Een whodunit met een moraliserende ondertoon
De romantische verhaallijn in Niet de hele waarheid en vooral de manier waarop ze verteld wordt, is nogal onconventioneel. De liefde tussen de jonge Anna en de rijpere Leonard is geen wild kantooravontuur, maar eerder een opeenvolging van korte, passionele, doch beschaafde ontmoetingen in de lift. De afstandelijkheid van die relatie wordt versterkt door de bron van informatie. Zoals de zon als eerste getuige was van het overspel van Venus met Mars, is Koenen hier directe getuige van een moeizaam liefdesavontuur. Zijn objectieve, licht jaloerse observaties geven de lezer echter slechts een vaag beeld van het koppel. Meer inzicht krijgen we via de directe weergave van het e-mailverkeer tussen Anna en Leo. Door het gebruik van deze vertelinstantie lijkt niet alleen de relatie tussen de hoofdpersonages erg afstandelijk, maar wordt ook de relatie tussen de lezer en de personages bekoeld. Niet meteen het epische liefdesverhaal waar sommige lezers in deze zwoele nazomer op zitten te wachten, dus, maar wel een realistische inkijk in een relatie die even oprecht, romantisch, wanhopig, euforisch en tegenstrijdig is als alle andere. Het onderzoek biedt bovendien het perfecte kader om te filosoferen over menselijke relaties, met of zonder getuigen. De liefdesmails tussen Anna en Leo worden afgewisseld met inzichtelijke observaties van een mensenmassa in de grootstad Berlijn door een man die het gewend is zichzelf weg te cijferen. Ook in zijn persoonlijke leven, want de detective heeft – zoals de meeste detectives – nooit echt liefde gekend. Hij leeft voor zijn werk en gebruikt graag zijn vreemde uiterlijk (hij kreeg al meermaals te horen dat hij op Harvey Keitel lijkt) als excuus. Koenen heeft medelijden met Anna, want hij doorziet haar overbodige rol in het spel en beseft dat de minnares mogelijk nog meer gekwetst wordt dan de bedrogen vrouw. De privédetective, spelbegeleider van dienst, begrijpt niet alleen alle personages, hij heeft ook een verhelderende kijk op het gehele overspel; hij geeft er zijn eigen psychoanalytische invulling aan. Zo stelt hij zich niet langer de vraag waarom mensen elkaar bedriegen. De dingen gebeuren omdat ze mogelijk zijn en omdat de mens in essentie wordt gedreven door drift. Freuds Es-gedrag maakt ons volgens de detective op een gegeven moment tot barbaren. Kortom, Koenen ziet weinig onderscheid tussen de mensen die hij schaduwt en de leeuwen die hij dagelijks in de dierentuin bezoekt.
De stijl die Dirk Kurbjuweit in zijn verhaal hanteert is duidelijk geworteld in de journalistiek, al wordt het heldere taalgebruik gelukkig af en toe afgewisseld met bijzonder rake beeldspraak. De actie is met andere woorden soms ver te zoeken en daarom maakt deze roman vermoedelijk veel minder kans op een verfilming dan het vorige werk van de auteur. Nochtans vermindert die aanpak de kwaliteit niet, integendeel. De Duitse politieke wereld die schijnbaar fungeert als een achtergrond voor dit afstandelijk en innemend liefdesverhaal, is eigenlijk zoveel meer dan dat. Het is eerst en vooral bekend terrein voor de auteur, die als politiek journalist zijn brood verdient en via deze roman impliciet zijn mening lijkt te willen ventileren. Zowel in het personage van Anna (een gepassioneerde dissidente, met een kritische blik op de Duitse inmenging in Afghanistan), als in de privédetective, is duidelijk de stem van een kenner te horen. Aan de andere kant is het politieke gordijn een briljante manier om de spanning op te drijven. De personages leven letterlijk in glazen huizen en voelen voortdurend de ogen van ‘het volk’ branden in hun rug. Zoals de titel al doet vermoeden is niets wat het lijkt in Niet de hele waarheid, en – opvallender nog – iedereen, zelfs de privédetective, handelt uit eigenbelang. Zulk oneerlijk en onvoorspelbaar gedrag ligt niet alleen in de natuur van de politieke wereld, maar van alle mensen.
Dirk Kurbjuweit, Niet de hele waarheid. Vertaald door Herman Vinckers. Uitgeverij Signatuur, 215 p.
Met dank aan Passa Porta.





