Dat ze als performer graag een gesprek wil aangaan maakt Jerez van begin af aan duidelijk. Ze verwelkomt het publiek weliswaar in haar eentje op een haast lege scène. Maar ze begint al gauw een verhaal over zogezegd aanwezige personen die we als publiek niet zien. Alsof ze het allemaal op scène ziet gebeuren beschrijft ze de dagelijkse handelingen en de interacties van haar personages op scène. Tot ze zelf de positie van een ander personage inneemt en haar rol van verteller gestalte krijgt in een paar achtergebleven schoenen en een luidspreker. Eén voor één gaat Jerez de verschillende personages af. Telkens laat ze een paar schoenen achter en neemt een luidspreker haar stem over in de conversatie tussen de verschillende rollen. Langzaam maar zeker ontstaat er een uitgekiend spel tussen de personages die er (niet) zijn en de performer. Zijn het puur fictieve verzinsels van de performer? Zijn het facetten van haar persoonlijkheid? Zien we een zelfportret van de kunstenaar als groep? Of gaat de actrice letterlijk in de schoenen staan van de mensen rondom haar? De intrigerende scène balanceert tussen een speelse schizofrenie en een zoektocht naar gezelschap. En die zoektocht wordt al snel beantwoord.
Tegemoet gekomen door Min Kyoung Lee beginnen beide actrices aan een duet. In het halfduister beginnen beide vrouwen samen te zingen. Soms samen, dan weer afwisselend. Door een slimme belichting zie je soms maar één zangeres staan, en hoor je een andere stem zingen in het duister. Ook hier worden fysieke verschijning en stemgeluid losgekoppeld om terug op zoek te gaan naar elkaar. Gelijdelijk aan begint het harmonisch gezang te ontsporen in een steeds sterker en dissonanter geluid. Het intieme gevoel van samenzijn dat werd opgeroepen door het gezang verglijdt in haar tegengestelde: een schreeuwende ruzie. Deze schreeuw verstomt pas wanneer beide personages elkaar vinden in een wederzijdse mond op mond beademing. Een paradoxaal beeld vermits zo'n beademing maar effectief kan zijn wanneer één iemand uit- en één iemand inademt. De clash tussen beide vrouwen eindigt in een stomme stilte, een wederzijdse verstikking. Of zijn we net getuige van een hechte kus?
Even later wordt de sfeer totaal omgegooid. Op de tonen van een epische westernmuziek wordt de scène omgetoverd tot een wazig landschap vol rook en korte felle lichtflitsen. Er volgt een overweldigende ouverture die nogal op zichzelf blijkt te staan, tot plots door een handig gebruik van licht en donkere plekken op het podium de derde performer vlak voor het publiek verschijnt in een heroïsche houding. Even later flitsen de twee vorige performers er ook bij. Wanneer het lichtspel en de muziek hun hoogtepunt bereiken en de acteurs in volle licht staan wordt er echter een enorme anticlimax onthuld. Hoe retorisch de inleiding wel was, de personages hebben nu ze in het spotlicht staan eigenlijk niks te zeggen. Hoe spectaculair de verschijning ook mag zijn, echte communicatie komt er niet tot stand en ook de scène blijft leeg achter.
Deze leegte wordt vrij snel opgevuld door de vierde performer. Al gauw komt Hanneke De jong de vloer opgewandeld en wordt letterlijk alles uit de kast gehaald. Alles wat niet te vast of te heet is wordt onstuimig op scène gesleurd; totdat er één grote chaos ontstaat van strijkplanken, brandblussers, tafels, zetels en stoelen. De hele inboedel van het theater moet eraan geloven. De chaos op scène lijkt wel een radicale omkering van de vorige situatie. Waar we een vormelijk spektakel zagen zonder inhoud, bulkt de scène nu van inhoud zonder vorm. Er wordt ineens van alles mogelijk, dat wel, maar de vier personages lijken te verdrinken in de overvloed van mogelijkheden.
Tesamen met hun laatste metgezel, Baptiste Veyret-Logerias, zet het vijftal zich neer vlak voor het publiek. Als in een nabespreking richten ze zich tot het publiek, temidden van de overweldigende chaos op scène. Maar in plaats van het publiek individueel toe te spreken, proberen ze als groep één stem te vinden in wat ze zeggen. Twijfelend en zoekend begint het vijftal aan zinnen die ze als groep improviseren. Ze hebben het over de uitdaging om als groep te werken, om elkaar aan te voelen en gezamenlijk een discours te ontwikkelen. Veel zinnen blijven ook haperen in een vorm van poëtische non-sense, wat niettemin vaak verrassende uitspraken oplevert. Op die manier wordt de spanning van het groepsproces ook daadwerkelijk voelbaar gemaakt. Wanneer ook het publiek vragen mag stellen blijft dezelfde ludieke spanning de scène beheersen: kunnen ze op elkaar inspelen? Kunnen ze als groep tot een zinvol antwoord komen op de vragen? Belemmert het collectief het individu om tot zijn standpunt te komen, of is de som van individuen net de meerwaarde van de groep?
Waar de eerste scène nog volop in het teken stond van het individu dat naar gemeenschap zoekt, kaart de laatste scène een haast tegenovergesteld streven aan: hoe kunnen we in een diverse groep een vorm van eensgezindheid vinden zonder in dictatuur te vervallen? De vijf individuen op scène slagen er in om tussen die twee polen (de veelheid binnen één persoon en de eenheid in een groep) een spanningsveld op te roepen waarin de toeschouwer zijn verbeelding de vrije loop kan laten. Ondanks de losvaste samenhang van hun voorstelling leveren ze enkele bijzonder frisse stukjes theater af. Tussen harmonie en dissonantie in formuleert het vijftal een veelzijdig en ludiek statement. Over de deugden en moeilijkheden van zowel het alleen- als samenwerken als kunstenaar vandaag.

Five People, gezien in Campo op vrijdag 20/11/2009
Credits Five People
Van en met: María Jerez, Min Kyoung Lee, Phil Hayes, Hanneke de Jong & Jean-Baptiste Veyret-Logerias
Concept en coaching: Dirk Pauwels
Techniek: Korneel Coessens, Piet Depoortere & Lukas Verbrugge
Geluid: Samuel Anarte
Met dank aan: Aula de Danza Estrella Casero
Productie: CAMPO, Gent (B)
Coproductie: CONNECTIONS
www.campo.nu






