Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Elke Segers:
Animism in het MuHKA
Foto-expo Controverses in de Botanique
Een portie 'Kunst om 8' in het Middelheimpark
De tentoonstelling 'Calle Sophie' in Bozar te Brussel
Afro-Amerikaanse identiteitskronkels met The Shipment van Young Jean Lee
SCHEEPSLADING VAN GEKLEURDE PARANOIA
datum 04.06.2009
auteur Elke Segers
rubriek Podium
Een integraal zwarte cast. Sterotypen om u tegen te zeggen. En een Koreaans-Amerikaanse regisseuse en toneelschrijfster die vastbesloten is ‘post-raciaal’ Amerika te deconstrueren. In haar subversieve komedie The Shipment is Young Jean Lee daar helemaal niet bang voor. Integendeel. Blanke beelden van Afro-Amerikanen – ooit als Afrikaanse slaaf naar Amerika verscheept – worden zodanig verkapt en onthuld dat het publiek er zowaar paranoïde van wordt. Dat doet Lee niet met het wijzend vingertje, maar met een vette, grensoverschrijdende knipoog. Ligt de kern van de vooroordelen immers niet in ons eigen zelfgenoegzaam doch onbehaaglijk lachje verscholen? Of zoals de lyrics van het gelijknamige lied door de communistische rapgroep The Coup vertellen: “The Shipment is delivered, come and get it if you bout it!”
The Shipment provoceert, ja choqueert, maar is nooit polemisch. Het zuivere schaterlachen, net dát gunt Lee het (grotendeels blanke) publiek niet, met opzet en meedogenloos. Net daarom worden we ook overdreven zelfbewust van onze eigen reactie die uitmondt in een vorm van raciale paranoïa in het publiek. Wel bewandelt ze de gevaarlijke, dunne lijn tussen de parodie en de ‘minstrel show’. Dit is de oudste vorm van entertainment in Noord-Amerika die decennialang de racistisch gekleurde lens vormde waarmee blank Amerika naar zwart Amerika keek. Denk aan blanke, zwart gegrimeerde acteurs die op clowneske wijze de zwarte mens (of toch nog net) afschilderen als dom, lui, lollig, altijd blij, bijgelovig en muzikaal. Het eerste deel neemt vlotjes die negentiende eeuwse minstrel-formule over: een dansvoorstelling, een korte slapstick en een parodie op een populair drama, soms subtiel dan weer bot gebracht door paljassen die goochelen met racistische stereotypen.

Zo tergt het chaotisch eclectische stuk van een mysterieus elegante duodans, langs snijdend brutale stand-up comedy (inclusief vuile praat en zelfs obscene mijmeringen) tot halve naschoolse sketches die zich afspelen “in the hood”. Daar loopt het personage Omar het gekleurde cliché-verhaal door van drugs naar gevangenis naar roem. En dit alles op een pikzwart sober podium waar alleen de acteurs schitteren in hun piekfijne avondkledij. Puur surrealisme! En toch knaagt er wat. Elke scène valt uit haar plooi. Zoals ook op de scène een acteur op een bepaald moment uit zijn rol valt en moet toegeven dat hij thuis niet zo praat. De absurde aanhalen en scherpzinnigheden kunnen de beklemde pose van de zwarte komiek niet verdoezelen. Blank en zwart, beide op eigen speelterrein. Wat men noemt een heuse raciale "mind-fuck".

Onder felle schemerlichten staren plots drie acteurs het nog nalachende publiek aan. De stereotypen vallen weg. Wat overschiet zijn de mensen achter de spelers die in een meeslepende a-cappellabewerking een suggestief, maar verder raadselachtig lied brengen. Net zoals een diep geworteld en steeds evoluerend iets als een ‘identiteit’, wars van alle instant- en cynische reacties, ook niet zomaar te doorgronden valt.

Dit intermezzo leidt het tweede deel in dat, in tegenstelling tot de eerder geënsceneerde negritude, een eerlijk uit-het-leven-gegrepenheid vertoont dat zich afspeelt op een cocktailparty bij de collega’s uit de "upper middle class". Formeel en dramatisch is het woord, gespannen de sfeer. De personages, in feite dezelfde als in de minstrel, lijken/zijn echt(er). Hoewel de vertolkingen best wel prikkelend en niet in het minst zeer atypisch zijn. Ook hier sluipen er een paar akelige wendingen in het plot (waaghalzerige spelletjes inclusief), dat pas volledig luguber wordt als samen met de drankjes ook dreigingen met moord worden geserveerd. Uiterst bizar, maar iedereen blijft ‘nuchter’, ‘menselijk’. Nochtans klinken vele van hun gebreken heel vertrouwd in de oren: druggebruik, woede-aanvallen, fatalisme...

Op lichtvoetige doch uiterst berekende manier toont Young Jean Lee hoe wij onze ervaringen – zowel in theater als in het leven – onbewust blijven kleuren. Zelfs in de era van het zogenaamde post-raciaal, Barack Obama Amerika. Met The Shipment – en ja, het schip gaat diep – wil ze de manier waarop zwarte Amerikanen in de massamedia worden gepercipieerd en geportretteerd, ontkrachten. Door erop te wijzen dat de rassenkwestie vandaag even geconstrueerd blijft als in de tijd van de schaamteloze minstrel show. Sterker nog: het stuk zit zo ingenieus maar radicaal in elkaar, trekt dergelijke rookgordijnen op, hangt reuzachtige spiegels voor, dat na al die ‘zwarte’ taal, die ‘zwarte’ poses en negritude, we niet anders kunnen dan ons geconfronteerd te zien met onze eigen racistische vooroordelen. Of ons af te vragen hoe groot de uitdaging is om de wereld oprecht anders te bekijken dan in zwart of wit.

CREDITS

Tekst en regie: Young Jean Lee
Spel: Mikeah Ernest Jennings, Douglas Scott Streater, Prentice Onayemi, Okieriete Onaodowan, Amelia Workman

Gezien op 20 mei 2009 in Théâtre Les Tanneurs in Brussel

Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie