De leerschool van de lust
De zelfdiagnose stelt Nathan al heel vroeg, op de eerste pagina’s: hij voelt geen lust meer. Seks heeft hij nog voldoende, vooral met zijn minnares Christa, want ‘het is een vergissing te denken dat je nauwelijks nog seks hebt alleen omdat je geen zin meer in seks hebt.’ Inderdaad, alles stelt hij in het werk om de lust terug op te wekken. ‘De drift de lust te voelen is al sterker geworden dan de drift hem te bevredigen.’ De seksuele revolutie, die het seksuele los poogde te koppelen van de menselijke voortplanting en het voortaan in de eerste plaats als genotsmiddel voor man én vrouw wou vieren, wordt doorgaans als een soort van bevrijding gezien van preutsere tijden. Met de gewonnen vrijheid, zich als individu onafhankelijk te kunnen ontplooien, ook op seksueel gebied, zonder enige morele veroordeling vanuit de maatschappij te hoeven vrezen, gaat echter ook een zekere dwang gepaard. In een samenleving ‘die nog geen liter mineraalwater kan verkopen zonder dit product erotisch te bezetten,’ is seks ook een opgave geworden. Je mag niet alleen seks hebben, je moet het, en liefst zeer veel, in allerlei posities, met allerlei hulpmiddeltjes, zo weten de media ons keer op keer te vertellen. Is het dan vreemd dat de lust verdwijnt? Wanneer iets zo alomtegenwoordig, zo beschikbaar is, je het maar voor het grijpen hebt, waar blijft dan de spanning van het ontdekken? Kort: wanneer seks je als het ware door de strot gedwongen wordt, hoe zou je er dan nog zin in kunnen kweken?
In een poging de sleur toch te doorbreken, de paradox op te lossen, gaat Nathan terug naar het verleden. Op min of meer chronologische wijze – hij onderbreekt zijn relaas enkel voor korte overpeinzingen of wanneer het heden even de bovenhand krijgt – overloopt hij zijn leven tot dan toe, van zijn kinderjaren over zijn studententijd heen tot de ontmoeting en relatie met zijn (tweede en huidige) vrouw. We ontmoeten de vader die hem grotendeels negeerde, en hem nochtans de kunst der verleiding had kunnen bijbrengen, en de liefdevolle moeder, graag gezien door de foute mannen, die steeds in het afspringen van de relatie ook hún einde vonden. We lopen Helga tegen het lijf, zijn eerste vriendin; Martina, zijn eerste vrouw, en Alice, ooit de liefde van zijn leven, alsook de ettelijke andere vrouwen met wie hij indertijd betrekking had. Een sluitend antwoord, laat staan een oplossing kunnen ook zij niet bieden. Integendeel, ze diepen zijn wanhoop nog verder uit. Ze leggen een merkwaardige, en toch ook niet onvoorstelbare tegenstelling bloot, tussen liefde enerzijds, en lust anderzijds. Liefde voor Nathan, is genegenheid, tederheid, het simpele samenzijn, samenleven, en de geborgenheid die eraan vasthangt. Het is wat hij voelt bij zijn tweede vrouw, Beate, een vrouw voor wie hij geen seksuele opwinding meer ervaart. Lust, dan, associeert hij met Christa. Hun relatie is spannend, apart, kinky. Zij is niet aangepast aan het ‘normale’ leven, hoort er niet in thuis. Nathan eet zo van beide walletjes, van liefde en van lust, heeft nood aan de twee maar kan ze niet verzoenen. Zijn leven is een leven aan de grens, zoals hij het zelf herhaaldelijk beschrijft. Een tegenstelling die nauwelijks te overbruggen is, zo blijkt. Met Christa’s woorden: ‘Jouw probleem is dat bevrediging niet genoeg voor je is, jij wilt verlossing.’
