Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Collectietentoonstelling Sculpturaal in het SMAK
NERVEN BLOOTLEGGEN
datum 25.10.2009
De huidige tentoonstelling ‘Sculpturaal’ die naast de overzichtstentoonstelling van Raf Buedts plaatsvindt, brengt een aantal hybride sculpturen uit de SMAK-collectie samen en zet het oeuvre van Raf Buedts in een ander perspectief.
De huidige collectietentoonstelling ‘Sculpturaal’ is een mooi voorbeeld van hoe een museum met haar collectie een interessante context kan aanreiken bij een tijdelijke tentoonstelling. Daarin valt op dat het museum geen poging heeft ondernomen om het oeuvre van Buedts te situeren binnen de (lokale) context waarin het is ontstaan, - dit komt echter wel uitgebreid aan bod in de tentoonstellingscatalogus bij de Buedts-tentoonstelling - maar heeft gezocht naar een duidelijke link tussen de internationale collectie en het oeuvre van de kunstenaar.
Drie tendensen uit Buedts’ sculpturen dienden als uitgangspunt voor de selectie van de werken. Een eerste is de voorkeur voor het bricoleren, een tweede is het hybride karakter van zijn sculpturen - die zich ergens bevinden tussen sculptuur en meubel - en een derde is de intense en sensuele omgang van de kunstenaar met de uitgekozen materie.

Bij het bezoek aan de overzichtstentoonstelling valt immers op hoe deze kunstenaar kunst maakt, die zich ondanks haar sterke fysieke aanwezigheid en materialiteit vooral immaterieel laat benaderen. Dit aanwezige spanningsveld tussen enerzijds een sterk fysieke, materiële presentie en anderzijds een sterk immaterieel (poëtisch) gehalte is ook duidelijk aanwezig in de meeste geselecteerde werken uit de collectietentoonstelling.

In drie opeenvolgende museumzalen werden intense dialogen tussen kunstwerken op gang gebracht. Vooral de werken in de eerste zaal (nabij de ingang) weten daarbij het meest te beklijven. Daarin bevindt zich bijvoorbeeld het werk ‘11 bent long pipe run’ (1969) van Carl André, een elf meter lange smalle verroeste buis die de ruimte doorklieft en de andere werken geruisloos met elkaar verbindt. Het is een metalen buis, dat bij nader zien uit ineengeschoven onderdelen bestaat. Het verroeste, grillige, aftandse ding ontroert niet enkel door zijn nutteloosheid en zijn eenvoud, maar vooral omwille van zijn vermogen om zo subtiel in de ruimte aanwezig te zijn dat het er in lijkt te verdwijnen. Dit a-typische werk van Carl André overstijgt de harde minimalistische dogma’s die we normaal steeds in zijn werk terugvinden.


Kurt Kocherscheid, Styx II, 1991

Verder is het fenomeen van het ‘verschijnen en tegelijk verdwijnen’ ook een terugkerend aspect bij de werken die zich in de nabijheid van Carl André’s pipeline bevinden en die trouwens allemaal schatplichtig lijken te zijn aan de Minimal Art van de jaren ’60. Zoals bijvoorbeeld in het werk ‘Colombage’(1977) van Daniel Dezeuze dat opgebouwd is uit een structuur van zorgvuldig aan elkaar geniete houten latjes, die vaag verwijst naar het houten vakwerk uit de bouw. De repetitie van het patroon trekt de aandacht niet alleen op de flinterdunne huid van het materiaal en op de kleine variaties die daarin opduiken, maar evengoed ook op de lege zones die ertussen vervat zitten. De houten sculptuur ‘Zwischen/Als/Gegen/Für’ van Bernd Lohaus lijkt op gelijkaardige manier te functioneren, evenals het werk ‘Styx II’ van Kurt Kocherscheid dat er tegenover hangt. Dit laatst genoemde werk bestaat uit twee identieke houten schilden met grote gaten, die grotendeels bedekt zijn met zwarte verf. Het onaffe karakter van dit werk trekt de aandacht op de pasteuze verfhuid en de ruwe ondergrond. Dit abstracte schilderij is sterk present maar tegelijk ook sterk afwezig door de zwarte non-kleur die sterk de aandacht verschuift naar de ontbrekende zones, de gaten.

