Het adjectief 'uniek' - te pas en te onpas gebruikt in muziekbesprekingen – is voor deze plaat absoluut terecht van toepassing. Zelden is er een album uitgebracht waar zo moeilijk een label op te plakken valt. Elementen uit progrock, jazz, singer-songwriter en ambient worden moeiteloos door de blender gehaald en wat eruit komt is nergens mee te vergelijken.
Een tragisch voorval geeft Rock Bottom een extra dimensie mee. Vlak voordat het album zou uitkomen sloeg het noodlot keihard toe: Wyatt viel van vier verdiepingen hoog naar beneden en was vanaf zijn middel verlamd. Het drummen kon hij definitief vergeten, dus richtte hij zich noodgedwongen op keyboards en percussie. Wyatt liet zich niet ontmoedigen, en Rock Bottom kwam amper drie maand na het ongeluk uit - onder productie van zijn vriend Nick Mason (de drummer van Pink Floyd).
Rock Bottom duurt net geen 40 minuten en met zes uitgebalanceerde songs is van enig opvulsel geen sprake. Opener Sea Song is meteen een nummer waarvan je dagen later nog van je melk bent. In deze brok etherische schoonheid komt Wyatt’s heldere, onschuldige en bijna naïeve stemgeluid volledig tot zijn recht. Een bloedmooie vocale outro zet de kroon op het werk. Alleen al dit nummer - het enige met een min of meer klassieke songstructuur - had de plaat de moeite waard gemaakt, maar opvolger A Last Straw gaat meteen op hetzelfde elan verder. Na dit rustige begin drijven enkele jachtige blazers het tempo duchtig omhoog op Little Red Riding Hood Hit The Road, en de laatste minuten krijgt een losgeslagen basgitaar volledig vrij spel. Daarna volgt de diptiek Alifib/Alife, een ode aan Alfreda Benge, Wyatt’s muze en levensgezellin. Alifib begint met rustig voortkabbelende ambientjazz, alvorens Wyatt het woord neemt en zijn geliefde wondermooi bezingt in een zelfgebrouwen nonsenstaal. Het nummer gaat naadloos over in Alife, waar percussie het tempo opnieuw de hoogte injaagt. Op het einde van het nummer neemt Alfreda zelf het woord in een repliek op Robert’s liefdesbetuigingen. Het laatste nummer, Little Red Robin Hood Hit The Road, valt uiteen in twee delen. Het eerste deel - met Mike ‘Tubular Bells’ Oldfield op de gitaar - doet denken aan Genesis uit het begin van de jaren ‘70 (onwaarschijnlijk sterk in die periode). Het tweede deel draait volledig rond de bariton van de absurdistische Schotse dichter Ivor Cutler.
Het valt beslist begrijpen dat er mensen zijn voor wie dit album een brug te ver is, maar voor een experimentele plaat is Rock Bottom eigenlijk verrassend onpretentieus, en nergens zo ontoegankelijk dat het afstoot. Met bizarre composities en intrigerende details loodst Robert Wyatt ons zijn geheel eigen wereld in, die bulkt van de surreëel verpakte emoties. Rock Bottom is een tijdloze plaat en blijft nog steeds de beste introductie tot het oevre van deze onderschatte artiest – die ook vandaag nog actief is. Beluister deze prachtige en kwetsbare plaat, sidder, beef, en geniet.






