Ik viel volledig uit de lucht toen ik vernam dat er een
nieuwe film van Jean-Pierre Jeunet zou verschijnen. Nu hoor ik u al vragen: "is
dat weer zo'n omhooggevallen Franse intellectueel met een camera, die van die
films maakt waar je je tanden op stuk kan bijten en waar 99,9% van het
bioscooppubliek geen boodschap aan heeft?" Niets is minder waar (afgezien van
het feit dat het gros van de Franse films inderdaad gemaakt wordt door
omhooggevallen intellectuelen met een camera en een boek van Foucault onder de
arm). Jean-Pierre Jeunet debuteerde samen met zijn spitsbroeder Marc Caro in
1990 met het visueel en narratief verbijsterende
'Delicatessen', een film die zich afspeelt in een volledig
verzonnen universum waar de alledaagse logica niet telt, waar een
slager/huurbaas zijn huurders in zijn vlees verwerkt en uiteindelijk verschalkt
wordt door vegetarische rioolbewoners. Nog veel straffer was de tweede film van
het duo Jeunet en Caro, 'La Cité des Enfants Perdus', één van
de vijf allerbeste films die ik ooit heb gezien, met de knapste decors, opnieuw
een ongelofelijk, volledig verzonnen universum, de mooiste muziek en het
grimmigste sprookjesverhaal ooit. Daarna ging Jeunet solo, naar Hollywood dan
nog, om het vierde en minste deel uit de Alien-reeks te draaien, 'Alien
4: Alien Resurrection'
(1997).
Maar nu is Jeunet 'back in style' en dat levert meteen weer een serieuze kanshebber op voor 'Film van het Jaar'. En dat is eigenlijk zeer verwonderlijk: het is een relatief brave film, nooit choquerend, geen sex of geweld, zo Frans als een stokbrood en bovendien op-ti-mis-tisch (ik ga bijna over mijn nek door het woord alleen al). Hoe komt dat nu?
Het begint me zo
stilaan op te vallen dat veel van mijn lievelingsfilms van de laatste jaren net
die mooie kantjes van het leven belichten, als reactie tegen de stroom van
hedendaagse, alternatieve films waarbij het politiek correct is heel cynisch en
kritisch te zijn. Ik denk dan aan 'zachte films' als Lynch's 'The
Straight Story', waarbij de twee vervreemde broers elkaar terugvinden
als ze beiden naar de sterren zitten te kijken; of aan de 'het koppel dat geen
koppel kan worden' uit Wong Kar Wai's prachtfilm 'In the mood for
love'; de volwassen mannen die kinderspelletjes en verkleedpartijen
spelen in 'Kikujiro' van Takeshi Kitano; of elke seconde van
P.T. Anderson's 'Magnolia'
.
Ook Le Fabuleux destin d'Amélie Poulain doet je als kijker nog eens naar adem happen wanneer je jezelf terug realiseert hoe mooi een eerste toenadering tussen twee geliefden in spé kan zijn, of de emotie die je voelt als je na jaren nog eens stoot op een relikwie uit je kindertijd.
De film bevat meer geweldige ideeën en prachtige beelden dan het hele aanbod van de Kinepolis-groep van deze eeuw. Het hoofdpersonage, Amélie, prachtig vertolkt door Audrey Tautou, is een snoepje van een vrouw, zinderend mooi en erg inventief.
Er is slechts één probleem met deze film. Een recensie schrijven over deze prent is zo goed als onmogelijk. Als je ook maar iets over het verhaal vertelt gaat al een deel van de verrassing verloren. 'Amélie Poulain' is namelijk een film met zo'n onwaarschijnlijk verhaal dat zelfs een tipje van de sluier oplichten een schande zou zijn. Wat nu gedaan?
Misschien moet ik gewoon eens iets schrijven in de sfeer van de film, zoals die snelle voice-overs waarin personages zeer treffend geschetst worden door van die simpele dingen op te sommen, in de vorm van 'Ik hou van/hou niet van'. Bij deze ...
Ik hou van: naar wolken kijken, vrouwelijke intuïtie, mensen bestuderen, de rook van een sigaret of van een tas koffie, een frisse pint, muziek waarvan de haartjes op mijn armen omhoog gaat staan, anonimiteit, originaliteit, een groot feest waar iedereen gezond gek is, die fijne haartjes in de hals van een mooie vrouw, een stevige joint na een vervelende dag op het werk, ...
Ik hou niet van: (arrogante) mensen (die veel lawaai maken maar eigenlijk niets zeggen), rijkdom en macht, gelovigen, schreeuwende kinderen, verzekeringsmakelaars, het geluid van een boormachine, politiek correct denken, hard werken, slappe koffie, in de rij staan, mensen die bij vanalles en nog wat zeggen dat het slecht is voor de gezondheid, ...
En voor wie het nu nog niet door mocht hebben:
GAAT DAT ZIEN, GAAT DAT ZIEN!
GIJ ZULT UW OGEN NIET GELOVEN!
(en als je zoals bijna iedereen die ellendig lange titel niet in één keer over je lippen krijgt, doe dan als de rest en zeg gewoon "een kaartje voor zaal 1 alstublief")
Nu - nog - in de Sphinx (Gent)