In de hoek van de ruimte - tegenover een kleinschalige en fragiele, doch adembenemend mooie draadsculptuur van Oswald Oberhuber - bevindt zich het werk ‘Light on light on sacks’ (1969) van Barry Flanagan, dat in deze samenhang volledig tot zijn recht komt. Dit werk bestaat louter uit een stapel gevulde jutezakken en krijgt door een invallende lichtbundel zowel een sterk sculpturaal als immaterieel karakter.

In de tweede en derde ruimte komen we opeens in een meer huiselijke context terecht, omdat de meeste werken die daar getoond worden, verwijzen naar meubels uit een interieur. Ze nemen hybride vormen aan die schommelen tussen sculptuur/schilderij en meubel, tussen kunst- en gebruiksvoorwerp. Twee werken die eerder tegen elkaar opbotsen dan dat ze echt goed samengaan, is de strak gestileerde wandsculptuur ‘s.T.’ (1985) van Jan Vercruysse die vaag refereert naar een schouwelement en het werk ‘No Dry love’ van Avery Preesman, een zitbank die met zwart beschilderde keien bedekt is en die daardoor weinig uitnodigt om erop te gaan zitten. Het gepolijste gladde oppervlak van Vercruysses werk contrasteert fel met de matte hobbelige textuur van Preesmans hybride sculptuur. Of is dit laatste een schilderij dat hier toevallig op de grond werd geplaatst, net als de kleine paneeltje die zich aan de uiteinden ervan bevinden en geduldig wachten op het moment van ophanging?


Richard Artschwager, Splatter Table, 1992

Een ander geslaagde dialoog is ‘Sans titre’ van Jean-Marc Bustamante en ‘Splatter Table’ van Richard Artschwager. Twee werken die onmiddellijk naar een meubel verwijzen, maar bij nader inzien duidelijk maken dat er iets wringt in de constructie en in de verhoudingen van het object. ‘Splatter Table’ is een plat object dat in de hoek van de ruimte zit verwerkt en daardoor ook een dubieus spel met ruimtelijkheid speelt. Voorts vormt de harde artificiële uitstraling van deze formica-sculptuur een gigantisch contrast met de handmatige bewerkte houten meubelsculpturen van Raf Buedts, die zich in de ruimte ernaast bevinden.


ManfreDu Schu, Wo ich was soll, 1992

Twee sculpturen die het aspect van de wankele constructie sterk naar voor brengen, zijn ‘Wo ich was soll’ van Manfredu Schu, dat herinnert aan een werktafel waar nog wat achtergebleven materialen op rondslingeren en ‘Untitled (Precision)’ van Cathy Wilkes, een vrijstaande radiator die op het punt staat gemonteerd te worden. Het zijn werken die zich op een frisse, doch aarzelende en aftastende manier aan ons opdringen. Ondanks hun sterke fysieke aanwezigheid en materialiteit laten ze zich toch vooral immaterieel benaderen. En dit kenmerk is ongetwijfeld de rode draad die zowel in de overzichtstentoonstelling van Raf Buedts als in de collectiepresentatie duidelijk naar voor komt. Er is steeds die sterke fysieke verschijning van een kunstwerk die enerzijds de aandacht trekt op de materie, op de huid of de oppervlakte ervan en anderzijds toch het vermogen bezit om die materie, het objectmatige ervan te overstijgen.

Collectietentoonstelling Sculpturaal, tot 21 november & Rafael Buedts, tot 15 november in het S.M.A.K., Citadelpark, Gent, open di-zo van 10-18 u., www.smak.be
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie