Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bart Magnus:
Smatch - soirée composée / Dominique Roodthooft
Cie Hatsjie speelt Salomé
Da'k u nie vast kan houden
SUBSIDIERONDE 2010-2012: EEN VERHAAL VAN BOSBEHEER
datum 25.04.2009
auteur Bart Magnus
rubriek Podium
Het doek is gevallen in kunstenland. Bert Anciaux stelde met het toekennen van de structurele subsidies binnen het kunstendecreet 2010-2012 wellicht zijn laatste grootste politieke daad als minister van cultuur. En hij brengt blijde boodschappen: het budget stijgt (onverwacht) opnieuw met 15 procent. De sterkste stijgingen zijn er in de sectoren architectuur, dans, muziektheater en musical. Maar in tegenstelling tot eerdere berichten van stagnerende budgetten is er zelfs voor theater een (lichte) stijging.
Over stijgende budgetten zal je zelden iemand horen klagen, maar dat maakt het niet minder verrassend in deze tijden van crisis. Minister Anciaux volgde (behalve in de muzieksector) deze keer trouwens ook verrassend getrouw de adviezen van zijn beoordelingscommissies. Een vraag die opkomt is of alle beslissingen in de jongste subsidieronde wel genomen zijn vanuit een sterk doordachte visie op de toekomst van de kunstensector. Is het verkeerd om er ook een laatste charmeoffensief van de minister in te vermoeden? Of angst om vlak voor de verkiezingen tegen al te veel schenen te schoppen?

Het bos is vol en als overheid moeten we aan verstandig bosbeheer doen. Met die metafoor schetste Bert Anciaux nog niet zo lang geleden de situatie in de kunstensector, in het bijzonder in de podiumkunstensector. Hij kondigde aan dat de budgetten niet zouden verhogen en dat de culturele sector daar maar best rekening mee kon houden. Terechte discussies rond een eventuele overproductie in Vlaanderen of de criteria voor toekenning van project- of structurele subsidies voedden het debat. Het zou (alweer) een cruciale subsidieronde worden.

Geen enkele organisatie ziet zijn werkingsmiddelen graag geschrapt, maar meer en meer mensen werden het erover eens dat de sector gebaat is bij meer middelen voor iets minder spelers, zodat deze echt hun werking kunnen optimaliseren. Het middenveld is met andere woorden te groot geworden. De aangekondigde stagnatie van de budgetten zou een scharniermoment worden om die uitdaging op een verstandige manier aan te gaan: snoeien in het bos, vanuit een gericht beheer waarbij de vegetatie die blijft staan in verbeterde omstandigheden kan bloeien.

Op zich zijn de jongste subsidietoekenningen voor heel wat organisaties een reden tot juichen. Globaal gezien krijgt de theatersector iets meer dan 2 miljoen euro bij. Dat geld gaat zowel naar nieuwe scheuten (bijvoorbeeld Theater aan de Stroom) als naar oudere struiken zoals Tristero en De Parade, die al ettelijke jaren in de wachtzaal van de projectsubsidies zitten.

Meer instroom dan uitstroom en stijgende budgetten. Op zich allemaal mooi natuurlijk, maar het staat wel haaks op de bosbeheerlogica van een aantal maanden terug. Bert Anciaux heeft in zijn laatste maanden als minister en vlak voor nieuwe verkiezingen niet de knopen durven doorhakken die de podiumkunstensector in de toekomst de nodige ademruimte konden geven. Ondanks alle positieve impulsen die Anciaux tijdens zijn beleid aan de kunstensector heeft gegeven, dreigt het zo voor de volgende cultuurminister een nog grotere uitdaging te worden om zonder machete aan verantwoord bosbeheer te doen.