Tegen het einde van de roman is Nathan geen stap dichter bij een oplossing. Hij is die steeds uit de weg gegaan, ook in zijn eigen schrijfsels. Hij is niet meteen wat je noemt een betrouwbare verteller; verschillende keren komt hij op de feiten terug, spreekt zichzelf daarbij tegen, liegt. Hij zakt steeds dieper, wordt depressiever, geraakt geïsoleerd. Een impulsieve trip naar Parijs, officieel voor een nieuwe culinaire rubriek, voor hem echter een kans om Alice na al die jaren terug te zien, draait uit op een fiasco. In de stad zijn rellen uitgebroken; de roman laat het hoe en het wat in het midden, maar wellicht doelt Menasse hier op de rellen die eind oktober 2005 in Parijs en later over heel Frankrijk losbraken; gewelddadige confrontaties tussen kansarmere jongeren en de Franse politie. Nathan krijgt het zeer benauwd, en vlucht zo snel hij kan terug huiswaarts. De teleurstelling weegt zwaar op hem, zeker wanneer zijn studiegenoot en collega Franz, eveneens in Alice geïnteresseerd, met een artikel en een ontmoeting met Alice kan pronken. Nathan wordt ontslagen. De mokerslag echter is de dood van zijn ouders, allebei tijdens dezelfde nacht. Na de nodige formaliteiten sluit hij zich op in een buitenhuisje dat hij en zijn vrouw bezitten, blijft uren in een badkuip gevuld met een soort namaakvruchtwater liggen, en maakt geen aanstalten ook nog maar iets te ondernemen. Uiteindelijk zijn het verrassend genoeg pornofilms die hem erbovenop helpen. De paradox blijft overeind; bevrediging blijft in een door seks geobsedeerde samenleving voor hem een onmogelijkheid, liefde en lust van een totaal andere orde, en hij daar ergens tussenin – en toch. Uiteindelijk kan Nathan daar dan toch rust en vrede mee nemen.
Niets van dit alles is echt nieuw, ook niet in de literatuur. De seksuele revolutie en haar uitlopers, alsook haar invloed op de moderne samenleving, zijn ook het geliefkoosde onderwerp van de Franse auteur Michel Houellebecq. Ook hij voert graag personages ten tonele die in die samenleving niet kunnen meedraaien, aan de lust geen lust meer ondervinden, seks hebben uit gewoonte, op zoek naar enige vorm van bevrediging, meestal zonder succes.
Nu wil ik niet beweren dat het allemaal al eens eerder gedaan en gezegd is. Daar zit iets in, maar het is te makkelijk; uiteraard zijn de werken niet identiek. Menasse legt zijn eigen klemtonen, heeft zijn eigen stijl, en zijn werk is bepaald ook niet zonder zijn verdiensten. Don Juan de la Mancha is zeker vermakelijk, onderhoudend, vlot geschreven. Het verveelt niet, en bevat bij momenten rake observaties over onze maatschappij. Het mocht alleen wat scherper, wat bijtender. De Nathan die Menasse opvoert is een cynische neeknikker, vertegenwoordiger van de middelmaat, die men in het dagelijkse leven al snel uit de weg zal trachten te gaan. Omdat hij saai is, in niets plezier schijnt te scheppen, nooit eens volmondig ‘ja’ op iets kan zeggen. Dan zijn de venijnige sarcasten uit Houellebecqs romans aangenamer en kleurrijker gezelschap. In plaats van tegen de stroom in te gaan, hun kritiek op de maatschappij te spuien, gaan ze erin mee, en gaan daarin net een stapje te ver. Michel Renault uit Platform bijvoorbeeld brengt het grenzeloze kapitalisme en de seksuele bevrijding van onze tijd tot hun logische conclusie, en stort zich als zaakvoerder en als occasionele klant in het sekstoerisme, dit zonder de geheimdoenerij die daar normaal rond hangt, maar heel openlijk, waar iedereen het kan zien en waar iedereen er als ze dat wensen deel aan kan nemen. Houellebecq weet onze maatschappij uit te vergroten, haar to haar uiterste consequenties te voeren, tot op het groteske af. Dat is niet enkel leuk om lezen, maar bovendien verhelderend. In Don Juan de la Mancha blijft de lezer daarentegen een beetje op zijn honger zitten. Zonder te veel te willen verklappen: het einde, vooral dan het voorlaatste hoofdstuk, is verrassend, toont een nieuwe kant van Nathan, en je hoopt een beetje dat je daar wat meer van had kunnen zien. Er is te weinig aan deze roman dat je echt bijblijft en mee naar huis kan nemen.
Robert Menasse, Don Juan de la Mancha of de leerschool van de lust. Vertaald door Paul Beers. Uitgeverij De Arbeiderspers. 194 p.
Met dank aan:
.jpg)






