Al snel blijkt dat die thematische aanpak waarvoor de curatoren kozen, geen van de drie meesters echt recht aan doet.

De Serenissima Repubblica is in de 16e eeuw een Europese handelsmacht en de stad Venetië is één van de rijkste en meest ontwikkelde steden van Europa. Die rijkdom vormt een ideale voedingsbodem voor de kunsten en de tentoonstelling focust op de rivaliteit tussen de verschillende kunstenaars die deel uitmaakten van de Gouden Eeuw. Een citaat uit de Vite van Vasari maakt het uitgangspunt meteen duidelijk: "Wanneer de natuur een man schept die uitmunt in één bepaald domein, dan schept ze hem meestal niet alleen, maar krijgt hij een rivaal tegenover zich, zodat ze samen van hun talent en wedijver kunnen profiteren." (1568).
In 1516 werd Titiaan de officiële schilder van de Republiek en tot aan zijn dood in 1576 zou hij de absolute meester van de Dogenstad blijven. Zijn genialiteit werkte voor sommigen verstikkend, maar voor anderen net stimulerend. De jonge Tintoretto studeerde in het atelier van Titiaan, maar de meester zette de jongen op straat zodra hij zijn bijzonder talent opmerkte. Ook later zou Titiaan nooit echt de kant van Tintoretto kiezen. Het moet de geldingsdrang en motivatie van Tintoretto alleen maar aangewakkerd hebben.
Titiaan was de meester die iedere jonge kunstenaar wou evenaren of overtreffen en vaak was hij degene die een mode op gang bracht. Vooral zijn naakten, waren revolutionair. De Venus van Urbino, één van zijn bekendste werken, hangt niet in de tentoonstelling in Parijs, maar een paar andere bijzonder mooie doeken wel. Danaé (1544-46) en Venus met spiegel (1555) bijvoorbeeld tonen hem als de meester van de zachte fluwelen vormen met een hoog sensueel gehalte. Ook in de portetkunst was Titiaan de absolute meester. Naast het bekende portret van Paus Paulus III (1543) is vooral dat van diens kleinzoon Ranuccio Farnese (1542) een absoluut meesterwerk.
Dankzij Napoleon bezit het Louvre het absolute hoogtepunt uit de carrière van Veronese: de bruiloft te Kana (1562-63). Dit 70m2 grote doek sierde oorspronkelijk de refter van het Benedictijnenklooster op het eiland San Giorgio Maggiore, maar Napoleon liet het doek in 1797 oprollen en naar Parijs brengen. Men heeft ervoor gekozen het schilderij op z'n vertrouwde plaats in het Louvre te laten hangen, maar het is de omweg door de drukke zalen meer dan waard. In de tentoonstelling hangt wel een vroeger werk van Veronese dat de bruiloft al aankondigt: de Emmausgangers (1559). Na zijn verrijzenis verschijnt Christus aan twee apostelen die op weg zijn van Jeruzalem naar het nabijgelegen Emmaus. De twee discipelen vertellen de vreemdeling over de recente dood van Jezus de Nazarener en over het nieuws dat zijn graf nu leeg is (Lc 24: 13-27). Christus wordt pas herkend tijdens de maaltijd in Emmaus wanneer Hij bij de zegening van het brood naar de hemel opkijkt. Het bijbelse tafereel wordt door Veronese in een eigentijdse Venetiaanse context geplaatst en de ruimte wordt opgevuld met een familie aan wie de verschijning van Christus blijkbaar helemaal voorbij gaat. De kenmerken die Veronese in de bruiloft verder gaat uitwerken, zijn hier al aanwezig: de grote afmeting, de theatrale ruimte, het levendige kleurenpalet, en een vermenging van het religieuze en het profane.

Tegenover die kleurrijke stijl overgoten met licht staan de vaak dramatische sombere doeken van Tintoretto. In het Louvre wordt een Laatste Avondmaal getoond die mooi Tintoretto's kenmerkende eigenschappen illustreert. In tegenstelling tot Veronese focust hij op het dagelijkse, op het eenvoudige. Zijn doek baadt niet in het heldere licht van de Emmausgangers, maar heeft een clair obscur dat ook zo typisch is voor zijn andere werken. Ook bij de portretten worden de onderlinge verschillen duidelijk. Titiaan besteedt veel aandacht aan de weergave van de rijkdom van stoffen en details, maar ook bij Veronese zien we dat (b.v. Iseppo da porto en zijn zoon, 1551). Niets van dat alles bij Tintoretto, hij focust op het allernoodzakelijkste (Het portret van admiral Sebastiano Venier, 1571-72).
De Republiek eiste het beste van zijn kunstenaars en de rivaliteit tussen de drie meesters heeft hun werk ongetwijfeld naar hogere sferen gebracht en hen gedwongen de grenzen van hun eigen talent op te zoeken. Die strijd is gestreden. Door de thematische ophanging in het Louvre voel je je als toeschouwer soms wel verplicht om te kiezen wie van de drie voor dat thema de meest geslaagde benadering heeft gevonden. Titiaan was een echte all-rounder maar Tintoretto en Veronese komen niet in elke ruimte even sterk naar voren, en dat is een spijtige zaak. Laat het volstaan dat het publiek vandaag gewoon van die bijzondere doeken kan genieten zonder noodzakelijk een overwinnaar aan te duiden. De verschillen hebben te maken met smaak, en over smaak valt zoals gewoonlijk niet te twisten.
Titian, Tintoretto, Verones: Rivals in Renaissance Venice, nog tot 4 januari in het Louvre, Parijs






