Laten we zeggen dat het een verjaardagsfeestje is. Cie de Koe is twintig, het personage Lady Beale wordt er negenenzeventig. Je bent uitgenodigd, maar je hoort er niet echt bij. Pas op, de gastheren doen hun best je erbij te laten voelen, maar je blijft aan de zijlijn en je kijkt. En het ziet er wel leuk uit, hoor, het feestje. De gasten amuseren zich. Ze zingen, ze dansen. Maar jij staat er bij en kijkt er naar. Dat is een beetje het gevoel dat ik overhoud bij het kijken naar “een gelukkige verjaardag”, de verjaardagsproductie van Cie de Koe, gebaseerd op de documentaire “Grey Gardens” over het leven van Edith Beale en haar dochter.
Er speelt een muziekje als je de zaal binnenkomt en de acteurs maken zich klaar om te gaan acteren. Ze bladeren nog eens in hun tekst, zetten alles klaar en zwaaien naar mensen die ze kennen. Je wordt dus wel nog warm verwelkomd door acteurs, die tonen dat ze acteurs zijn.
Dat het muziekje nog even blijft doorspelen wanneer de voorstelling begint, is tekenend voor de bedoelde slordigheid die over het hele stuk hangt. Het decor bestaat uit een slordig doek, een verknipte reuzengrote schildering van bomen, een tafelblad dat op twee stoelen rust en niet bij elkaar passende stoelen. De kabels van de belichting hangen in het zicht, voor de spots. Het geeft op een treffende wijze de sfeer van verval weer die heerst ten huize Beal.
Want daar gaat het om. Verval. Het landhuis is vervallen, en het bezoek van de gezondheidsinspectie -of was het de brandweer- heeft meer slecht dan goed gedaan. Het hoofd van moeder Beale is nu en dan ook wat vervallen, maar ze staat haar mannetje. Zeker met het mannetje naast haar, tuinman Jerry. De relatie met dochterlief lijkt ook wat vervallen, hoewel beiden duidelijk niet zonder elkaar kunnen. Het vervallen huis, de afhankelijkheid tussen moeder en dochter, beiden vormen een soort gevangenis. En alleen in die gevangenis kunnen de personages volledig vrij zijn, hoe paradoxaal dit ook mag klinken.
Ze hebben elk hun eigen verhaal over het verleden, moeder en dochter. Moeder vindt dat ze haar dochter alle kansen gegeven heeft, dochter vindt dat moeder haar alle kansen ontnomen heeft. Ze hebben hetzelfde meegemaakt, maar hebben dit anders ervaren. Wat is de waarheid? Maakt het iets uit? Nu is het toch allemaal te laat. Het enige dat ze nog kunnen doen is de eigen rimpels en plooien platstrijken en de wonden van de ander openwrijven. Ze gaan elkaar niet openlijk te lijf, maar maken er onderhuids een rommeltje van. Verval. Want daar ging het toch om?
Ook het spel baadt in eenzelfde sfeer. De acteurs grijpen soms naar hun tekstbrochure, maken fouten en verbeteren elkaar en lijken nu en dan te improviseren. Sien Eggers en Nico Sturm spelen eerder natuurlijk, Sigrid Vinks en Jan Decorte spelen eerder theatraal. Het maakt het moeilijk volledig meegesleept te worden. Dit doorbreken van de illusie heeft ook te maken met de metatheatrale humor die in deze voorstelling aanwezig is. Ze doorbreken de zware sfeer van verval geregeld en maken er iets heel luchtigs van door hun spel met het publiek. Ze spreken eens luider om op de laatste rij verstaanbaar te zijn, ze vinden het zelf heel amusant dat ze over dingen spreken en dingen uitbeelden die er niet zijn, eveneens tekenend voor het feit dat de dames in het stuk ook letterlijk van hun verbeelding leven. Het maakt het allemaal draaglijk.
De voorstelling is zoals gezegd een verjaardagsfeest en ze hebben hoge gasten. Peter Van den Eede van Cie de Koe heeft voor deze voorstelling theatercoryfee Jan Decorte (en partner Sigrid Vinks) kunnen strikken. Het publiek heeft lang het raden naar de rol van Decorte in het stuk. In het eerste deel is hij vooral aanwezig door de geur van zijn sigaar die zich over de zaal verspreidt en door het herhalen van woorden van zijn tegenspelers. Hij maakt het publiek nog nieuwsgieriger door vaak te vermelden dat hij niet tot de familie behoort. Ongeveer halverwege het stuk leest hij voor wat zijn functie is, in een soort van overzicht van wat we al gezien hebben, waarna het feest verdergaat.
Het personage Jack, gespeeld door Decorte, heeft het er op een bepaald moment in de voorstelling over dat de personages op scène een soort van verwante zielen –want allemaal artiesten op hun eigen manier- zijn. Misschien kan dit ook wel gezegd worden van de samenwerking tussen Van den Eede en Decorte. Het zijn verwante zielen, die op hun eigen manier omgaan met theater. Ze maken theater waar zij zich goed bij voelen, net zoals de personages op scène doen wat zij goed vinden. Ze amuseren zich, zoals de gasten op het feestje.
Wij staan er een beetje bij en kijken ernaar. We genieten van de sfeer die de voorstelling uitstraalt. Een luchtige sfeer ondanks de tristesse van het verval. We worden er niet volledig bij betrokken, maar willen dat eigenlijk ook niet. De personages zijn te anders, hun omstandigheden te triestig. En zoals dat gaat op feestjes, en zeker feestjes waar je niet volledig bij hoort, hoor je de gasten na een tijdje steeds opnieuw dezelfde verhalen vertellen. Terwijl ze elkaar eigenlijk al lang niets meer te vertellen hebben. En jou, die er niet bij hoort, ook al niet meer. Maar je bent blij dat je op het feest mocht zijn. Dat je van de sfeer hebt mogen proeven.
CREDITS
Regie: Peter Van den Eede
Bewerking: Paul Mennes
Spel: Sien Eggers, Jan Decorte, Sigrid Vinks en Nico Sturm
Gezien op 17 juni in Vooruit (Gent)






