Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Floris Willems:
Slumming, Michael Glawogger
John Cameron Mitchell
Alan Berliner
Stina Werenfels
The Queen, Stephen Frears
LIEFDE IN TIJDEN VAN CHOLERA
datum 30.03.2001
rubriek Literatuur
Beste lezers, zijn wij niet stilaan klaar om het eens over fin de siècle-literatuur te hebben? Wij zijn bevoorrechte getuigen van een, overigens tot nog toe redelijk teleurstellend, nieuw era. Alle grote verwachtingen blijven onvervuld - we zijn nog steeds dezelfde. Dat kunnen we opgelucht beamen na het lezen van het debuut van twee jonge schrijvers. Enrico Brizzi (°1974, Jack Frusciante haakt af, 1995) en Ronald Giphart (°1965,In hun vlot modern proza verwoorden ze de bijwijlen pijnlijke kennismaking met de Grote liefde. Ik ook van jou, 1991).
Alex (de Italiaan) en Ronald (de Hollander) zoeken elk op hun manier naar de zingeving van respectievelijk een onmogelijke liefde en een voorbije liefde. Zowel in Parma als in Utrecht heerst de blues met een broek vol goesting en een kop vol zorgen. Alex is een adolescent van 17 die zijn ding kwijtraakt in poëzie, fietsraces over de via codevilla en the pogues (en de pixies en de smiths, en de peppers etc.). Ronald is 25 en is jong, knap en bovendien totaal verliteratuurd. Samen met zijn wapenmakker-schrijver Edgar, vertrekt hij op een blauwe juli-maandag naar Frankrijk op een queeste naar seks en literatuur. Alex is tot over zijn oren verliefd op Aidi, een meisje van zijn school. In afwachting van haar nakende vertrek naar Amerika verlengen ze de tijd in elkanders armen en blijven ze lekker platonisch. Ronald onthoudt zich ook van de daad zolang de krop van de mislukte relatie met de vreemde Reza vastzit in zijn keel. Tijdens een slome kanotocht op de Dordogne stuiten hij en de vijfentwintigjarige puber (die moeten er ook zijn) Edgar op twee knappe meisjes in een kano. Al het mooie wat volgt, betekent voor Ronald de loutering en voor Edgar Fräser de ontnuchtering.

Beide debuten oogstten bij hun verschijnen groot succes (debuutprijs premio campello en een gouden ezelsoor voor beste debuut). Brizzi hanteert een collage van straattaal en literaire stijlen, met dewelke hij naar het schijnt in Italië veel navolging kent. Op het eerste zicht lijkt het alsof Giphart schrijft zoals een Hollander babbelt (pain de stock). Fout. Giphart neemt je immers te grazen met een satirische woordenstroom die de tragedie (zwaar woord) voor het leven toelaatbaar maakt. Ondanks de turbotaal blijft Brizzi een beetje verlegen om het gebruik van de minder subtiele woordenschat. Giphart geeft ons echter de volle laag. Waar anderen ontsporen blijft dit echter heel leuke 'purpergekopte liefdespaling en amechtig zuigbeestje' literatuur. Er zit vaart in.

Wat kunnen wij met onze twee voeten in een nieuw tijdperk zeggen over onze literaire vertegenwoordigers in de jaren negentig (dat was zo'n twee weken terug)? In een overbevolkte en door Aids getroffen wereld is de moderne liefde passé. De nieuwe mens heeft verstand of een geweten. We zijn nog steeds dezelfde en dit zijn twee voortreffelijke boeken!
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie