Eva stookt met haar nieuwsgierigheid onmiddellijk onrust in de vredige Tuin. Ze ziet dingen die er niet zijn (dieren met het hoofd en de borst van een mens, watervrouwen) en Adam hoort haar praten met een wezen dat naar eigen zeggen goed bevriend is met hun schepper, Elokim. De Ander heeft nu dus eindelijk een naam, maar Adam leeft nog steeds in dubio over zijn echte bedoelingen. Eva krijgt intussen heldere visioenen over de Geschiedenis en is er stellig van overtuigd dat Elokim wil dat ze het heft in eigen handen neemt. Ze negeert daarom de bezwaren van Adam en eet op aanraden van het vreemde wezen met schubben en veren een vijg van de Boom der Kennis. De vijg staat hier, op dezelfde manier als de vrucht in de Bijbel, symbool voor vruchtbaarheid en overvloed; wanneer Eva ervan eet kan ze zich niet bedwingen en ze dringt ook Adam een lustopwekkende vijg op. Zoals bekend schamen de twee eerste mensen zich plotseling voor hun naaktheid, maar enkele ogenblikken later voelen ze zich onherroepelijk tot elkaar aangetrokken. Vanaf het moment dat Adam en Eva toegeven aan hun lichamelijke verlangens en letterlijk kennis aan elkaar hebben, verandert echter alles. Elokim scheidt meedogenloos de grot waarin Adam en Eva na hun eerste liefdesnacht liggen te slapen van de paradijselijke Tuin. De mens is nu op zichzelf aangewezen.
Hij schept ze en dan vergeet hij ze
De tot hiertoe samengevatte verhaalstof van Oneindigheid in een handpalm klinkt belachelijk bekend. Maar ook de overlevingsstrijd van Adam en Eva die na de verbanning volgt, is niet meteen vernieuwend te noemen. Terwijl het zorgeloze Paradijs als een ware Tantaluskwelling aan de overkant van de kloof blijft schitteren, worden Adam en Eva geconfronteerd met de negatieve kanten van het bestaan: koude, pijn, vijandige dieren en een allesverterende honger. Om die honger te verdrijven doodt Adam een eerste dier en hoewel Eva uitdrukkelijk bezwaar aantekent tegen dit moorddadige gedrag, leidt ook deze ongehoorzaamheid niet tot de gehoopte relatiestrubbelingen. Het koppel kabbelt vredig verder in het dorre landschap.
Een dieptepunt in de strijd van man en vrouw is ongetwijfeld het moment waarop het Paradijs wordt weggezogen in de aarde. Gioconda Belli ontleent het beeld van een openscheurende aarde waarschijnlijk aan haar eigen herinneringen aan de aardbeving in Managua in 1972 (die ze eerder beschreef in Kroniek van oorlog en liefde). Net zoals de jonge Belli zien Adam en Eva het land van hun eerste herinneringen met lede ogen verdwijnen. Die traumatische ervaring en de andere negatieve elementen aan de dorre kant van de kloof, lijken man en vrouw echter nog dichter bij elkaar te brengen.
Algauw blijkt dat de sterfelijkheid van de mens het vervelende gevolg heeft dat hij zich moet voortplanten. En zo geschiede. Voor ze goed en wel beseft wat er aan de hand is (eten van de Boom der Kennis heeft niet al te veel opgeleverd), bevalt Eva van twee tweelingen. De mensheid heeft zich dus in korte tijd verdriedubbeld, want naast de twee bekende zonen (Kaïn en Abel) baart Eva ook twee dochters (Luluwa en Aklia). Met die twee vrouwelijke personages introduceert de auteur voor het eerst een volledig nieuw element. De ene dochter, Luluwa, is de verpersoonlijking van de schoonheid, terwijl de andere, Aklia, meer wegheeft van een aap dan van een mens. Elokim heeft duidelijk een voorkeur voor de mooie mensen, want hij verschijnt aan Adam in een droom en beveelt hem dat de mooie Luluwa zich zal moeten voortplanten met de knappe Abel en niet met haar beste vriend en tweelingbroer Kaïn. De welbekende tragedie tussen Kaïn en zijn broer is volgens deze roman dan ook het resultaat van een ruzie om een mooie vrouw.
Eva schrijft geschiedenis
De overlevingsstrijd van de eerste mens wordt voor een groot deel geschreven vanuit het perspectief van Eva. De eerste vrouw voelde in de Tuin de verantwoordelijkheid om de Geschiedenis te beginnen en ook na de dood van haar zoon Abel voelt ze dat zij de keuzes moet maken die de wereld zullen bepalen. De slang brengt haar tot het inzicht dat terugkeren naar de Tuin inderdaad het doel is van de mens, maar dat er eerst een hele evolutie zal moeten plaatsvinden voordat hij dit einddoel bereikt. Door haar zwakkere kinderen, Kaïn en Aklia, los te laten, geeft Eva de darwinistische evolutie uiteindelijk een eerlijke kans. Het matriarchale personage van de eerste vrouw is voor Gioconda Belli ongetwijfeld een uitgesproken rolmodel, maar de auteur slaagt er niet in dit helemaal tot zijn recht te laten komen. Van in den beginne wordt Eva eerder voorgesteld als een naïeve huisvrouw dan als een sterke, onafhankelijke moederfiguur.
De indrukwekkende titel en de quote aan het begin van de roman “to hold infinity in the palm of your hand. And eternity in an hour” zijn ontleend aan Auguries of Innocence van William Blake. Ook hij geloofde dat er een wereld was voor de onze, maar wist dat net iets poëtischer en met iets meer passie uit te drukken dan Belli.
Al noemt de Nicaraguaanse auteur zichzelf in het voorwoord uitdrukkelijk een atheïste, toch lijkt het alsof ze nauwelijks aan de woorden van het Heilige Schrift durft te raken. Het originele en verrassende einde zorgt er gelukkig voor dat de hele roman geen staaltje creationistisch propaganda wordt, maar het geheel komt toch net iets té bekend voor om echt te blijven boeien. Sterke verhalen laten zich moeilijk anders vertellen.
Gioconda Belli, Oneindigheid in een handpalm. Vertaald door Dick Bloemraad. Uitgeverij De Geus, 2008, 188 p.
Met dank aan:







