de lezer soms doet snakken naar een humoristische noot. Desalniettemin bewijst Simone Lenaerts veel met deze roman: dat ze de debuutprijs meer dan verdiend heeft, dat er meer getalenteerde auteurs in Vlaanderen rondlopen dan de veelbesproken ‘generatie van 1999’ en dat de geschiedenis van België vanuit verschillende perspectieven boeiend en bespreekbaar blijft.
Simone Lenaerts, Zeewater is zout, zeggen ze. De Geus, 2009, 415 p.
Met dank aan:
.jpg)






