Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bjorn Gabriëls:
J. Kessels: the novel
Jan Van Loy spreekt
Richard Yates - Revolutionary Road
Maya Schweizer & Clemens von Wedemeyer - Metropolis, Report from China (2006)
Paul Rachman, American Hardcore (2005)
De heining, door dwangmatig polijster Jan Van Loy
BEREGELD, GEREGELD, ONTREGELD
datum 22.02.2009
rubriek Literatuur
Bij het verschijnen van De heining in de herfst van 2008 kleefde aan het Dendermondse kinderdagverblijf Fabeltjesland nog geen dramatische historie. Aan menselijke tegenspoed echter geen gebrek, ook niet in het België van de recente jaren. Een roep om draconische (veiligheids)maatregelen is evenmin nieuw. Scheppende lieden uit diverse richtingen voelen zich geroepen om dergelijke precaire onderwerpen te thematiseren. Zulke diverse filmmakers als Guy Lee Thys met Kassablanka en Suspect, en Fien Troch met Een ander zijn geluk en het recente Unspoken, en – in de Vlaamse letteren – Jan Van Loy met De heining. De verbeelding van sensitieve materie vraagt heel wat van de maker. Niet iedereen slaagt er in om de valkuilen van goedkoop sentiment en wrang populisme te vermijden. Je maakt de opdracht er niet eenvoudiger op als je bovendien – zoals Van Loy – een gevoelige, actuele thematiek als aanleiding ziet om je blikveld te verruimen over die actualiteit heen.
Toch zijn het vaak titels die het eigentijdse noch het universele schuwen die boeiende lectuur opleveren. De heining (Nieuw Amsterdam) mag zich tot dat rijtje rekenen. De novelle vertelt het verhaal van een koppel dertigers die het leven in de stad verruilen voor het geregelde bestaan in een ‘gated community’, genaamd Windroos. Beregeld, geregeld, ontregeld.

Jan Van Loy laat de onheilsberichten elkaar in spoedtempo opvolgen. Een moord in het bovenliggende appartement vormt de onmiddellijke aanleiding voor de verhuis naar ‘de heining’, zoals de strengbeveiligde wijk spottend over de tongen van het nabijgelegen dorp gaat. Het verkassen blijkt echter geen oplossing, maar symptoom. De relatie tussen Debbie en het naamloze hoofdpersonage is scheefgegroeid - geen alarmsysteem dat daar wat aan kan verhelpen. En toch maakt het leven in een besloten gemeenschap wat los bij de ik-figuur. Tussen zijn cynische sneren door ontwikkelt hij zowaar een vadergevoel voor het kind waar hij op babysit. Hij toont zelfs initiatief wanneer de omstandigheden hem daartoe aanzetten. Al laat Jan Van Loy de invulling van de vaderfiguur en demagoog in beperkte kring niet ondubbelzinnig verlopen.

De heining is opgebouwd uit korte, duidelijk afgebakende hoofdstukjes. De gevoerde toon is franjeloos en onderkoeld. De auteur, die zichzelf omschrijft als een ‘dwangmatig polijster’, heeft een bedrieglijk eenvoudige constructie opgezet. In het ongezegde – aan de andere kant van gesloten deuren, camera’s en verstilde gezichtsuitdrukkingen – schuilen heel wat onvermoede scherpe kantjes. Net als de heining zelf, blijven gedachten en emoties doorgaans goed verborgen. Een van de weinige figuren die geen blad voor de mond neemt, is de bejaarde dame Dupont. Zij kraamt op een haast karikaturale manier racistische praat uit – al wordt volgens het personage Bril haar mening grotendeels door iedereen gedeeld, maar zelden verwoord. De spreekbuis van het buikgevoel, zeg maar.

De personages worden gekenmerkt door een intrigerende dubbelzinnigheid. Bril, een jongeman die een fortuin heeft geërfd, en verder als nietsnut en part-time alcoholicus door het leven gaat, weet van tijd tot tijd (ook zichzelf) te verbazen met inzichten in mens en maatschappij.

“De realiteit is altijd banaler dan je denkt.
Vreemder dan fictie. Is dat niet de uitdrukking?
Nee, de waarheid is vreemder, niet de realiteit. Man, heb ik dat net gezegd? Ik bedoel het veel dommer dan het klinkt, hoor.”
(p. 115)

Zijn uitspraken hebben vaak iets van hedendaagse tegeltjeswijsheden, maar slagen er toch in om gecreëerde verwachtingen te ondergraven. Meer vragen dan antwoorden, zoals doorheen heel De heining.

Uiteindelijk blijkt iedereen, al dan niet omgeven door een verborgen omheining, tegen muren op te lopen. Hoe hoog, breed en vrijwillig opgezocht de omwalling rond het eigen bestaan ook is, de ellende wordt er niet mee buiten gehouden. Het gevaar schuilt niet alleen in de buitenwereld, toch? Na een dramatische gebeurtenis in de beveiligde wijk blijkt bovendien niet de omheining de grootste afstand te creëren. Wie wil er immers weten van een kleine, ogenschijnlijk veilige plaats die zoveel narigheid herbergt? Een korte aanwezigheid als nieuwsjager aangezogen door onheil tot daar aan toe, maar welk zinnig mens wil er in godsnaam wonen? Een vraag die de Lage Landen wel eens meer doorkruist.

Windroos vormt geen vergeten straat, maar een ‘hekje’. Vier geordende straten, in een strak patroon, vol zelfgekozen afzondering en steriliteit. En toch kweekt de ik-figuur een band; de projectontwikkelaar die Windroos beschouwt als zijn persoonlijk ontwerp en aan wie de hoofdfiguur dictatoriale neigingen toeschrijft, wordt aanvankelijk bij zijn familienaam (Kazan) aangesproken. Naar het einde toe legt Van Loy de ik-verteller echter enkele malen diens voornaam in de mond. Het zich afsluiten van de gevaarlijke buitenwereld (op verschillende schalen), om vervolgens te beseffen dat ook cocooning geen garanties kan geven, is des mensen.

De heining, door uitgeverij Nieuw Amsterdam niet (tijdig) ingestuurd voor de Libris Literatuurprijs, is een tussendoortje in aanloop naar Jan Van Loys later te verschijnen ‘magnum opus’. Of dat in navolging van de Debuutprijs en een Gouden Uil-nominatie voor de eerdere titels Bankvlees (2004) en Alfa Amerika (2005) ook prijzen zal opleveren? Als Jan Van Loy de lijn doortrekt, lijkt het werk – net als De heining – alvast een postzegel te verdienen.
 

Jan Van Loy, De heining, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 157p.

Met dank aan:
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie