Mijn eerste kennismaking met het werk van Berlin was hun voorstelling op de vorige editie van het kunstenfestival. Bonanza vertelt het verhaal van het kleinste stadje in Colorado, USA. Ooit leefden er 6000 mensen, maar daarvan blijven er nu nog maar 7 over. Bonanza is een verhaal over menselijk isolement, want ook al vormen de zeven inwoners een kleine gemeenschap, contact met elkaar hebben ze niet. De voorstelling bestond uit vijf videoschermen, één voor ieder bewoond huis in het dorp en een maquette die je als publiek een overzicht gaf. De schermen boden de mogelijkheid om de verschillende personages te tonen op hetzelfde moment en zo toch een (fictieve) relatie te laten ontstaan. Bepaalde personages konden bijvoorbeeld 15 minuten zwijgend getoond worden, terwijl anderen aan het woord waren. Er werd duidelijk via montage ingegrepen in het verhaal, maar de boodschap was duidelijk: als ze er in een gehucht van vijf huizen al niet in slagen om samen te leven, hoe moet dat dan lukken in de grote boze wereld? Een buitenlandse journalist zag zelfs een parallel met de situatie in België waar Vlamingen en Walen elkaar (soms) ook als slechte buren beschouwen.
Maar Moscow is dus anders. Vooral veel journalistieker dan zijn voorganger. De voorstelling wil veel meer over Moskou vertellen dan misschien in één voorstelling mogelijk is. Het collectief geeft zelf aan dat voor hen de belangrijkste boodschap uit de voorstelling de opkomst van de Nachi is, de ultra-nationalistische aanhangers van president, sorry, premier Poetin. Zij zijn de generatie die in de komende jaren de belangrijke postjes in handen zullen krijgen en de macht zullen uitvoeren. In de voorstelling zitten stukken van de betoging georganiseerd door schaakwonder Kasparov voor een meer democratisch Rusland met vrijheid van meningsuiting. Het geeft de voorstelling bijwijlen iets van een Panorama uitzending, een gevoel dat onder andere versterkt wordt door de getuigenis van journalist Peter D%u2019Hamecourt.
Moscow begint nochtans interessant en veelbelovend. Op de zeven schermen die de tent vullen, krijg je beelden uit de ondergrond van Moskou te zien. Iemand dwaalt rond in de riolen onder de stad. Het was een mooie metafoor geweest voor de onderbuik van de stad die soms gromt maar doorgaans weinig van zich laat horen. Jammer genoeg toont de selectie personages die geïnterviewd worden alleen mensen die het dagelijkse gevecht met de Russische realiteit aankunnen en overleven. Het was interessant geweest om ook iets te tonen van die duizenden mensen die het gevecht dreigen te verliezen of al lang verloren hebben. Ik moet hierbij denken aan het fotoboek van de Franse fotograaf Luc Delahaye: Winterreise. Hij maakte een road trip door hedendaags Rusland en laat daarbij de onderklasse zien. De voorstelling van Berlin mist wat mij betreft een beetje rauwheid en scherpe kantjes om echt te beklijven. De aanwezigheid van een live strijkkwartet en piano voegen natuurlijk wel toe aan de sfeer (misschien verwijzen ze naar de Titanic die op het punt staat te zinken), maar ze geven het geheel ook iets heel esthetisch mee.
In zijn verslag wijst artistiek directeur Christophe Slagmuylder een opvallend kenmerk van deze editie van het kunstenfestival aan: de toeschouwer werd als acteur beschouwd. Bij de voorstelling Domini Public van Roger Bernat bijvoorbeeld was het de toeschouwer die de actie moest uitvoeren. Ook in Moscow kun je als toeschouwer niet gewoon rustig plaatsnemen in de zaal. De circustent die aan de buitenkant veel weg heeft van de koepel van een orthodoxe kerk, heeft geen stoelen aan de binnenkant. Je wordt gedwongen de voorstelling al staande mee te maken. Ook de manier waarop de videoschermen tijdens de voorstelling blijven bewegen, dwingt je als toeschouwer om alert te blijven.
Eén van de personages zegt dat ieder volk de regering en de leiders krijgt die het verdient. Door hun inventiviteit om manieren van overleven te vinden in de moeilijkste omstandigheden, komen de Moscovieten niet meteen in het verzet tegen hun leiders. De videoschermen beginnen dichter naar elkaar te komen in het centrum van de tent en je voelt je als toeschouwer in het nauw gedreven. Misschien een manier van Berlin om ons als publiek aan het denken te zetten over onze manier van reageren op de politieke situatie waarin we zelf leven? Misschien hebben wij ook wel de leiders die we verdienen. België is in tegenstelling tot Rusland niet het land van de grote revoluties maar eerder van de grote compromissen. Aan het einde van de voorstelling verlaat je de tent en ben je wel blij over wat je hebt gezien, maar het vierde deel uit de Holoceen reeks voelt een beetje voorspelbaar aan, als een circusvoorstelling die verloopt volgens een vast stramien.
Gezien op 20 mei 2009, Nieuwe Graanmarkt, Brussel
Credits:
concept, regie en productie: Berlin - soundtrack: Benjamin Boutreur - viool: Yuki Hori, Wim Lauwaert en Sterre De Raedt - altviool: Natalie Glas - cello: Katelijn Vankerckhoven - piano: Joachim Saerens