Extra criterium: 'houding tot repertoire'

Als gevolg van politiek gerommel over het repertoiretoneel in het Vlaamse theater barstte in oktober vorig jaar een vrij hevige discussie los rond de definitie, plaats en invulling van repertoire in het hedendaagse theater. Bert Anciaux probeerde de politieke gemoederen te bedaren door de beoordelingscommissie aan te manen om 'houding tot repertoire' als een belangrijk extra criterium te hanteren bij haar beoordelingen en adviezen. In de subsidiebeslissing licht hij dat criterium toe:

"De beoordelingscommissie Theater definieert het begrip "repertoire" als een exquise canon van theaterteksten en -voorstellingen die door hun uitmuntende artistieke kwaliteit en universele thematiek als uitermate toegankelijke en intrigerende "klassiekers" gelden binnen elke maatschappelijke en culturele context.

Vanuit deze definitie stelt de beoordelingscommissie Theater vast dat het Vlaamse theaterlandschap ook op dit vlak uitermate rijk is. Elk betekenisvol Vlaams theatergezelschap genereert en cultiveert repertoire. Men ziet het belang in van repertoire en markeert dit onder meer door op regelmatige tijdstippen hernemingen van als belangwekkend bestempelde creaties te plannen. Ook de publicatie van de (eigen) theaterteksten onderstreept de aandacht voor repertoire."


Dit citaat komt uit de begeleidende nota die een context schetst bij de subsidiebeslissingen in het kader van het kunstendecreet 2010-2012. De markeringen in vet zijn van mijn hand, om de krachtlijnen in deze gedachtengang rond repertoire te verduidelijken.

In de definitie van het begrip "repertoire" door de beoordelingscommissie Theater vallen twee zaken op:
- repertoire zou per definitie "uitermate toegankelijk" zijn
- repertoire betreft uitsluitend "klassiekers"

Dit botst met de zogenaamde observatie in de volgende alinea (die beweert voort te vloeien uit de definitie zelf) dat elk betekenisvol Vlaams gezelschap repertoire cultiveert en genereert. Dat doet immers niet elk Vlaams gezelschap, en al zeker niet volgens deze definitie. Gelukkig maar! Is het dan het woord 'betekenisvol' dat het hem doet? Vindt de commissie - of Anciaux, want het is niet geheel duidelijk waar de mening van de commissie eindigt en die van de minister begint - maar een deel van wat ze wil subsidiëren 'betekenisvol'? Moeilijk te geloven. Maar er zit alleszins iets grondigs fout in de redenering.

Een klassieke status vergaren stukken/producties pas na verloop van tijd. Anciaux lijkt te redeneren dat hernemingen van belangwekkende creaties en nieuwe theaterteksten ook onder de noemer repertoire vallen, terwijl er volgens de definitie enkel klassiekers onder vallen. Noem hernemingen en publicaties van nieuwe teksten eventueel 'bouwen aan een nieuw canon', als je per se de aangehaalde definitie van repertoire overeind wil houden. Maar probeer dan de steigerende politici die staan te roepen om meer repertoire niet te sussen door omfloerst te suggereren dan elk theatergezelschap inzet op toegankelijk klassiek repertoire. Dat klopt nu eenmaal niet. Noem het eventueel 'aandacht voor hedendaags repertoire', maar haal in dat geval die "uitermate toegankelijke "klassiekers"" uit je definitie!

Het lijkt mierenneuken en muggenziften, maar nog steeds wordt het begrip 'repertoire' op zodanig verschillende manieren gedefinieerd en wil men er zodanig uiteenlopende dingen mee aanduiden, dat een wezenlijk debat ondermijnd blijft. Binnen een halve pagina tekst lezen we hier eerst de definitie van repertoire door de beoordelingscommissie die Anciaux citeert, en vervolgens zijn eigen (met deze definitie botsende) interpretatie van de wijze waarop het artistieke veld vandaag met repertoire omgaat. Het is frappant dat zelfs een officiële tekst van de minister van cultuur er niet in slaagt om zelfs na een heldere (doch aanvechtbare) definiëring het begrip 'repertoire' eenduidig in te zetten in de verantwoording van zijn beleid.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie