Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bjorn Gabriëls:
J. Kessels: the novel
Richard Yates - Revolutionary Road
De heining, door dwangmatig polijster Jan Van Loy
Maya Schweizer & Clemens von Wedemeyer - Metropolis, Report from China (2006)
Paul Rachman, American Hardcore (2005)
Jan Van Loy spreekt
TUSSEN HAAKJES
datum 04.05.2009
rubriek Literatuur
Aan vier kanten omgeven door boeken praatte Jan Van Loy in het Brusselse literatuurhuis Passa Porta over zijn recentste boek De Heining. Dat gebeurde niet spontaan, maar in het kader van de door Het beschrijf en De Standaard opgezette leesclub. Gastheer en interviewer was Marc Reynebeau, in het panel zetelden Jeroen Theunissen en Rik Coolsaet, die beiden hun lezing van Van Loys Gouden Uil-genomineerde boek kwamen toelichten. Hun leeservaringen, die eerder al in De Standaard verschenen, geven een ruwe schets van de kritische respons op De Heining.
Scherp gesteld – for the sake of the argument – zijn er twee grote motieven in de reacties op De Heining. Jan Van Loy heeft een vlotgeschreven verhaal verteld met bordkartonnen personages waarmee moeilijk te identificeren is en die nagenoeg allemaal nauwelijks de karikatuur ontstijgen. Aan de andere kant biedt De Heining een accuraat tijdsbeeld van de angst en ontwrichting die de beslotenheid van de Lage Landen kenmerkt. Jeroen Theunissen vertolkte het eerste standpunt. Hij had graag rondere personages gelezen, die zowel goed als kwaad in zich herbergen, zodat lezers zich kunnen identificeren en het verhaal ingetrokken worden. Meeleven met het drama van de opgevoerde karakters zou de lezers meer confronteren met de eigen vooronderstellingen, uitdagen om zijn of haar houding tegenover 'gated communities' (waar De Heining ruwweg over gaat) en de eigen angsten en verlangens nader te beschouwen. Nu wordt De Heining echter bevolkt door mensen waarmee het moeilijk sympathiseren is, dat alles gezien door een blik “die tegelijkertijd erg naïef en behoorlijk cynisch is” [1] en voor een behoorlijke distantiëring zorgt. Van Loy dwingt de lezer (voornamelijk) door de ogen van het hoofdpersonage “naar die dwazen in hun omheining [te] kijken met een mengeling van onbegrip en vooral spot. Meer niet.” [1]

Van Loy benadrukte terecht dat het kille en onaangename beeld van de bewoners van Windroos ontstaat vanuit het oogpunt van zijn hoofdpersonage. Bovendien gaf hij aan dat een aantal karakters geen onverdeeld slechte mensen zijn. De projectontwikkelaar Kazan vindt hij bijvoorbeeld niet de boeman zoals velen hem lezen. De eerder op Urbanmag* verschenen bespreking wees reeds op een verandering in de houding van het hoofdpersonage tegenover Kazan, met het voorbeeld dat Van Loy naar het einde van het boek de ik-verteller de voornaam van Kazan in de mond legt. De ik-verteller is niet louter een ironisch masker ter bescherming van een lege huls. Op Marc Reynebeau’s vraag naar het hoe en waarom van deze ironische attitude, ging Van Loy niet verder dan de stelling dat zulks een “hedendaagse houding” is.

In NRC Handelsblad constateerde Arjen Fortuin eveneens een afstandelijkheid bij het hoofdpersonage uit De Heining. Anders dan Theunissen ervaart hij dat via “het relaxte en sympathieke karakter van de hoofdpersoon die alles doodkalm doorstaat” [2], om bij een gelijkaardige conclusie uit te komen: “Zo is er veel invoelbaar in deze roman, maar net niet de drijvende kracht van de sociale processen die Van Loy beschrijft: angst.” [2] In Passa Porta benadrukt Van Loy net dat element – angst – als drijfveer voor zijn boek.

Een andere belangrijke pijler is de setting van de afgesloten gemeenschap. Naar eigen zeggen ging Van Loy bij De Heining in de eerste plaats uit van “een artistieke keuze voor de eenheid van plaats”. Over die setting maakte Van Loy een van de relevantste uitspraken van de avond, namelijk dat hij geen uitgesproken afkeer voor gated communities huldigt. Is het immers niet zo dat ook mensen die zich de exclusiviteit van effectief omheinde gemeenschappen niet kunnen veroorloven zich toch trachten af te sluiten van de gevaarlijke buitenwereld? Bijvoorbeeld in appartementsgebouwen met camerabewaking en beveiligde deuren, of door voor een homogene levensomgeving te kiezen? Deze niet onverdeeld negatieve houding tegenover gated communities is niet besteed aan panellid Rik Coolsaet.

In zijn commentaar op De Heining grijpt Rik Coolsaet naar zijn Geschiedenis van de wereld van morgen (2008) én naar een eigen ervaring met het verzet tegen een gated community die in zijn Brusselse woonwijk opgericht zou worden. Coolsaet ziet in Van Loys boek een treffende illustratie van een deeltje mentaliteitsgeschiedenis. Met Nederlands cijfermateriaal in de hand wijst Coolsaet op een kanteling in de mentaliteit; een periode van nooit eerder vertoonde fundamentele angst voor het onbekende lijkt gekeerd. “Het gevoel van onveiligheid is gedaald en het optimisme toegenomen.” [3] Volgens Coolsaet maakt De Heining deze ontwikkeling weg van het cocoonen aanschouwbaar. Hij wijst daarbij voornamelijk op het in zijn ogen optimistische einde: “[De ik-verteller] mobiliseert de rest, laat de heining slopen – en ontdekt dan wat die muur altijd verhinderd heeft: een thuis. ‘Naar huis’ zijn de laatste twee woorden van het boek en meteen ook het eerste warme gevoel in het verhaal.” [3]

Jan Van Loy deelt het optimisme van Coolsaet niet. Als mensen zich al veiliger voelen, is dat wellicht net te danken aan de (illusie van) veiligheid die initiatieven als gated communities teweegbrengen. Coolsaet gaf toe dat hij misschien dingen in het boek las die de auteur er niet (bewust) in had gestoken. De verhouding tussen auteursintentie en de respons van het leespubliek is niet eenduidig; ook het gelijk van de auteur is niet absoluut. De Heining kan aanzetten tot aardig wat voor de hand liggende conclusies, maar weet de discussie toch breed te houden door ook buiten de omheinde gemeenschap de grenzen van de persoonlijke vrijheid te verkennen.

Ondertussen raakte bekend dat de jury van de Gouden Uil 2009 Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje verkoos boven (onder meer) de nette mensen van Windroos.


[1] Jeroen Theunissen, ‘Hapklaar’, De Standaard 17 april 2009.
[2] Arjen Fortuin, ‘En toen daalde Nijinski neer op aarde’, NRC, 4 november 2008
[3] Rik Coolsaet, ‘Het hek gaat open’, De Standaard, 24 april 2009.

Citaten zonder uitdrukkelijke bronvermelding werden genoteerd tijdens De Standaard Leesclub met Jan Van Loy, Passa Porta, 28 april 2009.

Met dank aan:
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie