Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bjorn Gabriëls:
J. Kessels: the novel
Jan Van Loy spreekt
De heining, door dwangmatig polijster Jan Van Loy
Maya Schweizer & Clemens von Wedemeyer - Metropolis, Report from China (2006)
Paul Rachman, American Hardcore (2005)
Richard Yates - Revolutionary Road
APRIL: EEN WREED BESTAAN
datum 10.04.2009
rubriek Literatuur
Dat het leven ook vóór het toneeldoek een schouwspel is met geslaagde en minder geslaagde acteurs was ook veertig jaar geleden geen revolutionair inzicht. Evenmin baanbrekend is het besef dat de rolverdeling niet steeds naar wens of plan verloopt. Richard Yates (1927-1992) portretteert dat complexe, levensechte spel wél op een pijnlijk precieze manier, in Revolutionary Road.
Het echtpaar Frank en April Wheeler leeft met hun twee kinderen – een zoon en een dochter – in een huis met ruime tuin aan Revolutionary Road, in een rustieke voorstad aan de Amerikaanse westkust. Manlief werkt in de grootstad New York voor een bedrijf dat geautomatiseerde kantoormachines verkoopt – ponskaartmachines, telmachines en binnenkort (in 1955) ook de nieuwe variant ervan: computers. Een saaie kantoorbaan die Frank alleen weet te doorstaan door alles met een gedistingeerde en afstandelijke blik te aanschouwen, zo vertelt hij zijn vrouw.

April Wheeler is huisvrouw, moeder van twee en draagster van vele plannen die het vastgeroeste bestaan van zichzelf en haar ega willen ontstijgen. Het voornemen om wat kleur aan haar leven te geven door terug te grijpen naar haar voormalige ambitie en – vooral – vermeende talent om als actrice op de planken te staan, loopt al in een zeer treffende openingsscène faliekant mis. In een poging om hun leven alsnog om te gooien, vat April het plan op om naar Frankrijk te trekken. Een vlucht vooruit. Zij zou in Parijs de kostwinner worden en zo Frank alle ruimte bieden om zichzelf intellectueel of anderszins te ontplooien. Zoveel is ze haar man wel verschuldigd. Hij moet zich immers al lang te kort gedaan voelen in dit zoutloze bestaan in de Amerikaanse suburbs.

Zo rechtlijnig zijn de karakters in Revolutionary Road echter niet. Yates schets namelijk een complex portret van al dan niet gefingeerde verwachtingen en ontgoochelingen, verlangens die de personages op zichzelf en hun omgeving projecteren, tegen beter weten in. Voor de buitenwereld meet Frank zich een imago aan van een talentvolle jongeman, die door de omstandigheden gedwongen werd zijn ambities enigszins bij te stellen maar alles nog steeds aanschouwt vanuit een verheven blik – levenswijs en welbewust. Hij laat geen mogelijkheid ongelegen om de o zo perfide burgerlijkheid om zich heen aan de kaak te stellen. Aan het bevriende echtpaar Shep en Milly Campbell vertelt hij over de wat oudere Mrs. Givings, en hoe zij in al haar provincialistisch fatsoen de wereld in een door haar afgemeten vorm wil doen passen. Na enkele whisky’s en sherry’s komen de verhalen boven: onder meer over hoe hij nauwelijks tien jaar geleden als jonge Amerikaanse soldaat zijn verjaardag vierde tijdens de laatste dagen van de Europese bevrijding. Pijnlijk wordt het echter als zijn verhaal een woordelijke herhaling blijkt van wat hij reeds een jaar eerder aan de Campbells vertelde bij de gelegenheid van zijn 29ste verjaardag. Elk schijntje oprechtheid verdampt, maar Frank speelt – hoe bitter het besef van deze ‘nederlaag’ ook – de opvoering tot het einde uit.

Ook zijn relatie met April beleeft Frank in termen van winst en verlies, van strijd en verkoop. Een dispuut pakt hij (in zijn eigen ogen) aan als een opeenvolging van strategieën, tegenaanvallen en tactische ingrepen om uiteindelijk het gelijk aan zijn kant te krijgen – al weet ook hij niet precies wát dat dan precies moet zijn. Hij zegeviert wanneer hij zijn mannelijkheid bevestigd ziet, althans: dénkt te zien. In het eerste deel van Revolutionary Road volgt Yates het perspectief van Frank; de lezer stapt mee in zijn (drog)rede. Geleidelijk aan wordt duidelijk dat zijn hele leven een onontwarbaar kluwen is van leugens, halve waarheden, hoop en wanhoop. April wil zich uit die verstikkende druk bevrijden en stelt voor naar Parijs te trekken; alsof enkel het inruilen van de ene plaats voor de andere haar verwachtingen kan inlossen. Tegenover Frank speelt ze de kaart van mannelijkheid uit en ze presenteert haar voorstel als een daad van zelfopoffering ten gunste van haar man. Blijkt dat ook zij verlangens koestert die ze niet kan waarmaken en moeilijk omkan met de ontgoocheling die dat met zich meebrengt.

In delen twee en drie verbreedt Yates zijn focus. Hij verleent ook kort inzicht in de gedachtewereld van enkele andere personages: het echtpaar Campbell, Mrs. Givings, drummer Steve Novick en de dochter van de Wheelers: Jennifer. Die verruimen de egocentrische blik van Frank én geven de woorden en daden van Frank verschillende klankborden. De verschillende perspectieven zetten de kunstmatigheid en troosteloosheid extra in de verf en breiden die uit over de grenzen van het mannelijke hoofdpersonage. De ontgoocheling en de mislukking daarmee om te gaan worden er echter niet minder op.
De onoprechte constructie verglijdt naar horrifieke manipulatie. Niet alleen leeft Frank in een web van leugens, hij verstrikt zijn vrouw in een emotionele en morele terreur die al haar plannen fnuiken. Die beschrijving mag echter niet de indruk doen ontstaan dat de rollen van dader en slachtoffer duidelijk verdeeld zijn. Aprils plannen zijn net zozeer gestoeld op waanvoorstellingen als het leven van Frank. Elk personage balanceert op een dun koord gespannen tussen hoop en wanhoop, verlangens en zinsbegoocheling. Op een bizarre en tegelijk trieste dagdagelijkse manier zorgt die spanning ervoor dat personages een illusie van evenwicht kunnen blijven koesteren. Het steeds weerkerende onvermogen om met desillusie om te gaan sleept hen echter onherroepelijk de dieperik in; het is wachten tot iemand uit het spanningsveld stapt…

April krijgt als belangrijkste vrouwelijke personage pas naar het einde van Revolutionary Road een innerlijke stem. Voordien benaderde Yates haar telkens vanuit het gezichtspunt van andere karakters (meestal Frank, en ook Shep) of moesten we haar gedachten en gevoelens aflezen uit haar woorden. Als reactie op de woorden – vooral de immer spinnende praatjes – van Frank blijft het gelaat van April vaak letterlijk in duister gehuld. Het beeld dat Frank (of Shep) van April creëert hoeft echter niet minder betekenisvol te zijn. Dat Yates net opteert om het in vele opzichten belangrijkste personage grotendeels in het ongewisse te laten, of toch in grote mate als een constructie van anderen op te voeren, lijkt essentieel voor een van de belangrijkste thema’s in Revolutionary Road: de falende communicatie, in het bijzonder tussen huwelijkspartners.
In het voorwoord bij de Nederlandse vertaling wijst Thomas Verbogt op mededogen als kenmerk waarmee Yates zijn personages zo treffend en beklijvend weet neer te zetten. En hoewel Yates enkele malen (cynisch) verwijst naar barmhartigheid, lijkt vooral de uiterst precieze observatie van onmacht en ontgoocheling een dragend kenmerk van deze roman te zijn. Yates gunt de lezer geen veilige afstand voor mededogen voor zijn personages. Integendeel: ze haken zich vast in het gemoed van de lezers en het ziet er naar uit dat ze nog even zullen blijven hangen.

De reden voor het in vertaling verschijnen van Revolutionary Road en bijgevolg ook voor deze bespreking is te zoeken in de verfilming door Sam Mendes, regisseur van onder meer American Beauty en Jarhead. Zijn recentste film werd oscargenomineerd en haalde verscheidene prijzen binnen. Berichten van de op stapel staande film hadden eerder al gezorgd voor (hernieuwde?) belangstelling voor de auteur van het oorspronkelijke boek. Genoeg reden dus voor uitgeverij De Arbeiderspers om bij het verschijnen van de film een Nederlandse vertaling uit 2003 uit de kast te halen en van een cover te voorzien die best op de dvd-hoes van de verfilming had gepast. Die detailkritiek kan de pret echter niet drukken – al is er nauwelijks een slechtere uitdrukking denkbaar voor Revolutionary Road.

De rehabilitatie van Yates – sommige bronnen spreken van de beste meest vergeten Amerikaanse auteur – lijkt een feit. Tijdens zijn leven viel hem niet veel bijval te beurt, in tegendeel, getuige de recensie in The New Yorker van april 1961, die wenst te wijzen op de “flimsy nature” van het boek. Dat was alvast een voorbode voor hoe het gereputeerde tijdschrift zou reageren op Yates’ pogingen om zijn verhalen aan hen te slijten.

Sam Mendes zag wel een rijk verhaal in Revolutionary Road. Hij weet de pijnlijke ontgoocheling en de ongemakkelijkheid in beeld en geluid om te zetten, en via zijn verfilming Yates onder het voetlicht te plaatsten. Mendes kiest er terecht voor het verhaal niet over te zetten naar een ander tijdsgewricht; Yates verkoos immers het naoorlogse generatieconflict vóór de swinging sixties (inclusief het abortievraagstuk) een prominente plaats te geven. Alhoewel de film (noodgedwongen) andere accenten legt, slaagt Mendes erin om de wrede precisie van Yates en het spanningsveld van diens Revolutionary Road naar het scherm over te dragen. Dat lukt niet in de laatste plaats dankzij ‘het titanenkoppel’ Kate Winslet en Leonardo DiCaprio, die voor het eerst in meer dan tien jaar nog eens samen de storm van het leven trotseren. Kopje onder gaan we allemaal. En ‘king of the world’, wel…


Richard Yates, Revolutionary Road, vertaling Marijke Emeis (2003), Uitgeverij De Arbeiderspers, 2008.
Oorspronkelijke uitgave: 1961.

Met dank aan:
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie