Deze angstaanjagende schets van een wereldrijk op de drempel van vernietiging, kruiste La Fura dels Baus met het perspectief van een stervend individueel lichaam. Centraal in de enscenering van regisseur Alex Ollé staat immers een gigantisch beeld van een zieke, gevallen vrouw. Als enige decorstuk domineert zij de scène en staat ze symbool voor de mens, zowel individueel als collectief. Haar lichaam is het rijk dat wordt bedreigd, maar ook de graftombe van waaruit Nekrotzar is opgestaan. Het is tussen haar huidsplooien dat zijn tocht plaatsvindt, en het is elke cel van haar lichaam die met vernietiging wordt bedreigd. Door Ligeti's vervallen rijk als een ziek gevallen lichaam te ensceneren nuanceert Ollé de verhouding tussen dader en slachtoffers. Nekrotzar is niet enkel een boosdoener die onaangekondigd van buitenaf komt, maar evengoed een gevolg van het falen van een volledig systeem. De grote plastische installatie van het vrouwenlichaam leent zich ook perfect tot een multimediaal spektakel dat de dreiging van het libretto nog uitvergroot. Door uitgekiende projecties komt het standbeeld tot leven. Maar tegelijk zien we het lichaam ontbinden door beelden van rottende ingewanden, brandende lijkenvelden en verkrampte grimassen.
Het landschap van benen, dijen, buik en borsten is in shock. Haar bevolking is in opstand gekomen en verzamelt zich schreeuwend voor het balkon van de bange prins van het rijk. Wanneer Nekrotzar verschijnt verdwijnt echter alle hoop. Hij verklaart dat tegen middernacht het rijk uit niets meer zal bestaan dan rottende lijken. Sommigen verschuilen zich, anderen geven zich uit wanhoop over aan vreet- en zuippartijen. In die decadentie wordt ook Nekrotzar verleid door de drank en ontstaat er een orgie van grootspraak en kleinzieligheid. Het feest lijkt op een euforische flash die een lichaam krijgt alvorens te sterven. Om middernacht licht de inslag van de meteoriet de lucht op... Zeemzoete akkoorden van de strijkers roepen in de laatste scène een post-apocalyptisch landschap op. Sommigen wanen zich in de hemel. Maar wanneer Nekrotzar uit zijn roes ontwaakt is hij verward en gefrustreerd: zijn plan is mislukt! Ook de prins ontdekt door zijn dorst dat hij nog leeft. De impact van de meteoor bleek lang niet zo groots als gevreesd. Nekrotzar is verslaan en verdwijnt in de grond. Uit een graf komt een jong koppel te voorschijn. Het leven overwint, een heildronk volgt. En met een kwinkslag zingt de voltallige cast voor het publiek nog eens de moraal van het stuk: "Vrees de dood niet beste mensen, die komt, maar niet nu! Je uur komt, de klok luidt, maar leef tot dan in vreugde!" De massavernietiging van de wereld bleek eenvoudigweg een grap.
Door destructie en horror te verpersoonlijken in een held die een charlatan blijkt te zijn, en een dreiging te ensceneren die nooit echt realiteit wordt, legt Ligeti nadruk op de tijdelijkheid en de waarde van het leven. Maar net door die haast clichématige afloop, beseft het publiek dat de realiteit oneindig veel complexer is. In de hele voorstelling zit een ironie verweven die tot na de epiloog blijft wringen bij de toeschouwers. Le Grand Macabre lijkt dan een afrekening van de componist te zijn met een verleden waarin hij als Joodse Hongaar tijdens WO II zijn voltallige familie verloor. Zijn libretto is één groot spanningsveld over de (on)mogelijkheid om na een doemscenario als WOII verder te leven. De wil om na een dergelijke catastrofe het leven terug op te pikken als voorheen lijkt enerzijds absurd en is anderzijds de enige optie. Die dubbelzinnigheid hoor je ook in de muziek. Die klinkt even verscheurd als ludiek en ondergraaft z'n eigen logica door een collage van klassieke composities en dadaïstische klankgedichten.
Hoewel de verplichte operaconventies soms gemaakt overkomen en scènes van hun vinnigheid beroven, kan de sfeer die Le Grand Macabre oproept gerust naast een film als Der Untergang worden geplaatst. Flarden van waanzin, hopeloosheid, decadentie en massahysterie wisselen elkaar af in een koortsig visioen dat het einde van de wereld tastbaar maakt. Ligeti gaat zelfs nog verder. In de flinterdunne tragikomische satire van Le Grand Macabre vond hij immers voldoende ironie om afstand te nemen van zijn traumatische verleden. En er tegelijk wraak op te nemen met een levenslustige uppercut. Als publiek kijk je daardoor niet alleen de dood in de ogen, maar vooral een vastberaden levenslust.
.jpg)
Le Grand Macabre, gezien in De Munt op donderdag 02/04/2009
Credits Le Grand Macabre
Concept & regie: Alex Ollé (La Fura dels Baus) & Valentina Carrasco
Decors: Alfons Flores
Kostuums: Luc Castells
Belichting: Peter van Praet
Video design: Franc Aleu
Muzikale leiding: Leo Hussain
Koorleider: Piers Maxim
Orkest: Symfonieorkest en koor van de Munt
Piet the Pot: Chris Merritt & Alexandre Kravets
Amando: Frances Bourne
Amanda: Ilse Eerens
Nekrotzar: Werner Van Mechelen & Pavlo Hunka
Astradamor:| Frode Olsen
Mescalina: Ning Liang
Venus: Barbara Hannigan
Prince Go-Go: Brian Asawa
White Minister: Eberhard Francesco Lorenz
Black Minister: Martin Winkler
Gepopo, Chief of the Secret Police: Barbara Hannigan
Productie: De Munt
Coproductie: Gran Teatre del Liceu (Barcelona), English National Opera (London), Teatro dell'Opera di Roma
www.demunt.be
www.lafura.com






