Een eerste experiment gaat dan ook al gauw van start. Als een zwerm vogels begint de groep zich door de ruimte te bewegen. Wat opvalt is dat er geen vaste leider is die de vlucht bepaalt. De voortrekker wisselt afhankelijk van hoe de groep draait en wie er 'toevallig' vooraan komt te lopen. Dit dynamisch leiderschap geeft de indruk dat een gemeenschappelijk groepsinstinct -veeleer dan een individu- de groep leidt. Bestaat er zoiets als groepsintuïtie? Ook de volgende scene probeert de denkoefening rond een ideale groepswerking te voeden. Steeds opnieuw verenigen de dansers zich in allerlei menselijke constructies, letterlijk groepstructuren. Om het bouwwerk in stand te houden is elk individu een even belangrijke bouwsteen en is er een groot vertrouwen nodig in je collega's. Maar wanneer de acrobaten ondertussen ook meerstemmig proberen te zingen krijg je op een humoristische manier al snel een overdosis teamspirit te pakken.
Na deze overwegend fysieke experimenten probeert Aughterlony met verschillende collagebeelden de krijtlijnen van een groepsdynamiek verder bloot te leggen. De chaos op de scene wordt herbouwd tot een woongemeenschap. We zien een klein dorpje ontstaan waar ieder rustig zijn ding doet. Tot één van de vijf bewoners een pleidooi houdt voor meer organisatie. Hij wil de middelmatigheid van het collectieve achter zich laten om voortaan voornamelijk de individuele sterktes in de groep uit te werken. Wat de effectieve meerwaarde is van dat vooruitgangsstreven laat Aughterlony de toeschouwer zelf inschatten. Het lijkt er haar vooral om te doen om onbevooroordeeld de uitersten van de groepsdynamiek onder de lens te nemen. Dan krijg je een complex spanningsveld te zien: naast het hechte gemeenschapsgevoel dat ontstaat wanneer de groep samen musiceert, zien we subgroepen en onderlinge spanning ontstaan wanneer de één de ander wil controleren of gevangen zet. Op dezelfde beat die de groep als één lichaam doet feesten, overpeinst iemand zich over zijn bindings- en verlatingsangst. Na het ophalen van onvergetelijke herinneringen die de groep maken tot wat hij is, droomt een individu luidop over eigen ruimte -thuis en op het podium.
In The Best and the Worst of Us laat groepsdynamiek zich kennen als een fragiel proces, dat zich vaak impulsief en onbewust voltrekt, en daarom best kritisch benaderd wordt. Aughterlony weet het publiek actief in haar denkproces te betrekken door het heel direct te benaderen. Niet alleen spreekt ze het rechtstreeks aan om uit te wijden over haar vragen en onderzoek. Ook wat er getoond wordt staat heel dicht bij de leefwereld van de toeschouwer. In The Best and the Worst of Us weet Aughterlony haar onderwerp op scène op te roepen in plaats van het uit te beelden: door een eigen persoonlijk groepsproces als basis voor de voorstelling te gebruiken schuurt het hele optreden voortdurend aan bij de realiteit. In bevreemdende en originele scènes weet ze die realiteit op het podium te bevragen. Nieuwgierig, pretentieloos, vastberaden en ontwapenend.
De dubbelheid waarmee Aughterlony ensceneert zet de toeschouwer onvermijdelijk aan het denken en daagt hem uit tot nuance. Hoe meer aspecten van het groepsleven de choreografe belicht, hoe heviger en gemengder de gevoelens die eraan te pas komen. Samenleven wordt een ideaal dat tegelijkertijd ook afschrikt, een hoogste goed vol valkuilen en neveneffecten, een zwaard dat onvermijdelijk langs twee kanten snijdt. Op het einde van de voorstelling mogen de neuzen dan wel nog steeds in verschillende richtingen staan, het is op z'n minst in een nieuwe wind die Aughterlony en haar dansers door het verschijnsel groepsdynamica lieten waaien.

Gezien in Campo Nieuwpoort, op vrijdag 29/05/2009.
Credits The Best and the Worst of Us
Performers: Simone Aughterlony, Phil Hayes, Nic Lloyd, Kate McIntosh, Thomas Wodianka & Fiona Wright
Dramaturgie: Fiona Wright
Coaching: Laura Kalauz
Lichtontwerp: Christa Wenger / blendwerk
Lichttechniek: Florian Bach
Decorontwerp: Nadia Fistarol
Muziek: Marcel Blatti
www.aughterlony.com
www.campo.nu






